CHILEENSE COLLAGES – 25 (04072012)

Donderdag, 5 april 2012 – Viña del Mar - Valparaíso. Aan de lunchtafel hebben we besloten dat het afgelopen moet zijn met de zinloze autorit door Viña del Mar en dat de aardige chauffeur en de waardeloze gids ons naar het hotel in Valparaíso moeten brengen. Er wordt tegengestribbeld, of we niet even langs het Museo Fonck kunnen rijden dat toch op de route ligt. Vooruit dan maar en gelijk genezen. Voor het museum staat “de enige Moai ter wereld buiten het Paaseiland” volgens Ricardo de gids van niets. Moais zijn de wereldbekende grote stenen beelden met een betekenis en/of bedoeling die verloren is gegaan. Nog niet zolang geleden was er in Buenos Aires een te zien, even uniek als deze en ook de enige buiten het eiland. De lijst is lang en staat op Wikipedia. Deze in Viña is uiteraard met toestemming en medewerking van iedereen van zijn plaats en uit zijn verband gerukt om hier een beetje het uithangbord van het museum te zijn. Gewoon gejat cultureel erfgoed, vind ik. Als mijn reisgenoot een paar foto’s wil maken, stoppen net de touringcars en willen tientallen andere vreemdelingen ook zo’n foto maken. Hij ziet voor het eerst van zijn leven een Moai, terwijl ik in 2005 het Paaseiland heb bezocht en de beelden in hun natuurlijke omgeving heb kunnen bewonderen. Dit is driemaal niks. ’t Is wel toevalling dat onze landgenoot Jacob Roggeveen het eiland op Paaszondag 5 april 1722 “ontdekte”, vandaag precies 290 jaar geleden. Nu is het echt gedaan met het rondrijden om de tijd van de nutteloze gids te doden. Wat er ook gebeurt onze volgende stop dient het hoog op de Cerro Concepción gelegen Manoir Atkinson te zijn. Ons hotel tot zondagochtend.

Het Manoir is gevestigd in een stijlvol gerestaureerde voormalige patriciërswoning. Het dateert uit de tijd dat geslaagde zakenlieden en de havenbaronnen van Valparaíso op deze heuvel en de naastgelegen Cerro Alegre hun succes uitstralende grote houten huizen bouwden. Met uitzicht over de baai en haventerreinen, zodat de handel in de gaten kon worden gehouden. Op het dak is een terras gemaakt waar de gast een mooi uitzicht heeft over het water, de naastgelegen heuvels, de begraafplaatsen op de Cerro Panteón en op de in de ondergaande zon oplichtende muurschilderingen op schuttingen en buitenmuren van de huizen in de buurt. Het waait echter hard, veel te hard. Waardoor het zand van de opgebroken straten ons een ongewenste zandstraalbeurt geeft en zo onze eerste ontdekkingswandeling verziekt. Nee, hier is geen reet aan. Wij halen bij de supermarkt ons dagrantsoen alcoholische en niet alcoholische versnaperingen en gaan vanavond de deur niet meer uit.

Vrijdag, 6 april 2012 – Valparaíso. De wind is vannacht gaan liggen, ’t is fris maar de zon schijnt. Geen enkel excuus om Goede Vrijdag niet te beginnen met een stevige wandeling heuvelopwaarts. Vanaf de “begane grond” van Valparaíso naar “La Sebastiana”, het derde en laatste voormalige huis van Pablo Neruda dat we zullen bezoeken. Mijn reisgenoot met conditionele achterstand laat zich niet kennen, hij klimt omhoog in zijn eigen tempo. De korte steile klimmen en kruip door, sluip door “pasajes”, de voetpaden en/of soms ongemakkelijke betonnen trappen met treden die niet altijd dezelfde hoogte of afstand hebben, maken het een wandeling met hindernissen. Maar al wandelend zien we veel meer van de omgeving en doen we veel meer couleur locale op dan wanneer we voor het gemakzuchtige ouwelullenalternatief hadden gekozen: een taxi van deur tot deur. Het is erg druk. De Zuid-Amerikaanse “Semana Santa – de Goede Week” veroorzaakt een toeristische volksverhuizing die de oorspronkelijke religieuze betekenis van Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en Pasen – het Laatste Avondmaal. de Kruisiging, de laatste dag van het Christelijke vasten en de Lijdensweek en de Opstanding van Jezus – geheel naar de achtergrond dringt en die hier bovenop de Cerro Bellavista goed zichtbaar is. Nee, dit is niet echt de goede vrijdag om Neruda’s huis te bezoeken. De buitenkant ziet er anders uit, de boom die de gevel deels verborg, is serieus gesnoeid zodat die gevel nu wel in volle glorie is te bewonderen, hoewel het natuurlijk om de inhoud gaat. Deze keer neem ik de tijd om in de kleine filmzaal naast de entree naar de daar vertoonde beelden uit het leven van Neruda te kijken. Een nogal compacte korte pedante man vertelt in verschillende behoorlijk gedateerde zwart-wit documentaires over zijn leven en werk. Het doet me weinig todat er opeeens iets uitspringt. Op verzoek draagt Neruda zijn ellenlange ode aan Chili voor. Net zo lang als het land zelf is, denk ik. Maar zoals die ene versregel begint, blijft mij bij en zal mij bijblijven totdat Alzheimer toe zal slaan: “Mi país delgado - mijn slanke vaderland”, spreekt hij met zoveel gevoel en hartstocht uit en beschrijft het land in drie woorden op een dusdanig kernachtig manier dat ik uit pure bewondering even mijn adem inhoud.

We dalen de heuvel af door het Museo Cielo Abierto, het museum in de open lucht. Gedecoreerde trap op, versierde trap af. Straat met straatkunst, ongemakkelijk straatmeubilair en versierde lantarenpalen in, straat met muurschilderingen uit. Als ik zonder na te denken de plattegrond uit mijn kontzak trek om te kijken of we goed zitten qua afdaling, worden we gelijk door een paar jonge Romney’s – jonge Amerikanen die huis aan huis proberen de bewoners tot Mormoon te bekeren – lastig gevallen. We doen of we geen Engels of Spaans verstaan, je weet maar nooit......

wordt vervolgd