|
CHILEENSE COLLAGES – 24 (30062012) Woensdag, 4 april 2012 – Santiago de Chile. De Centrale Bank van Chili bezit niet alleen een aardige collectie Chileense schilderkunst, maar heeft op de begane grond ook nog eens een aan geld – wat anders? - gewijd museum in wording. Behalve alle ooit door de Bank zelf in omloop gebrachte biljetten en munten, is er een groot aantal biljetten uit de hele wereld te zien. Als iemand hoort dat wij Nederlanders zijn, wordt onmiddellijk bewondering uitgesproken voor de kleurrijke ontwerpen van Ootje Oxenaar. Jeetje, dit is een spontaan nostalgisch moment, het terugverlangen naar de Snip – wat is er met de wip voor een snip gebeurd? -, de Zonnebloem en de Vuurtoren van Haamstede. Vooral die laatste twee, maar ook de eerdere ontwerpen met beroemdheden uit de vaderlandse geschiedenis – Michiel de Ruyter, Spinoza, van Oldenbarneveldt en anderen – zijn zo verschrikkelijk Nederlands en zulke fantastische ontwerpen, dat je zou wensen dat die fletse Eurodingen zo snel mogelijk worden opgedoekt en de vertrouwde en betrouwbare Gulden opnieuw onze munteenheid wordt. Oxenaar’s ontwerpen voor de Euro, ik heb ze nooit gezien, waren naar verluidt iets te veel van het goede voor de saaie Eurocraten en werden afgewezen. De onder leiding van onze gastheer ontworpen en ingevoerde duurzame Chileense bankbiljetten, volgens hem kan je die zonder enig probleem in de wasmachine mee laten draaien, worden ons vol trots getoond. De modernste veiligheidskenmerken zijn er in verwerkt en naast de ons onbekende Chileense patriotten op de voorzijde, staan er op de achterkant een paar landschappen die we wel herkennen: de Torres del Paine – 1.000 Pesos - en het Nationale Park Alberto Agostini - 10.000 Pesos - hebben we al bezocht, het Surire zoutmeer in de noordelijke woestijn – 20.000 Pesos – staat ons nog te wachten. Om misverstanden te voorkomen: voor één Euro krijgt met ongeveer 600 Chileense Pesos. Mijn reisgenoot scoort net voor we afscheid nemen een uniek Chili-souvernir: op een bankbiljet van 1.000 Pesos, zet onze gastheer een originele handtekening naast de pieken van de Torres del Paine. Stukken zeldzamer dan zijn op ieder Chileens bankbiljet afgedrukte signatuur en wie weet hoeveel een liefhebber daar in de toekomst voor zal bieden. Voor de door een ongelukkig toeval in circulatie gebrachte munten van 50 Pesos waarop de naam van het land verkeerd is gespeld, zou door verzamelaars inmiddels meer dan 30.000 Pesos worden geboden. Donderdag, 5 april 2012 – Santiago de Chile – Isla Negra – Valparaíso. Gisteravond laat belde Ana Laura van het reisburo over ons programma voor vandaag en vroeg aan het einde, voor de zekerheid, of de gids per se Engels moest spreken. Dat leek haar nogal overbodig omdat onze converensatie in het Spaans werd gevoerd. Maar ja, mijn reisgenoot is die taal niet machtig en ik heb soms geen zin – schande! - om te tolken. Die gids kwam mij sowieso als overbodig voor omdat we enkel en alleen via het huis van Pablo Neruda in Isla Negra naar ons hotel in Valparaíso wilden worden vervoerd en verder niets. Ana Laura hield vol dat die gids was besteld en dus geleverd zou worden. Aldus maken we kennis met Ricardo, de meest luie en meest zinloze gids die me ooit is opgedrongen. Angel gedraagt zich gewoon als chauffeur, Ricardo gedraagt zich als een intellectueel die door wat financiële tegenwind noodgedwongen aan het downdaten is door met toeristen op pad te gaan en daarbij een abominabel soort Engels spreekt dat soms een vertaling via het Spaans nodig heeft om te worden begrepen. In Isla Negra heeft hij bovendien geen enkele rol – buiten het betalen van de toegangsprijs – omdat er uitsluitend met eigen rondleiders wordt gewerkt en in het hotel in Valparaíso zijn we meer dan in staat om aan de receptie ons zegje te doen. Het huis van Pablo Neruda heb ik een jaar geleden al eens bezocht. Het enige dat anders is, is de stukken wildere branding van de Stille Oceaan, het ontbreken van een fysieke rondleider die is vervangen door een audiogids die na een druk op de knop vertelt wat je ziet, en ....... in de slaapkamer is boven het bed de prent verwijderd die ons werd aangepraat als “Le Port de Rotterdam” doch door mij als zodanig werd gediskwalificeerd. Terecht, er stond geen “r” maar een “n” in de tekst onder de afbeelding, een brug dus in plaats van een haven. Na de uit een rots gehouden kop van Pablo, die in de branding staat, over de bol te hebben geaaid denken wij onderweg te gaan naar ons hotel in Valparaíso, maar komen terecht in Viña del Mar, de buurgemeente. Het blijkt dat we recht hebben op een niet bestelde citytour door Valpo en Viña, de echte reden waarom de gids is meegekomen. We rijden langs de kustweg tot aan Reñaca, waar tegenover een rots bevolkt door zeeleeuwen en naast Hotel Neruda het Restaurant Calfulafquen – Mapuche voor “Blauwe Zee” - ligt. Daar krijgen Angel en Ricardo hun gratis lunch en wordt een deskundige poging gedaan om de toeristen even lekker uit te schudden. Hetgeen, moet ik met het schaamrood op de wangen bekennen, bovendien nog deels lukt ook. wordt vervolgd |