|
CHILEENSE COLLAGES – 23 (27062012) Woensdag, 4 april 2012 – Santiago de Chile. Qua elegantie verliest Santiago het met grote afstand van Buenos Aires. Chili is een conservatief katholiek land en straalt dat behoorlijk uit, aan de andere kant van de Andes is men stukken vrijzinniger. Ik wil niet zeggen dat Santiago een truttige uitstraling heeft, maar het neigt er wel wat naar. Rond lunchtijd is het druk op de Plaza de Armas, er wordt aan vele borden fanatiek geschaakt, aan de zijkant van het plein houdt een komiek aardig wat publiek bezig. Mensen die niets beters te doen hebben of hun lunchpauze op deze manier benutten? Net zoals in Buenos Aires altijd veel mensen op straat lopen die onderweg zijn om iets te doen, maar zeker niet aan het arbeidsproces deelnemen. In Buenos Aires zegt iedereen een “trámite” te moeten doen, een of ander ambtelijk thema afdoen. Zoiets wordt zonder uitzondering zonder tegenvragen en vol begrip geaccepteerd. Ik heb althans nog nooit iemand horen vragen over wat voor “trámite” het dan wel zou gaan, terwijl er onnoemelijk veel arbeidsuren mee verloren gaan. Wij gaan op zoek naar een BurgerKing, die we – als het zo uitkomt - wereldwijd aan een vergelijkende smaaktest onderwerpen. Met Mc en de burgers die door die Yanks worden verkocht, willen we liever niets te maken hebben. Wat een smakeloze zooi is dat. Toen ons in Punta Arenas, in het diepe zuiden van Chili, werd verteld dat het filiaal van Mc aldaar had moeten sluiten omdat de bevolking de voorkeur gaf aan hun plaatselijke snacks, vond ik dat behoorlijk goed nieuws. In de “whopperwinkel” is het erg druk, tweederde van de toonbank is gereserveerd voor “Groupon” klanten – ja, ja ook hier - hetgeen de drukte zondermeer verklaart. Wij doen een informele Michelin beoordeling van de whopper en zijn zeer te spreken over kwaliteit en smaak van de Santiago variant. Eén ster. Aldus gesterkt en verkwikt gaan we onderweg naar de Centrale Bank van Chili in “la City” van Santiago. Daar hebben de meeste banken hun hoofdkantoor of tenminste een vestiging om maar zo dicht mogelijk bij de spin in het Chileense geldweb te kunnen vertoeven. Het gebouw van de in 1925 opgerichte bank straalt de autoriteit uit die bij een dergelijke belangrijke instelling hoort en eenmaal binnen straalt het de rijkdom uit die Chili destijds bezat dankzij de enorme export van nitraat - “Chili Salpeter” - dat in de noordelijke woestijn werden gemijnd. Na de Wall Streetcrash en de daarop volgende wereldwijde economische depressie zakte de vraag naar nitraat in en na een korte opleving in de tweede helft van de jaren 30 van de vorige eeuw was het voorgoed gedaan met deze industrie nadat in Duitsland de veel goedkoper te produceren kunstmest was uitgevonden. Als plaatsvervanger kwam er dieper uit de woestijngrond – nitraat vindt men op slechts een paar meter onder de oppervlakte - koper en kon het goede leven weer worden opgepakt. Statig, prettige luxe, rust, strenge beveiliging. Als vrienden van een hoge functionaris moeten we ons uiteraard wel aan alle controles onderwerpen, maar dat gebeurt op een verontschuldigende toon en, voor mijn gevoel, niet overdadig grondig. Gasten van een hoge ome zijn vast en zeker ook hoge omes, nietwaar? Hoewel we er allerminst zo bijlopen. In een enkele tas of backpack waaruit bijna vijf weken moet worden geleefd is nu eenmaal geen plaats voor nette pakken, geklede overhemden, stropdassen of keurig gepoeste zwarte leren schoenen. Een serene sfeer, kostbaar natuursteen, duur hout, uiteraard overal houten lambrizeringen, dikke tapijten, hoge plafonds, een bijna gefluisterde begroeting door de secretaresse. Ontvangst, rondleiding, te beginnen met de vergaderzaal van de directie. We bekijken een deel van de daar hangende kunstcollectie van de bank en mogen zowaar wat foto’s maken, iets dat in andere delen van het gebouw streng verboden is. Daarna dalen we af naar het inner sanctum waar achter een dikke kluisdeur en in de kluis achter tralies de geldvoorraad van het land ligt opgeslagen in ruim bemeten cellen. Nou dat valt bar tegen, in een van die cellen staan een zooitje houten kisten waarin bankbiljetten zitten die wachten om te worden uitgepakt en in circulatie te worden gebracht. Veel haast is er echter niet. De inflatie is laag en als gevolg daarvan is de behoefte aan extra geld navenant gering, iets dat voor iemand met mijn achtergrond heel vanzelfsprekend is. Het is teleurstellend dat er geen staven goud liggen, maar die blijken uit de mode te zijn, de bank heeft er nog maar één. Wat volgt is spectaculair. Een paar weken geleden zijn er machines in gebruik genomen om bankbiljetten te screenen die door de banken worden geretourneerd als zijnde ongeschikt om nog langer te gebruiken. De lasers van de machines beoordelen stukken sneller en nauwkeuriger dan het oog of een biljet vals is of echt en of het inderdaad uit de circulatie moet worden genomen of daar nog goed genoeg voor is. Hoewel de machines behoorlijk kostbaar zijn, verdienen ze zichzelf in een paar jaar terug omdat er veel meer valse biljetten worden gedecteerd dan voorheen toen het proces “handenarbeid” was. Valse biljetten worden namelijk niet vergoed aan de bank die ze heeft ingeleverd. Alle afgekeurde biljetten worden vernietigd door een papierversnipperaar, de snippers gaan via de buizenpost naar een pers die pakketjes versnipperde bankbiljetten ter grootte van een baksteen uitpoept in een container. Zoals hooibalen worden uitgepoept door een oogstende combine. Als aandenken krijgen we zo’n baksteen die een paar uur geleden nog een waarde van 12 miljoen Chileense Peso’s had! wordt vervolgd |