CHILEENSE COLLAGES – 40 (31082012)

Vrijdag, 13 april 2012 – Iquique - San Pedro de Atacama. Bij de haven van Iquique staat een lage sokkel met een bronzen gedenkplaat erop: “CHARLES DARWIN (1809 – 1822) – Op de 12e juli 1835 ging deze beroemde Engelse natuurvorser hier aan wal. Hij reisde door de pampa en verbleef op oficina “La Noria”, zijn treffende bespiegelingen over de woestijn en de salpeter staan in zijn boek “De Reis van de Beagle” (1845)”. Niet alleen Darwin komen we met enige regelmaat tegen sinds we bijna vier weken geleden in Ushuaia aan onze reis begonnen, Pablo Neruda komen we eveneens te pas en te onpas en in verschillende vormen tegen. Van hem staat een deel van een gedicht op de sokkel:

      “ In de rood doordrenkte streken van mijn vaderland
                             arriveerde de jonge Darwin.
                                          Met zijn lamp
                        en zijn licht verlichtte hij het land
                                   en de diepte van de zee.
                                    Alles wat we bezitten:
                                 planten, metalen, het leven
                                  alles dat structuur geeft
                                   aan onze donkere ster.”

Neruda is net als onze gids/chauffeur Jaime een schaamteloze superpatriot met een kort geheugen. Toen Darwin in Iquique aan land ging, ging hij van boord in Peru en bezocht hij de Peruaanse woestijn en salpetermijnen. De rood doordrenkte streken van Neruda lagen in 1836 beslist niet in zijn vaderland, laat staan dat ze al “met bloed doordrenkt” waren. Dat gebeurde pas tijdens de door de Chilenen begonnen Salpeteroorlog. Op de havenkade ligt een replica van de “Esmeralda”. Uit de dood opgestaan om als toeristische attractie te dienen. Het voormalige dounagebouw zit potdicht. Terecht, uit de plaquette op de buitenmuur valt op te maken dat er tijdens de Pinochetjaren politieke tegenstanders werden vastgehouden en waarschijnlijk werden gemarteld. We wandelen terug naar de Plaza Prat om te worden opgehaald. Het valt op dat er veel oude laagbouw wordt gesloopt en dat daar zeer uit de toon vallende hoogbouw voor in de plaats komt. Het verzieken van een historisch stadsgezicht kost, net zoals op vele andere plaatsen op aarde, in Iquique geen enkele moeite.

Tegen het einde van de middag worden we naar het vliegveld gebracht, in de auto stopt Jaime ons wat huiswerk toe: een klantentevredenheidsonderzoek. Met zoiets moet je bij mij erg uitkijken, want ik schrijf wat ik denk en/of wat ik heb ervaren openhartig op. Vragen zoals: “Heeft u een prettig verblijf in de hotels gehad?’ Antwoord: 1 uitstekend hotel, 2 erg matig, 1 kon er mee door. En “Hoe deed de gids/chauffeur – in deze Jaime zelf – zijn werk?” Antwoord: chauffeur slecht – hij reed alsof hij alleen in de auto zat zonder rekening te houden met de aanwezigheid van passagiers, gids – middelmatig. Plus een ruimte voor commentaar die, als ik mijn hart echt zou uitstorten, veel te klein zou zijn. Nee, eigenlijk heb ik helemaal geen zin om dit formulier in te vullen en daarna in een eindeloze discussie terecht te komen. En kijk, dan toont de man zijn ware aard nog even, hij krijgt zichtbaar de pest in als ik hem bij de vertrekhal geen keurig ingevulde enquette wens terug te geven. “Beter van niet”, zeg ik hem. Hij heeft deze motie van wantrouwen niet echt door. Geloof ik.

Het vliegtuig van Iquique naar Calama vetrekt ruim te laat. De vertraging is groter, dan de duur van de vlucht. Het toestel is aangenaam leeg, onder ons glijdt de woestijn door, de gigantische kurkdroge zandbak waar niets gebeurt, waar niemand woont, waar geen rivieren stromen, waar geen groen is te zien. Zand, zandduinen en nog eens zand tot vlak voor de landing. Dan is vanuit de lucht de mijnactiviteit te zien, want dit is het deel van de woestijn waar zich de grootste kopermijnen ter wereld bevinden. De chauffeur staat geduldig op ons te wachten, nog ruim een uur door de leegte en dan zijn we in San Pedro de Atacama. Een oase aan de voet van de Andes waarvan de bevolking sinds mijn vorige bezoek gehalveerd blijkt te zijn. Toen, in 2004, woonden er volgens het bord aan de grens van de bebouwde kom 4.970 mensen, en nu nog maar 1.938. Ietwat vreemd, omdat volgens iedereen die we spreken de toeristische bedrijvigheid in San Pedro alleen maar is toegenomen.

Zaterdag, 14 april 2012 – El Tatio - Atacamawoestijn - Calama. Door de vertraagde vlucht waren we gisteravond te laat voor de geplande astronomische tour, dat was geen ramp want we moeten al weer vroeg klaar staan voor de trip naar El Tatio. Dit geyserveld met zo’n tachtig geysers, ligt op een hoogte van 4.200 meter. Bij zonsopgang worden die dingen actief, hetgeen vandaag tussen kwart over zeven en half acht is. De weg naar El Tatio is nog net zo klote als ik mij herinner van 8 jaar geleden, het wegdek bestaat uit een zoutlaag. Wel gek die witte reflectie in de koplampen, net of het heeft gesneeuwd of gevroren. Hetgeen best het geval geweest zou kunnen zijn, want eenmaal aan de rand van de enorme krater waarin de geysers liggen, is het erg koud. De stroom van het gebouwtje bij de ingang is uitgevallen, zodat er bij kaarslicht moet worden gepist. Het enige dat me is bijgebleven zijn mijn ijskoude vingers en de stank van een al veel te lang niet schoongemaakt toilet.

wordt vervolgd