CHILEENSE COLLAGES – 44 (18092012)

Zondag, 15 april 2012 – Bolivia. Het op zijn minst curieus dat het vanochtend meegenomen Chileense fruit bij terugkeer de grens niet meer over mag in verband met zorgen over mogelijke ziektedragers. “Opeten of de vuilnisbak in”, luidt de opdracht van de chauffeur. Wederom staan we in de rij bij de grenspost, wederom zit er weinig schot in. Net als ik mijn paspoort overhandig, komt een hogere in rang binnen die bijna knipmessend wordt ontvangen door de lageren in rang. Mijn paspoort wordt gestempeld en dan wordt het loket, dus de grens, gesloten. Mijn medereizigers staan beteuterd te kijken, maar ook ik moet wachten totdat de stempelaar weer aan de slag gaat. Naar het schijnt is er gisteravond een handgemeen geweest tussen twee geuniformeerde grensambtenaren, waarvan een in de binnendienst en de ander in de buitendienst werkt. De hogere in rang komt beiden verhoren, het land gaat daardoor voorlopig op slot en niemand kan er meer in of uit. Van een klantvriendelijke houding heeft men hier kennelijk nog nooit gehoord of het kan ze gewoon geen reet schelen. Ik vermoed het laatste. Het gevolg is wel dat we ook de laatste gelegenheid missen om de astronomische tour te doen en het automatisch opnieuw gastronomisch wordt. Niet dat zoiets in San Pedro veel voorstelt, geen ster, zelfs geen sterretje te bekenen, die zijn hier uitsluitend aan de heldere nachthemel te bewonderen, zelfs met het blote oog. De hemel is hier zo schoon dat even buiten het stadje het internationale ALMA observatorium is gevestigd, ’s werelds grootste astronomische project.

Maandag, 16 april 2012 – San Pedro de Atacama - Quebrada de Humahuaca - Salta. Het eerste deel van de reis terug naar Buenos Aires gaat met de bus over de Andes en dat begint gelijk al, hoe kan het ook anders, met lang wachten bij de Chileense grenspost. Twee uur deze keer. Geen pretje, een noodzakelijk kwaad. De bus klimt daarna vrijwel stapvoets omhoog, Paso de Jama, de grensovergang naar Argentijnse ligt uren rijden verderop, terwijl de afstand minder dan 160 kilometer bedraagt. De weg ligt boven de 4.000 meter, het zal de ijle lucht wel zijn. Zonder het precies te weten, weet je gewoonweg dat je erg hoog zit omdat de bergen van tegen de 6.000 meter bij lange na niet zo hoog lijken. Verkeer is er nauwelijks, af en toe dieren, geen mensen, bevroren water en zoutmeertjes, grillige rotsformaties, vulkanen, sneeuw, droge woestijn. De kleuren wisselen elkaar af: rood, grijs, oker, caramel, wit en, afhankelijk van de recente regenval, groen. Ongerept is de altiplano die we vanaf de eerste rij op de bovenste verdieping van de bus langzaam aan ons voorbij zien trekken – als de weg klimt, sukkelt de bus regelmatig niet meer dan 35 kilometer per uur - alsof we thuis in onze luie stoel naar een natuurfilm zitten te kijken. Uur, na uur, na uur.......... Totdat er overdosisverschijnselen beginnen op te treden. Gelukkig bereiken we net op dat moment de Argentijnse grens, alwaar het gedwongen afkicken is geblazen. Er zijn nog twee bussen, afkomstig uit de Peruaanse hoofdstad Lima, voor ons aan de beurt. Er mag niet eens uitstappen, waarvan het voordeel wel is dat we kunnen zien hoe het er hier min of meer aan toe gaat: alle passagiers moeten uitstappen, alle bagage moet worden uitgeladen, beide gaan een gebouwtje in en komen daar even later weer uit. Ondertussen kruipen inspecteurs door de bagageruimte en controleren de lege bus grondig. Peru = drugs. Wat er binnen gebeurt ontdekken we pas als wij zelf aan de beurt zijn. Eerst de paspoortcontrole. Iedereen moet in een soort wachtkamer gaan zitten en daarna één voor één naar het loket voor een stempel. Allemaal heel erg kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. Vervolgens terug naar buiten en bij koffer of tas wachten tot die door de scanner mag. Vrijwel niemand wordt door de controleurs van de voedsel- en warenautoriteit of de douane gevraagd die tas of koffer open te maken. Anderhalf uur later zit iedereen weer in de bus, gaat de slagboom omhoog en rijden we Argentinië binnen. Nog ruim 400 kilometer te gaan naar Salta, het eindstation voor vandaag.

Er volgt nog meer woestijn, het landschap verandert heel geleidelijk. Het wordt afwisselender, er komt meer kleur in. Het is net of de natuur het verschil tussen het toch wel wat saai conservatieve Chili en het nimmer saaie en het ietwat anarchistische Argentinië probeert na te bootsen, hoewel het natuurlijk andersom is. Er is doodgewoon meer variatie sinds de grensovergang. We rijden door een vallei met cardón-cactussen die hun middelvinger lijken op te steken naar iedereen die voorbijkomt, langs rood gekleurde berghellingen, langs golvende witte bergjes en dwars door de eindeloos schijnende Salinas Grandes. Het bijeen geharkte zout dat naast de weg ligt te drogen, is het teken dat de “zoutoogst” in volle gang is. Zo’n witte zoutvlakte is een fantastisch gezicht vanuit de lucht, doch vele malen aparter als je er kilometers lang doorheen rijdt. Eenmaal bij de Quebrada de Humahuaca aangekomen eindigt het hoge plateau en begint een werkelijk spectaculaire, doch ook een buitengwoon langzame afdaling, de bus kruipt bijna over de weg die is vergeven van de haarspeldbochten. Dankzij onze gepriviligeerde zitplaatsen hangen we met enige regelmaat in het luchtledige en kunnen in de diepte kijken. De zon is inmiddels achter de Andes weggezakt, zodat er helaas steeds minder is te zien van wat de natuur ons zomaar voorschotelt.

wordt vervolgd