|
CHILEENSE COLLAGES – 22 (24062012) Woensdag, 4 april 2012 – Santiago de Chile. Voor de deur van het Museo Chileno de Arte Precolombiano krijgen we even het gevoel dat toeristen op het Amsterdamse Museumplein al jaren moeten hebben: WEGENS VERBOUWING GESLOTEN. De naastgelegen Tribunales, het Gerechtshof, gaat eveneens schuil achter een schutting. De universele toepasbaarheid van de Cruyffiaanse theorie ”Ieder nadeel hep zijn voordeel” wordt weer eens bewezen, want als het museum open zou zijn geweest, waren we nooit in het Café Copacabana terecht gekomen voor een ”café con piernas”. Sinds ik daar een jaar of tien geleden iets over las, staat een bezoek eraan op mijn programma. Het kwam er echter nooit van als ik in Santiago was omdat het kantoor van mijn werkgever een eind buiten het stadscentrum lag. En het is juist daar, en daar aleen, dat een dergelijke kop koffie kan worden gedronken. Het is er erg druk, zowel aan de bar als aan de tafeltjes, de verlichting is schemerig en heeft iets zwoels, er wordt stevig gerookt. Het café heeft een toog zonder de gebruikelijke gesloten voorkant, het blad wordt hier en daar ondersteund door iets dat op een tafelpoot lijkt, hetgeen echter buitengewoon fuctioneel is. Veel meer zou de in deze ambiance zo nadrukkelijk nagestreefde “openheid” beslist geweld aan doen. De diensters dragen elegante schoenen met ongemakkelijk hoge hakken en hebben een paarsig – lycra? - niemandalletje aan dat lekker strak om het lichaam sluit en de billen slechts met grote moeite bedekt. Het spreekt vanzelf dat slechts jongedames met een bijna modellenlichaam in dit café een baan krijgen. “Café con piernas – koffie met benen” ten voeten uit. De koffie is in dit café ietsje duurder dan elders, maar in zo’n decor smaakt het stukken lekkerder! Met dergelijke concurrentie krijgt Starbucks in Santiago nooit een voet aan de grond. Het MAC, het Museo de Arte Contemporáneo – het Museum voor Hedendaagse Kunst, is heel wat makkelijker te vinden dan het huis van Pablo Neruda gisteren. Het ligt in het Parque Forestal aan de rand van het centrum waar het traditionele geblokte stratenpatroon het vrijwel onmogelijk maakt te verdwalen. Een statig klassiek ruim honderd jaar oud gebouw, een nationaal monument zelfs. Op het plein ervoor een beeld van de Colombiaanse beeldhouwer Fernando Botero van wat een Zeeuws paard zou kunnen zijn, een veelbelovend begin. Entree €1, ja heus één enkele Euro! Twee verdiepingen en een subsuelo, een souterrain. Twee thematische tentoonstellingen en een keldervullende lichtinstallatie in het vooruitzicht. “Identidad Feminina uit de collectie van het IVAM” uit Valencia en “Chile años 70 y 80, memoria y experimentalidad”, de jaren van Pinochet. Dat laatste uit zich in nog al wat referenties in de kunstwerken naar die militaire dictatuur, hetgeen perfect aansluit bij het boek “De amor y de sombra – Liefde en schaduw“ van Isabel Allende dat ik de afgelopen dagen heb gelezen. Die roman is zonder enige twijfel gebaseerd op de gevangenneming in oktober 1973 van vijftien eenvoudige landarbeiders uit het aan de zuidkant van Santiago gelegen dorp Isla de Maipo. De opgepakte mannen verdwenen spoorloos totdat hun stoffelijke resten vijf jaar later werden ontdekt in de ovens van een verlaten kalkmijn in het nabijgelegen dorp Lonquén. Het was een van de eerste zichtbare bewijzen dat het regime mensen oppakte, zonder enige vorm van proces liquideerde en dat vervolgens probeerde te verdoezelen. In dit geval dus niet goed genoeg. Destijds totaal onwetend over wat zich hier tijdens de dictatuur had afgespeeld, reed ik in oktober 2005 na gedane arbeid eens met een collega door die vrijwel onbevolkte streek. We waren de berg opgeweest om mij voor het eerst sinds ik me kon heugen even sneeuw aan te laten raken, verderop langs de bergweg lag een gipsmijn. Op de weg terug naar Santiago reden we door een dorp waar een verkiezingsposter hing voor Isabel Allende. Niet de schrijfster, maar een ander achternichtje van President Salvador. Nog niet eens halverwege de rondgang door de zalen dringt zich het gevoel op dat het meest aanprekende kunstwerk waarschijnlijk niet in het museum hangt, maar buiten op straat staat. Ik kan echt helemaal niets met de bloederige collage “El Aborto” van Francisco Brugnoli: een bed, een vrouw, een verminkte babypop die uit haar onderlichaam steekt en een grote hoeveelheid onderdelen van poppen aan het voeteneinde van het bed. Of de wonderlijke installatie van Natividad Navalón die ze gewetenloos “La sombra de la conciencia – De schaduw van het geweten” heeft gedoopt. Mijn reisgenoot is beeldhouwer en Natividad zegt dat ook te zijn. Een zooitje steigerpijpen die gestapelde zitkussens op hun plaats houden op de manier waarop bij het TNO het weerstandsvermogen en de duurzaamheid van zulke kussens wordt getest, kan ik zelfs met de grootst mogelijke moeite niet als een beeldhouwwerk zien. En dan “Sobremesa – Natafelen” een werk dat bestaat uit de mooi gekruist verbonden poten van achttien klassieke stoelen rond een imaginaire tafel die op een verder lege hoge wand zijn bevestigd. Deze installatie van Josefina Fontecillo zou het geheugen vormen van het va et vient, de gesprekken van de klanten die in de loop van een eeuw op die stoelen aan tafel schoven. Een flinke dosis inlevingsvermogen is vereist om het werk door de ogen van de maker te kunnen beschouwen en zelfs dan kost het nog de nodige inspanning. Daarna doe ik geen enkele moeite meer om de “identidad feminina” van de in de volgende zaal met infuusslangen gewurgde speelgoedbeer te doorgronden. Voor een Euro op de eerste rang zitten valt niet mee. wordt vervolgd |