CHILEENSE COLLAGES – 37 (18082012)

Donderdag, 12 april 2012 – Salpetermijnen - Iquique. Daar staan we dan midden in de woestijn, voor de weinig belovende ingang van het serieus verslonste industriële erfgoed. Hoewel wat over was van de Oficina Salitrera Santiago Humberstone – voorheen La Palma – en de Oficina Salitrera Santa Laura in 1970 tot “nationaal monument” werd verklaard, werd er door het verantwoordelijke ministerie verder geen aandacht aan besteed. Wel werd op flinke schaal illegaal gesloopt en geplunderd, zo wordt althans door ooggetuigen verteld in het boek dat ik aan het lezen ben. Het is een klein wonder dat, dankzij de inspanningen van een paar hobbieënde oud-werknemers, hier te zien is wat er is te zien. In 2005 werden beide Oficinas door de UNESCO zelfs gekwalificeerd als “World Heritage in Danger”. Ondanks dat deze industrie in het verleden enorme welvaart had gebracht, hadden “die klootzakken in Santiago”, zoals onze begeleider de ambtenaren in de Chileense hoofdstad bij voorkeur noemt, geen centavo over voor de conservering ervan. Wat de overige meer dan 200 oficinas betreft: zand er over. Letterlijk naar het schijnt, want daarvan zijn, behalve een begraafplaatsje hier en daar, nauwelijks meer sporen terug te vinden. We slenteren door de “hoofdstraat” waar de houten huisjes deels dienst doen als expositieruimtes voor van alles en nog wat dat niet door de voormalige bewoners werd meegenomen of na hun vertrek niet werd gejat of dat daarna alsnog onder het zand vandaan is gekomen. Zo op het eerste gezicht zou dit spookdorp een goed decor kunnen zijn voor een western: verlaten straten, iedereen is naar binnen gevlucht vanwege het gerucht over de naderende bandieten. Helaas ontbreekt de in deze onmisbare saloon.

Aan het begin van de hoofdstraat, vlak na de kassa, staan twee schoolborden om de bezoeker te onderrichten over de betekenis van deze locatie. Op het ene wordt de geschiedenis van de mijn sinds 1862 – 150 jaar dus – in slechts 11 regels samengevat. Op het andere staat eenvoudig doch heel duidelijk getekend hoe het “Shanks proces” voor de vervaardiging van nitraat werkt, of liever: werkte. Van het winnen van de ruwe grondstof tot en met het afvoeren per trein van de Chilisalpeter naar de haven van Iquique. Beide worden met onverschillige interesse bekeken omdat het allemaal moeilijk is te visualiseren zonder verder iets te hebben gezien. Zeer eenvoudige woningen waren het, toen en nu. Eerder barakken, bedenk ik achteraf. Zitkamer, twee krappe slaapkamers, een keuken, een door muurtjes ingesloten plaatsje. Alles petiterig en zonder veel privacy. In de ene zijn nu niets anders dan gietijzeren fornuizen en kookgerei te zien, in de volgende bestek, daarna gebruiksvoorwerpen uit de keuken zoals emaille melkkannnen die dezelfde door langdurig gebruik veroorzaakte deukjes en missende schilfers emaille hebben als lang geleden de melkkannen in de keuken van mijn grootouders. Vervolgens de mallen waarmee de pijpen voor de riool- en waterafvoeren in de huizen werden gemaakt en dan, we voelen ons opeens wel heel erg ver van huis, een gebutst blikje “BLOOKER’s PLANTAGE CACAO. Gefabriceerd door de Internationale Cacaofabrieken te Amsterdam”. Was het hier – in de droge hitte van de woestijn - in het verre verleden dan ook “Half elf - Blookertijd”? Hoe leg je de jeugdherinneringen die zo’n half verkreukeld blikje worden opgeroepen in vredesnaam uit aan een Chileense gids? We doen er maar geen moeite voor.

Via de muziektent op een plein komen we bij het voormalige “Casa Administración y Rancho de empleados” terecht. Het houten administratiegebouw, tevens pension voor vrijgezelle werknemers, is volgens de toelichting naast de voordeur “typische overzeese Engelse architectuur”. Want het waren met name de Britten die de concessies hadden om het nitraat te mijnen. In het gebouw is een eenvoudige expositie ingericht van exportverpakkingen in vele talen, waaronder de onze, terwijl de zegenrijke werking van de Chilisalpeter wordt verheerlijkt tot en met een ode aan de salpeter van de onvermijdelijke Pablo Neruda die op een juten zak staat. Kort kijkje in het in 1936 gebouwde theater met 800 stoelen en een heuse orkestbak, de markt, de bar, het restaurant, het van een afgedankt nitraatkookvat gemaakte zwembad en tenslotte de Pulperia, de dorpswinkel waar alleen met “eigen” geld kon worden betaald of op krediet. Voor dat laatste moest dan wel eerst toestemming worden verkregen, zo is te lezen op een bord. En het gegeven krediet zal ongetwijfeld op het loon in mindering zijn gebracht, een incassobureau of deurwaarder waren hier totaal overbodig.

Bij de ingang van het aan de overkant van de weg gelegen Oficina Salitrera Santa Laura staan wat verroeste kiepwagens met brokken “caliche” de ruw gemijnde kalksteen waaruit het nitraat nog moet worden losgeweekt. In tegenstelling tot Santiago Humberstone is hier wel een indruk te krijgen hoe zo’n salpeterfabriek eruit zag en hoe de meststof werd geproduceerd. Van het verpulveren van de brokken ruwe grondstof door stoere uit Engeland geïmporteerde machines – THE CAMPBELL GAS ENGINE COY LTD - ENGLAND staat er vaag op eentje te lezen – tot en met de resten van de fabriek. De zwaar gecorrodeerde fabriek op hoge poten waarin de nitraat in grote kookbakken werd gezuiverd, is zo midden in de lege woestijn toch wel een fascinerende constructie. Een monument van menselijke doorzettingsvermogen en vernuft, maar evenzeer van uitbuiting en hebzucht én van een grote immigratiegolf van mensen op zoek naar werk. In die tijd waren dat Europeanen.

wordt vervolgd