|
CHILEENSE COLLAGES – 33 (04082012) Dinsdag, 10 april 2012 – Putre - Lago Chungará - Putre. Eigenlijk is het maar goed dat ook op de terugweg naar Putre het verkeer meezit. Daardoor zijn we in iets meer dan een uur terug op onze basis, in plaats van de geplande drie à vier uur. Het gezeik van Jaime, onze begeleider, over de armzalige arbeidsvoorwaarden van de Boliviaanse vrachtwagenchauffeurs – andere weggebruikers zijn er nauwelijks – en het superieure land waarin hij leeft, begint me behoorlijk de keel uit te hangen. Net zoals hij spreekt over “die lui in Santiago” die de woestijn leeg roven zonder dat de regio er iets voor terugkrijgt. “Die lui” zijn opeenvolgende Chileense regeringen die aan voornamelijk buitenlandse mijnbouwondernemingen concessies geven om de onder het zand aanwezige grondstoffen te delven. Ik zou haast de dagen gaan aftellen dat we nog met deze man zitten opgescheept, dat zijn er dus nog drie. De onvoorziene vrije uren op deze wat verloren dag worden zo bijna een verademing. We slenteren wat door het dorp, bekijken wat er te bekijken valt – een geheel eigen vorm van het gescheiden inzamelen van afval en flink wat bouwsels die aan een serieuze opknapbeurt toe zijn – slaan wat te drinken en snacks in en doen noodgedwongen even lekker helemaal niets. Nou ja niets. In onze bescheiden kamer ontdekken we een geplastificeerd A4’tje, dat we tot nu toe hadden genegeerd. Het bevat de geboden en verboden die in de strengste jeugdherberg van vroeger wellicht normaal waren, maar niet in een hotel dat zo hoog van zichzelf opgeeft over gastvrijheid en dienstverlening. Zo staat er onder andere dat “Terrace Lodge behoudt zich het recht voor om voor de duur van uw verblijf de afgebeelde voorwerpen in beslag te nemen”. Het staat er echt “to confiscate”!. Afgebeeld zijn: alcoholhoudende drank, sigaretten, een kookplaatje, een camping-gas kooktoestelletje, een waterkoker. Verder is het verboden bagage op de bedden te zetten, op de bedden gezeten te eten en/of te drinken en tussen 9 uur ’s avonds tot 8 uur ’s ochtends lawaai te maken of het alarm van de auto af te laten gaan. Hopelijk zijn de plaatselijke autodieven daarvan op de hoogte. Wij prijzen ons na het lezen van dit al behoorlijk gelukkig dat de alcoholische versnaperingen die we in de kamer hadden achtergelaten aan het oog van de kampleiding zijn ontsnapt. Nieuwsgierig als we zijn, zoeken we op Tripadvisor de door eerdere gasten achtergelaten commentaren op. Alleen ene Kurt heeft de waarheid durven op te schrijven. Wij vinden hem een held. Woensdag, 11 april 2012 – Putre – Salar de Surire - Colchane. Na het ontbijt van niets nemen we opgelucht afscheid van de Terrace Lodge & Cafe. Net als gisteren rijden we via een omweg naar de doorgaande weg waar opnieuw zeldzame herten op de helling aan het grazen zijn, vandaag niet één maar drie: een man met twee dames. “Dit heb ik nooit eerder gezien!”, roept Jaime opgewonden, alsof hij de gast is en wij de gids/chauffeur. Dezelfde weg tot aan de Reserva Nacional las Vicuñas, wellicht dezelfde Boliviaanse vrachtauto’s, nog maar eens dezelfde commentaren over hun mensonwaardige arbeidsomstandigheden. Waarom zijn we hier gisteren eigenlijk niet afgeslagen? De leegte in, stoffige niet geasfalteerde wegen, een zeldzamene tegenligger, niemand zal ons vandaag inhalen. Het unieke landschap van de Altiplano, we zullen de hele dag boven de 4.000 meter rijden. zorgt voor de nodige afwisseling. Uiteraard af en toe kuddes vicuñas – het park heet niet voor niets zo - die, sinds ze beschermd zijn omdat het een met uitsterven bedreigde diersoort aan het worden was, op de hoogvlakte in fors groeiende aantallen van hun vrijheid genieten, stropen schijnt een zeldzaamheid te zijn. Heel erg weinig menselijke nederzettingen, twee herinner ik me, die er redelijk verlaten bijliggen. In Cuallatire kunnen we even rondkijken omdat Jaime zich bij de Carabinieri, de Chileense politie, moet melden om onze aanwezigheid en ons reisplan uit te leggen. Een stoer kerkje met vrijstaande klokkentoren dat net als de meeste huizen is opgetrokken met de keien die hier voor het oprapen liggen en net zoals elders is afgedekt met gras. De gratis openlucht bouwmarkt ligt hier zo’n beetje naast iedere voordeur. Aan de overkant van de weg grazen de lama’s en alpaca’s in de bofedal, het is behoorlijk fris op deze hoogte. Geen ogenblik reizen we zonder een besneeuwde bergrug of een al dan niet slapende vulkaan in ons gezichtsveld, terwijl er zich een voortdurend van kleur en formatie veranderend landschap ontrolt. Het is een alles behalve saaie rit. In een quebrada staat langs de weg een op een penis lijkend stuk gesteente – een soort wegwijzer voor de reizigers van weleer volgens Jaime - en weer iets verder liggen de gestolde lavastromen in de vorm van omgekeerde puntzakken. Die heb ik al in vele landen gezien, maar nooit eerder in deze caramel en witte kleur. Na een paar uur verschijnt de Salar van Surire – het Surire zoutmeer – aan de horizon. Een gezicht dat vrijwel iedere Chileen kent omdat het staat afgebeeld op het bankbiljet van 20.000 Pesos. Nogmaals moeten we stoppen bij een politiepost. Op een steen ervoor staat geschreven: “Hoewel de eenzaamheid hier immens is, is de liefde voor mijn vaderland vele malen groter”. Het klinkt patriotischer dan het is: de eenzaamheid betaalt namelijk extra. Zo heeft de carabinieri van dienst zojuist aan Jaime bekend, dat hij met de premies die voor een plaatsing op deze afgelegen post worden betaald binnenkort de aanbetaling voor een huis zal kunnen doen. wordt vervolgd |