|
CHILEENSE COLLAGES – 27 (12072012) Zaterdag, 7 april 2012 – Valparaíso. Van het oude cachot, dat in het ontwerp van Oscar Niemeyer had moeten verdwijnen omdat het bouwvallig zou zijn – hetgeen hem was ingefluisterd door de toenmalige burgemeester die het ding graag wilde slopen – is iets moois gemaakt. Dat wil zeggen van de binnenkant, want de buitenkant is in de oude staat geconserveerd. Binnen de vier muren zijn de cellen en de vloeren gesloopt, waardoor er ruimte ontstond voor ateliers en repetitieruimtes voor toneel, muziek en dans. Vanuit de cellen op de hoogste verdieping hadden de gevangenen tenminste een mooi uitzicht over de Baai van Valparaíso, hun collega’s op de begane grond keken naar een blinde muur, terwijl een deel van de gevangenen die ingesloten zaten op de tussenverdieping het moesten doen met een blijk op de grafmonumenten van de oudste begraafplaatsen van de stad op de Cerro Panteón. Het zijn er drie: Cementerio N°1, Cementerio de los Disidentes en Cementerio N°2. De “disidentes” zijn in deze “andersdenkenden” qua geloofsovertuiging, toentertijd iedereen die niet Rooms-Katholiek was. Hoewel de plaatselijke overheid eigenaar van de openbare begraafplaatsen was, mochten er desondanks uitsluitend katholieken in de gewijde grond worden begraven. Dat geloof was destijds de enig formeel toegestane godsdienst in Chili. Door de groei van Valparaíso als haven en handelscentrum arriveerden meer en meer andersdenkende immigranten die aanvankelijk noodgedwongen elders moesten worden begraven: aan de buitenkant van de Cerro Playa Ancha – de Heuvel met het Brede Strand - of bij het fort van de Cerro Cordillera.
De poort van Cementerio N°2 is gesloten, doch wordt voor ons – net zoals voor alle andere bezoekers die zich aandienen – op verzoek geopend. Er is een verbod om te fotograferen van kracht, de doden willen met rust worden gelaten, hun privacy en hun graven dienen te worden gerespecteerd. Of zou er een ander motief zijn? Er wordt niet gesurveilleerd om stiekum toch fotograferende toeristen te betrappen, iets dat ik interpreteer als een aanmoediging om hier en daar snel even een beeld vast te leggen. Het Cementerio de los Disidentes ligt tussen de andere twee ingeklemd, de grafzerken zijn er opzichtig eenvoudig, de namen van de hier begraven mensen zijn allesbehalve Spaans. Nee, dan N°1 en N°2: grote grafmonumenten die boven de muren uitsteken, overdadig gebruik van marmer, onvoorstelbaar veel engelen, maar dus wel katholieke. Zo worden de verschillen tussen het sobere strenge protestantisme en het bourgondische katholisisme aanschouwelijk gemaakt dankzij een paar dodenakkers boven op een heuvel in Valparaíso. De vele beelden die vleugels, armen tot en met het hoofd hebben verloren, benadrukken dat de stad in een aardbevingszone ligt. Geheel overbodig wordt dat ook nog eens geïllustreerd door grote gaten in een buitenmuur waardoor zomaar een aardig uitzicht op delen van de stad is ontstaan. Wat minder fraai is, is het uiterlijk van een rijtje lage bovengrondse grafkelders die er, in mijn ogen althans, uitzien als ovens. Dat wil zeggen gemetselde graven in de vorm van een verlengde boekenkist met een steen aan de voorkant die het graf afsluit, zoals de ovendeur een oven. De kist met de stoffelijke resten werd uiteraard door de “ovendeur” naar binnen geschoven, waarna die werd dichtgemetseld en van een “naamplaat” werd voorzien. Van sommige graven zijn die grafstenen verdwenen of verwijderd zodat de bezoeker soms tegen slordig gestapelde bakstenen aankijkt, die wellicht achter de afdeksteen stonden toen die het voor gezien hield. Helaas is het onder de Dissidentenbegraafplaats gelegen museum gesloten, tijd om weer af te gaan dalen naar zeeniveau. Het kost weinig moeite om de “chorrillana“, de geliefde overdadig vette zaterdagse lunchhap, te vermijden. De restaurants waar dat spul wordt opgediend zijn in verband met het lange Paasweekeinde gelukkig gesloten. Alleen al het zien van zo’n schotel met een flinke lading frieten afgedekt met gebakken eieren, mayo en een lap vlees doet het cholesterolgehalte omhoog gaan, laat staan het eten ervan. Wij drinken net als gisteren koffie bij “Emporio La Rosa” een ijssalon, petit restaurant en koffiebar, die haar naam eer aan doet door delen van de wanden te decoreren met borden waarop een roos is afgebeeld. De koffie is trouwens goed te drinken. Verder moeten we. Via de Plaza Justicia met grote beelden en het gebruikelijke grijze hoofdkwartier van de Chileense marine wandelen we naar de voet van de Cerro Cordillera. De steile klim naar boven is onvermijdbaar omdat de ascensor al een tijdje op non-actief is, hetgeen ik nu voor de zoveelste keer aan den lijve ondervind omdat ik hier een jaar geleden ook al een paar keer omhoog ben geklommen. De cabine hangt ergens halverwege het traject in de ruimte, hetgeen goed is te zien als je de trap die naast de spoorbaan loopt opklimt of afdaalt. Allemaal vergeefse moeite bovendien. Het Museo Cochrane blijkt te zijn veranderd in een soort partycentrum waar vandaag de “Sushi Expo” wordt gehouden. De mooie meiden aan de receptie vertellen ons dat het museum al “een hele tijd” geen museum meer is en dat de collectie naar een onbekende locatie is verhuisd. Was dat laatste niet het geval geweest dan hadden we de sushi op de koop toegenomen. Nu moeten we het op de terugweg doen met Dali-achtige muurschilderingen en de bepaald sexy beschilderde paspoppen in de deur van boutique KAFE. Minder dan een schrale troost. wordt vervolgd |