|
CHILEENSE COLLAGES – 39 (27082012) Vrijdag, 13 april 2012 – Iquique. Het is opnieuw onrustig in Chile, vooral veel studentenprotesten en ontevredenheid over het beleid van President Pińero en zijn regering. Vrijwel iedere Chileen die ons tot nu toe vervoerde of begeleidde, zegt er spijt van te hebben op hem te hebben gestemd. “We wilden gewoon de oppositie – in deze de rechtse partijen – eens een kans geven, nadat sinds het aftreden van Pinochet - in 1990 - links aan de macht was geweest”. Om daarna gelijk toe te voegen: ”Nu we weten wat het betekent, was dat eens en nooit meer”. We worden aan de onrust herinnerd en aan de reactie van regeringswege door de in deze voorheen rijkeluisbuurt aangeplakte oproepen om te protesteren tegen de “Ley Hinzpeter - de Hinzpeterwet”. Vernoemd naar Rodrigo Hinzpeter, de Chileense de Minister van Binnenlandse Zaken en Openbare Veiligheid. Weer gaat het over het handhaven van de openbare orde en met name om een einde te maken aan de straatprotesten. En hoe doen de Chilenen dat? Wel, door het verbieden van samenscholingen van meer dan drie personen, het op enigerlei manier hinderen van het verkeer of het bezetten van gebouwen én door de politie de vrije hand te geven om welk soort opname dan ook – foto, film, geluid - die wordt gemaakt tijdens een protest in beslag te nemen, et cetera. Tegendraadse personen die zich niet aan de Hinzpeterwet wensen te houden, wordt een gevangenisstraf van drie jaar in het vooruitzicht gesteld. Zo heeft iedere democratie een eigen interpretatie van wat al dan niet democratisch is of wat vrijheid van meningsuiting inhoudt. Eigenlijk is het in deze terecht dat Jaime het voortdurend over “die klootzakken uit Santiago” heeft, hoewel het enigszins ambivalent klinkt wanneer het uit de mond komt van iemand die dankzij diezelfde klootzakken een comfortabel leven kan leiden en samen met zijn vrouw een leuk bedrijf heeft kunnen opbouwen in het vrijwel belastingvrije Iquique. Volgende stop: het Museo Regional de Iquique, dat is gevestigd in het voormalige Paleis van Justitie. Wederom een groot houten gebouw. Men doet er een goedbedoelde poging om een overzicht te geven van wat er zich de afgelopen negenduizend jaar zo al in de omgeving van de stad heeft afgespeeld, iets dat niet meevalt. Het gevolg is dat de collectie nogal gefragmenteerd is en daardoor een beetje een allegaartje, bovendien is de presentatie meer dan gedateerd. Wat mij het meest interesseert, is de zaal die is gewijd aan de salpeterindustrie, iets dat mooi aansluit op het bezoek aan de mijnen van gisteren. Oude filmbeelden van de voor dag en dauw explosies om de vlak onder de oppervlakte liggende nitraat te ontaarden en tot makkelijk te transporteren brokken ruwe grondstof te reduceren. Ooggetuige verslagen van het dagelijkse leven in de woestijn, de gevaren, de neergang van de industrie. Gereedschappen, registers, het vermaledijde quasi geld waarmee het salaris werd betaald – fichas – het soort geld dat alleen kon worden besteed in de winkels van de mijn waar men werkte. En tenslotte een selectie “reglementen” die van toepassing waren in de betreffende oficinas en waar werknemers en hun gezinnen werden geacht zich aan te houden. Erg boeiend, vooral omdat het zo veel gelijkenis vertoont met het strenge regime in de Nederlandse Veenkolonieën van minstens vijftig jaar eerder. Nog gekker is dat als we onze wandeling vervolgen, zowel de reglementen als het geld bij de straathandel te koop is. Dat is me in Veenhuizen en Frederiksoord niet overkomen. Er moeten enorme hoeveelheden van beide zijn vervaardigd, want het is allemaal beslist origineel. Verder naar de aan de kop van de straat gelegen Plaza Arturo Prat, vernoemd naar de commandant van de “Esmeralda” die hier tot zinken werd gebracht. Prat liet daarbij het leven en wordt sindsdien vereerd als een nationale held. Rechts het gebouw van de Croatische Club, in het midden de Torre del Reloj, links het Teatro Municipal. De 25 meter hoge vierkante klokkentoren is, net als de meeste huizen aan de Baquedanostraat, gebouwd van Pino Oregon. Oftewel “Oregon pine” of “Douglas” zoals deze grote spar in Nederland wordt genoemd. Ook in Buenos Aires was dit lange tijd een populaire houtsoort, totdat in de jaren dertig van de vorige eeuw om onbekende reden de import werd stopgezet of wellicht de export vanuit Oregon. Daarmee werd ik geconfronteerd tijdens de grote opknapbeurt van mijn nu 100 jaar oude appartement waarin aardig wat van dit hout is verwerkt. Zo kwam ik aanraking met een grijs circuit waar uit de sloop “gered” Pino Oregon werd verhandeld, waardoor een aantal noodzakelijke aanpassingen konden worden gedaan met behoud van het karakter en de sfeer van het appartement. Die klokkentoren, inclusief borstbeeld van Prat ergens binnen, en die Croatische Club laten we voor wat het zijn, het is leuker om de schouwburg met een bezoek te vereren. Zo’n instelling was een “must” in een stad waar grote hoeveelheden poen werden verdiend, de beroemdste artiesten van toen traden op, doch met de neergang van de welvaart begon het een kwijnend bestaan te lijden. Door tal van mankementen vinden er al vijf jaar geen voorstellingen meer plaats, maar het wel kan worden bezocht. Hoewel de oude glorie nog zichtbaar is, is het ook duidelijk dat de faciliteiten niet meer van deze tijd zijn. Wat stoelen uit het jaar van de inauguratie, fraaie plafonddecoraties, een imposante ruimte onder het toneel met op pure mankracht draaiende houten werktuigen om de decors te wisselen, kleedkamers en toiletten die hun beste tijd geruime tijd geleden hadden. Deze bijna vergane glorie, is hard aan een opknapbeurt toe. wordt vervolgd |