CHILEENSE COLLAGES – 42 (09092012)

Zaterdag, 14 april 2012 – San Pedro de Atacama. Zonder een bezoek aan de Valle de la Luna – de Maanvallei - is een bezoek aan San Pedro niet compleet. De toerist moet daar namelijk de zonsondergang gaan bekijken, omdat die de westkant van de Andes zo mooi zou kleuren. Van mijn eerdere bezoek herinner ik me dat je daarvoor, om “maximaal te kunnen genieten”, een behoorlijk hoge zandduin moest zien op te klimmen. Iets dat door dat losse en voortdurend schuivende zand niet meeviel. Achteraf was ik enigzins teleurgesteld dat de geleverde inspanning niet ruimschoots werd beloond met de in het vooruitzicht gestelde “eens in je leven” beelden. Als onze gids meldt dat de duin niet meer mag worden beklommen en dat er een pad is aangelegd om de zon vanaf de juiste hoogte onder te zien gaan, vind ik dat goed nieuws. De Valle de la Luna heet niet voor niets zo, het is een maanlandschap op aarde. Grillig gevormde rotspartijen, zoutvlaktes, mooi geplooide gestolde lava-uitlopers, door de wind tot golven gerimpeld zand, een formatie met drie zoutpilaren die “las 3 Marias” heet, het zou een illustratie bij het Bijbelverhaal over Sodom en Gomorra kunnen zijn. Na eerst op handen en voeten en op de knieën door donkere gangen te zijn gekropen en klauterend over rotsblokken de bovenkant van “el Cañon” te hebben bereikt, is de afdaling via de buitenkant een fluitje van een cent. Waarom kan je langs die weg eigenlijk niet naar boven? Daarna rijden we verder naar het “Amfitheater” voor de zonsondergang. Het pad is niet al te steil, de met sneeuw bedekte 5.916 meter hoge en vrijwel symmetrische Licancabur vulkaan domineert de horizon, de ondergaande zon kleurt de avondhemel rood. Einde excursie, einde van een lange dag die vanochtend uren voor zonsopgang begon in de ijzige kou van de krater van El Tatio. De keuze tussen astronomisch en gastronomisch wordt ons gemakkelijk gemaakt door de late aanvang van het sterrenkijken. Zonder lang na te denken, besluiten we dat de na de zon en de maan de sterren tot morgen kunnen wachten.

Zondag, 15 april 2012 – Bolivia. San Pedro de Atacama ligt vrijwel op het drielandenpunt van Chili, Bolivia en Argentinië. Chili hebben we net van zuid tot noord doorkruist en nu wel zo’n beetje gezien, morgenvroeg nemen we de bus naar Argentinië, vandaag is gereserveerd voor een kort bezoek aan Bolivia. De Chileense grenspost ligt aan de rand van San Pedro, we zijn van tevoren gewaarschuwd dat er enig oponthoud kan zijn en dat is er dus ook. We raken verzeild in een tijdrovende procedure die doet vermoeden dat de grensoverschrijdende toerist er op een gegeven moment uit zichzelf vanaf ziet het land te verlaten. Er staat een lange rij wachtenden voor ons, de grensbeambten hebben alle tijd. Stapvoets vooruit, na een uur staat onze “groep” – we hebben onverwacht gezelschap gekregen van een Duitse broer en zus – voor het loket, krijgen een stempel in het paspoort en mogen door. Linksaf richting Bolivia. Volgens onze chauffeur is het aan de Boliviaanse grens stukken erger dan wat we net hebben meegemaakt. Op de bijna recht omhoog klimmende weg, worden we vast voorbereid op wat gaat komen. Hoewel het de bedoeling is dat er aan de grens een auto met gids/chauffeur op ons staat te wachten, weet je het nooit met die Bolivianen. Ze komen nogal eens niet opdagen. Vooroordelen, vooroordelen. In de eenvoudige grenspost, die we via een ongeplaveid pad bereiken – zodra het niemandsland begint, houdt de asfaltering op - worden de formaliteiten snel en efficiënt afgewikkeld en vernemen we dat onze auto niet alleen onderweg is, maar hij verschijnt bovendien. We maken kennis met Francisco, onze wat stuurs ogende begeleider voor de rest van de dag. Over een muurtje dat de grens tussen Chili en Bolivia vormt, worden de koelboxen met eten en drinken van de Chileense auto in de Boliviaande auto geladen.

Omdat Bolivianen zo onbetrouwbaar zijn - Peruanen trouwens ook – is mij toegefluisterd welke bezienswaardigheden er vandaag op het programma staan. Voor het geval dat. Er vertrekt een kleine karavaan terreinwagens vanaf de grenspost, vrijwel allemaal hebben die een of twee drums benzine of diesel of het dak gesnoerd, zijn tweedehands en, volgens de bumperstickers, geïmporteerd uit de VS. Na de formaliteiten bij de toegang tot de Reserva Nacional de Fauna Andina Eduardo Avaroa, is het plankgas de woestijn in. Die is kaal, geen groen te bekennen, stenen, zand en vulkanen, zoals een woestijn hoort te zijn. Achteloos laten we de Laguna Blanca links liggen, vrolijker gekleurde lagunes staan ons te wachten. Francisco meldt tussen neus en lippen door dat hij een andere dan de geprogrammeerde route zal rijden, maar dat we alles wat is beloofd zullen zien, zij het in een andere volgorde. Eigenlijk wel een goed idee, want op die manier staan we niet iedere keer met alle anderen gelijktijdig op dezelfde plek. We hebben het getroffen met “onze” Boliviaan. We scheuren met hoge snelheid – ’t is af en toe net of we “live” in een natuurdocumentaire van het National Geographic Channel zijn terecht gekomen - door de naar Salvador Dali vernoemde woestijn. Niet dat hij hier ooit is geweest, maar het landschap dat we zien is wél vele malen door hem geschilderd. Er staan versteende bomen in het verder lege landschap en je verwacht ieder ogenblik een omgevallen boomstam of een rotsblok waarover een groot slap Dalihorloge is gedrapeerd te zullen zien of een paar achteloos in het de woestijn achtergelaten Dali-eieren.

wordt vervolgd