CHILEENSE COLLAGES – 34 (08082012)

Woensdag, 11 april 2012 – Putre – Salar de Surire - Colchane. Terwijl Jaime bij de politie aantoont dat we keurige mensen zijn, bewonderen wij de Salar de Surire, een zoutvlakte/meer. Zo daar wat te bewonderen valt. Rechts uit de flank een zoutmijn/fabriek, of zou er lithium worden gewonnen of borax? Je weet het maar nooit met die zoutvlaktes hoog in de Andes. Bolivia, vooral Bolivia, Chili en Argentinië bezitten samen het overgrote deel van de wereldvoorraad aan lithium dat, dankzij de immer groeiende behoefte aan batterijen, zo’n beetje meer dan goud waard is. Die mijn ligt dus wel midden in een natuurreservaat, dat bovendien door de UNESCO is aangewezen als een “World Biosphere Reserve” en al in 1971 werd erkend als een RAMSAR Wetland! Zo’n beetje in de voortuin van de mijn doen flinke aantallen fouragerende flamingo’s en vicuńa’s net of er niets aan de hand is en houden de schijn op dat alles hier wel goed zit. Op veel plaatsen waar we langs komen, natuurreservaat of niet, is er trouwens sprake van legale of minder legale exploratie of ontginning op kleine schaal. Deze zoutmijn werd legaal verklaard, nadat de eigenaren bij de rechter hadden kunnen bewijzen al lang en breed actief te zijn geweest voordat het zoutmeer tot beschermd gebied werd verklaard. “Schandalig onder één hoedje spelen door overheid en zakenlieden”, volgens Jaime. We rijden om het meer heen, stoppen kort bij een verlaten mijnschacht waar de verlatenheid wordt benadrukt door het lege landschap dat we zien en dat bestaat uit veel vlak wit – de kust en het meer – wat geëleveerd wit – zandduinen, heuvels? – en de met sneeuw bedekte bergtoppen. Oh ja, en hier en daar een flamingo. Tenslotte komen we uit bij een picknickplek tussen de thermen van Polloquere. Na weken achter elkaar vrijwel dag in dag uit te zijn geconfronteerd met “uitzonderlijk” natuurschoon, zitten we hier dan op 4.300 meter hoogte tussen de stoomslierten die afkomstig zijn van het kokende water dat uit het binnenste van de aarde opborrelt. Krijg zomaar last van een overdosis en kan hier even niet van genieten. Bovendien heeft die lul Jaime de auto precies voor de picknicktafel geparkeerd, misschien komt het daar wel door. Wat wel enigszins intrigerend is, is de bergtop wat verderop die is gedecoreerd met onverwachte hoefijzerachtige patronen.

Lama’s in het wild, stoffige wegen, de actieve Islugavulkaan die vandaag rustig aandoet, nog maar eens een verlaten ogend Aymara dorpje - iedereen is naar de stad getrokken - met veel te grote kerk. Om precies 3 uur passeren we het hoogste punt van vandaag: 4.740 meter. We merken het nauwelijks, onze lichamen hebben zich ondertussen zonder cocabladeren te kauwen op deze hoogte ingesteld. Als het asfalt opnieuw begint weten we dat we Colchane, onze eindbestemming, naderen. Dit gehucht ligt precies op de grens met Bolivia op 458 km van de hoofdstad La Paz, zo’n beetje de afstand tussen Rotterdam en Parijs. Ver weg in NL, vlakbij voor Zuid-Amerikaanse begrippen. Een typische grensovergang, echter zonder veel activiteit. Het gekke vind ik altijd dat rond zo’n grenspost alles heel erg onder controle is, terwijl we net in de verlaten hoogvlakte het ene smokkelroute na de andere kruisten zonder dat er in de verste verte enige vorm van controle waarneembaar was. Volgens Jaime bestaan er plannen om een soort tankgrachten te graven om de smokkel aan banden te leggen. Colchane is helaas nog niet aangesloten op het elektriciteitsnet, het was bijna zover, maar na de regeringswisselings in 2010 zijn de werkzaamheden opgeschort. Gelukkig heeft hotel Isluga. waar wij logeren. een generator die tenminste vele uren per dag voor licht, enige warmte en de ontvangst van satelliettelevisie zorgt. Alsof ik terug ben in Nigeria of de Dominicaanse Republiek, behalve de temperatuur dan, want het is hoog in de bergen stervenskoud.

Jaime verdwijnt, pas ’s avonds aan tafel ontdekken we waarom. Niet dat de dis veel voorstelt, keuze is er nauwelijks: kip of vlees. Vlees is vaak taai of slecht bereid is me gebleken, kip is meestal eetbaar. Het viel ons al eerder op dat hij overal waar we langs komen bezig is met zijn eigen handel. Tussen Tacna en Arica hoorde hij de taxichauffeurs uit over waar hij de motor van zijn auto goedkoop kon laten reviseren en waar de voordeligste autospuiters waren te vinden en hoe de prijzen lagen. Hier in Colchane heeft hij een lap grond gekocht om een guesthouse te bouwen, wil de auto even laten doorsmeren en blijkt terug naar de grens te zijn geweest om diesel te kopen. Op de zwarte markt, omdat “die klojo’s in Santiago er niet voor zorgen dat er hier genoeg autobrandstoffen te koop zijn”. Waar heb ik dit excuus om zwart – en vaak - goedkoper te tanken ook al weer eerder gehoord. Wat het leukste moment van de dag had kunnen zijn, is ons door de neus geboord. We moeten het doen met een beschrijving hoe hij richting grenspost is gereden, rechtsaf is geslagen tot aan het gat in het hek waar Boliviaanse vrouwen in traditionele dracht op klanten zoals hij zitten te wachten. Onderhandelen over de prijs en de liters die je nodig hebt bij elkaar scharrelen, want het gaat niet om grote hoeveelheden per verkoopster. Terwijl hij vertelt, komen bij mij de beelden terug uit Nigeria en Benin, waar de illegale handel in benzine op vrijwel dezelfde manier werd gedreven. Vrouwen in kleurige Afrikaanse dracht, zittend in de berm achter dame-jeannes gevuld met benzine. De gedachte aan Afrika verdrijft de kou even, want in het niet verwarmde restaurant zitten we noodgedwongen aan tafel met de dikke jacks aan en de ijsmutsen op.

wordt vervolgd