CHILEENSE COLLAGES – 32 (31072012)

Maandag, 9 april 2012 – Arica - Putre. Erg veel langzaam klimmende vrachtauto’s met Boliviaanse nummerborden op de tweebaansweg die de corridor van de haven van Arica naar Bolivia vormt. Door ontelbare wegwerken zijn er evenveel wegversmallingen, dus het nodige oponthoud. Wel lekker, want op deze manier kunnen onze lichamen zich geleidelijk aan de hoogteverschillen aanpassen. We hebben de absolute kaalheid van de woestijn tijdelijk achter ons gelaten en ingeruild voor een halfwoestijn met enige lage plantengroei omdat er op deze hoogte af en toe neerslag valt. Dichterbij Putre opeens veel wilde blauwe lupine in de berm, geen enkele andere kleur. Stukken lager groeiend dan die in de tuinen van het vaderland en erg ongebruikelijk volgens onze gids. Er moet recentelijk veel regen zijn gevallen, wij geloven hem op zijn woord. Dankzij de apparatuur aan boord kunnen we de hoogte waarop we rijden volgen, het hoogtepunt voor vandaag ligt rond de 3850 meter. En dat terwijl we ons minder dan zes uur geleden nog op zeeniveau bevonden. Nieuw of Normaal Amsterdams Peil klinkt toch wel wat gek in de noordelijke Chileense woestijn vlak onder de grens met Peru en Bolivia. Putre is een dorp in de schaduw van een paar besneeuwde vulkanen, ons hotel dus ook. Het is door het Instituut voor Verantwoord Toerisme zelfs gecertificieerd als een “biosphere hotel”. Ja, minder wil je toch niet, zelfs niet in een dorp ver weg van de bewoonde wereld. Hoewel de chagrijnige gastvrouw wat mij betreft de biosfeer – definitie: het gedeelte van de aarde waar leven mogelijk is – direct bij het het betreden van de receptie al behoorlijk verziekt. Wat een kutwijf!

Terrace Lodge & Cafe heet het gastonvriendelijke hotel. Het woord “cafe” is nogal overdreven omdat in de lounge – behalve het ontbijt – eten noch drinken is te krijgen. Bovendien gaat de lounge ’s avonds vroeg op slot om toch vooral maar geen last van rumoerige gasten te hebben. De “lodge” heeft een stuk of zes kleine, spartaans eenvoudige, kamers, zelfs zonder voldoende licht om bij te kunnen lezen, laat staan een radio of televisietoestel. Onderweg, om te gaan dineren in een restaurant ergens in het centrum, stelt Jaime dan ook een hele verkeerde vraag: “Heb je in Tripadvisor gelezen hoe goed dit hotel is???” Alsof er hier uitsluitend reizigers uit instituten voor blinden en slechtzienden hebben gelogeerd. “Waarop is dat dan wel gebaseerd?”, vraag ik hem op agressieve toon, om gelijk daarna pissig een aantal negatieve observaties op te lepelen. “Maar de Italiaanse gastheer is zo charmant!”, alsof dat de kwaliteit van een hotel bepaalt. Er is niets, maar dan ook helemaal niets dat me na een verblijf van een paar uur de onbedwingbare aandrang geeft tot het schrijven van een positieve beschouwing. Eerder het omgekeerde.

Dinsdag, 10 april 2012 – Putre - Lago Chungará - Putre. Morgen 58 kilometer heen en 58 kilometer terug had Jaime ons tijdens het diner gemeld, dus waarom dan al zo vroeg opstaan? Dat is omdat er onderweg door wegwerkzaamheden uren oponthoud zal zijn. Niet dus. We stijgen rustig naar het op 4.500 meter hoogte gelegen Chungarámeer, maar waarom eigenlijk? Voor de bergrug met hier en daar een slapende vulkaan en besneeuwde toppen? Ook de zeldzame vogels – onder andere de Tagua Gigante die zijn nest op het water bouwt - die hier voorkomen kunnen me worden gestolen, maar dat is verboden omdat ze beschermd zijn. Ja dus: meligheid alom. We hebben hier niet zo veel te zoeken en aanvaarden al snel de terugweg. Die wordt onderbroken voor een picknicklunch in Parinacota, het hoogst gelegen stadje van Chili. Nou ja stadje, eerder een dun bevolkt gehucht. Boeiend is het aan het dorpsplein gelegen kerkje, gesloten hoge blauwe deur waar voor de zekerheid een extra hangslot is toegevoegd, vrijstaande vierkante klokkentoren, witgewassen muren en met stro afgedekte daken. Boven één van de toegangspoorten denk ik een fusie van traditioneel geloof en het katholisisme te ontdekken. ’t Is net een beeldje van Paus Johannes Paulus II dat er staat met vlak ernaast een duidelijk symbool van de Aymara cultuur, de oorspronkelijk bewoners van dit gebied. Even buiten de bebouwde kom, met op de achtergrond de niet te vermijden met sneeuw bedekte bergrug, ligt de rommelige doch kleurrijke begraafplaats. De eenvoudige grafmonumenten zijn gemaakt van gestapelde stenen tot en met met kleine gemetselde structuren die zijn afgedekt met stukken golfplaat. Wat ze echter allemaal gemeen hebben is dat er een roestend kruis bovenop staat en dat er meestal kunstbloemen bij of op staan. Er achter begint de Bofedal de Parinacota waar de lama’s en alpaca’s van de dorpsgemeenschap grazen. Een bofedal is een wetland dat typisch is voor de “altiplano”, het hoogland dat in de centrale Andes op zo’n beetje vierduizend meter ligt. Het zijn weidegebieden die worden gevoed door smeltwater van de sneeuw die op de nog hoger gelegen toppen en ruggen ligt en/of valt en dat er door de bofedal adert als bloed door een lichaam. De op deze bofedal grazende en drinkende dieren zien er weldoorvoed uit en zelfs enigszins charmant door de draadjes gekleurde wol die in hun wol op hoofd, nek en rug zijn gevlochten. Ik meen me te herinneren dat dit het eigendomsmerk is. Stukken diervriendelijkerdan brandmerken. Toch?

wordt vervolgd