CHILEENSE COLLAGES – 26 (08072012)

Zaterdag, 7 april 2012 – Valparaíso. ”Wet, windy and cold weather for Patagonia” waarschuwt de weervrouw op de televisie, in Valparaíso licht de ochtendzon de heuvels op. Door tijdig noordwaarts te reizen zijn we het slechte weer tot nu toe te snel af geweest en dat zal ongetwijfeld zo blijven omdat we morgen naar het noorden afreizen. Naar de droogste woestijn op aarde. Deze dag begint echter met het verkennen van twee heuvels waarvoor er tijdens eerdere bezoeken geen tijd was: de Cerro Cárcel en de Cerro Panteón, de Gevangenisheuvel en de Begraafplaatsheuvel, heuvels met zelfverklarende namen. Eerst naar de hoogste, die van de oude gevangenis. Onderweg wandelen we langs een charmante uitdragerij waarvan de buitenkant één groot uithangbord is voor de zooi die binnen wordt verkocht. Een van de ramen, die wellicht als etalage is bedoeld, oogt als een kunstige collage, waarvan de bovenkant is bekroond met een verlepte kopie van het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci, heel toepasselijk in dit Paasweekeinde. Net zo toepasselijk als “Jesus Christ Superstar” dat in de bar waar we gisteravond snel wat dronken uit de luidsprekers schalde, retromuziek zoals we tot nu toe vrijwel overal in Chili horen. Op een zijgevel elders een ode aan Vincent van Gogh, een mediterraan landschap met zonnebloemen, een zaaiende boer, cypressen en natuurlijk een zon zoals de grote meester, naar wie mijn oudste zoon is vernoemd, die zou schilderen. Langs de “Biblioteca Popular” met de koppen van Salvador Allende en een jonge Fidel Castro. Langs huizen waarvan de zijgevels zijn bekleed met mooi gecorrodeerde golfplaten die geacht worden de kou buiten te houden.

De gevangenis op de Cerro Cárcel is al sinds het einde van de vorige eeuw geen cachot meer. “Was zwaar overbevolkt” vertelt Nicolás, een bewakingsbeambte, ons. Maar volgens hem blijkt de nieuwe gevangenis ook alweer te klein, eigenlijk wel een goede manier om de toegenomen criminaliteit te meten, vind ik. Het nog grotendeels stevig ommuurde terrein, inclusief een wachttoren die in een concentratiekamp niet zou misstaan, is omgetoverd tot een park, een cultuurpark, het Parque Cultural de Valparaíso. Vanuit de openstaande poort zien we rechts het oude cellenblok met ervoor een groot gladgeschoren gazon waarin wat verloren het verwaarloosde oude kruithuis uit de Spaanse koloniale tijd staat. Uiterst links, tegen de achterkant van het terrein, is een gloednieuwe grijze betonnen kolos te zien die sterk aan een gevangenis doet denken, doch het nieuwe multifunctionele cultuurpaleis is. Het lijkt, behalve dan het overmatig gebruik van beton, niet al te zeer op het schetsontwerp dat Oscar Niemeyer de stad in 2008 schonk. Gratis en voor niets. Hoewel hij nog nooit in Valparaíso was geweest, deed hij dat ter nagedachtenis aan zijn goede Marxistische vrienden Salvador Allende en Pablo Neruda. Hoewel je ook in Chili een gegeven paard niet in de bek mag kijken, deed men dat toch. Niemeyer’s eerste ontwerp werd afgekraakt omdat sommigen vonden dat het wel heel erg leek op een ander ontwerp, namelijk op dat voor het inmiddels failliete culturele centrum van Avilès in Asturië. “Centro Cultural Ex-Cárcel: ¿El copy-paste de Niemeyer?” kopte het door architecten gerunde magazine “Plataforma Urbana”. Zo te lezen geen bewonderaars van de oude meester. In het artikel trachtte men aan te tonen dat het er verdacht veel op leek dat door te schuiven met wat van de elementen van het ontwerp voor Avilès, er een “nieuw” ontwerp voor Valparaíso tot stand zou zijn gekomen. Nou ja zeg, veel van Niemeyer’s ontwerpen hebben iets gemeenschappelijks, wat een kleinsteeds gezeur, dat is toch zijn signatuur! Anderen vonden het ontwerp niet in de context van de omgeving passen: de zo karakteristiek bebouwde heuvels van de stad, door de UNESCO erkend als Werelderfgoed. Als compromis werd een prijsvraag uitgeschreven waarvoor de oude Oscar een nieuw ontwerp indiende, wederom met een aantal zeer herkenbare “Niemeyer elementen”. Het mocht niet baten, hij kreeg er niet eens een eervolle vermelding voor. Zou dergelijk provincialisme het gevolg zijn van de geïsoleerde ligging van Chili? Ingesloten door de hoge Andes bergketen aan de westkant, in het oosten door de Stille Oceaan, in het zuiden door het Poolgebied en in het noorden door een enorme woestijn.

Nergens staat aangegeven dat het complex kan worden bezocht, maar als ik Nicolás vraag of we even wat verder mogen kijken, laat hij ons weten dat zowel het terrein als de gebouwen toegankelijk zijn voor het publiek. Naar binnen dus! Het lelijke en niet al te functionele multifunctionele gebouw – het is behoorlijk lang zoeken voordat we die ene open deur ontdekken – bevat expositieruimtes, een theater, een dansstudio en zo meer. In een kleine op een galerie lijkende ruimte hangt en staat werk onder de noemer “Objetual” – met als thema het verloren object - onderdeel van de cyclus “Sentimental” die naast beeldende kunst bestaat uit muziek, theater en “culinaire kunst” wat dat dan ook mag zijn. In de toelichtende tekst wordt er in de stad die Niemeyer afwijst tot en met een uitspraak van Freud uit 1895 bijgesleept om uit te leggen wat een installatie die bestaat uit een grote foto van een watertoren met een “brandend” kolenbed ervoor heeft te betekenen. En om alles nog wat verder aan te dikken hangt ernaast een prikbord met een collage van foto’s van toeringcars en een pagina uit Freud’s “Ensayos sobre sexualidad”. Voor mijn gevoel vertaal ik dat geheel in de geest van Freud als “Vingeroefeningen over seksualiteit”. Vergezochte onzin om iets dat niets is, toch nog op iets te laten lijken.

wordt vervolgd