CHILEENSE COLLAGES – 21 (19062012)

Dinsdag, 3 april 2012 – Santiago de Chile. Na de wandeling waar geen eind aan leek te komen, doch die achteraf alles behalve saai was, komen we zowaar in de wijk Bellavista bij “la Chascona” terecht. Het huis in Santiago dat de onvermoeibaar rokkenjagende Pablo Neruda in 1953 kocht om ongestoord en comfortabel overspel te kunnen plegen met de zangeres Matilde Urrutia, zijn toenmalige maîtresse die in 1966 zijn derde echtgenote zou worden. Voor de overtuigde Marxist die Neruda was, was dit kennelijk dé manier om wat hij van “Das Kapital” had opgestoken in de praktijk te brengen. Misschien heeft het Marxisme wel goed verstopte geheimen die slechts door weinigen worden doorgrond. Helaas behoor ik zelf niet tot dat selecte gezelschap. Het door de Fundación Pablo Neruda beheerde huis heeft wat weg van een medische praktijk: alles op afspraak. Dat is zowel hier als op Isla Negra en in Valparaíso strak geregeld. De architectuur van de huizen, de inrichting en de decoratie vertonen grote gelijkenis, hoewel ze tegelijkertijd totaal niet op elkaar lijken qua ligging en uiterlijk. Ze stralen Neruda’s voorliefde voor water en de zee uit, de gevolgen van een bijna dwangmatige verzamelwoede, zijn verslaving aan vrouwen en het goede leven. Zo liep door “la Chascona” een inmiddels gedempt riviertje en hebben de ramen van het benedenhuis de vorm van patrijspoorten. Zo keken de aan de dis genode gasten van het huis dat midden in een stadswijk ligt, vanuit de op een kajuit lijkende eetzaal door de patrijspoorten naar stromend water........... Op meerdere plaatsen staan door de Italiaan Piero Fornasetti gedecoreerde kamerschermen – geschenken van een goede vriend - , buiten in een boom hangen de alziende ogen van een ander niet minder bevriende beeldend kunstenaar. De boegbeelden in de wachtruimte, stoere dames met een stel flinke borsten, net zoals Wilhelmina van het huis in Isla Negra, houden de boel in de gaten en zijn een voorproefje van wat de Nerudapelgrim kan verwachten op het Zwarte Eiland dat geen eiland is.

Net zomin als het huis in Santiago een huis in de traditionele zin van het woord is, het is een kleine nederzetting die uit drie delen bestaat: het benedenhuis, het hoger gelegen woonhuis en het nog wat hoger en achteraf gelegen werkhuis - het uitzicht over de stad is inmiddels verdwenen – met daarin de werkkamer en de bibliotheek van Neruda. Of wat daar van over is, want die heeft de dictatuur van Agusto Pinochet en zijn kornuiten slechts gedeeltelijk overleefd. Tijdens een inval kort na de staatsgreep van 11 september 1973 werden de boeken uit de schappen gerukt en in de toen nog stromende rivier gegooid. Gezien Neruda’s politieke overtuiging en zijn vrienschap met Salvador Allende was dat vast en zeker subversieve literatuur. Bizar vind ik dat de toen al zieke Neruda een paar dagen na de staatsgreep overleed – hij had daardoor, volgens de befaamde welingelichte bronnen, geen zin meer om verder te leven – en dat de rivier naderhand ondergronds is gegaan. Op de buitenmuur onder het balkon van de bibliotheek een verwijzing naar de Tsjechische poëet Jan Neruda, van wie Pablo de achternaam heeft geconfisceerd. Neftali Ricardo Reyes Basoalto, nee dat klinkt echt niet zo gelikt. Beter een goed gejat pseudoniem dan die naam. Zo is ook “la Chascona” min of meer een pseudoniem, het was de troetelnaam die Neruda aan zijn geliefde gaf vanwege haar warrige bos rood haar. Dat beeld is verwerkt in het logo van het huis dat, net als de “Neruda vis”, overdadig aanwezig is. De marketing jongens en meisjes moeten nu eenmaal bewijzen dat ze een toegevoegde waarde hebben. Maar waarom moet iemand met de statuur van Neruda eigenlijk aan de man worden gebracht? Is het allemaal dan toch een misleidende commerciële truc? Ook de directe omgeving van het huis probeert een graantje mee te pikken. Hoewel ik geloof dat het amfitheater voor de deur bij het huis hoort, doen de muurschilderingen aan de overkant, waarachter zich een restaurant verschuilt, vermoeden dat “Neruda” gewoon een goed in de markt liggend merk is.

De weg terug naar het hotel wordt een dramatische dwaaltocht, we raken de weg helemaal kwijt. Het gemakkelijke stratenpatroon van zoveel andere steden in voormalige Spaanse kolonies ontbreekt in het deel van Santiago waar wij met de kaart in de hand dwalen en verdwalen. Na een paar keer de weg te hebben gevraagd, nemen we tenslotte de welgemeende raad ter harte: een taxi. Net zoals elders op dit continent een betaalbaar alternatief waarmee een lange rit goedkoper is dan het gemiddelde Nederlandse instaptarief. In nauwelijks een vloek en een zucht worden we afgezet op het kruispunt van San Antonio en Santo Domingo, terug op bekend terrein in het centrum dat gelukkig wel een wafelijzer stratenpatroon heeft. Tijd voor een groot glas koud bier ter voorbereiding op de dinerafspraak bij mijn oud-collega Alejandro, die nadat we ophielden collega’s te zijn een mooie carrière heeft gemaakt bij de Chileense Centrale Bank. Net geen Duisenberg, maar bijna. Zijn handtekening staat op alle Chileense bankbiljetten, iets dat toch wel heel bijzonder is. Desondanks zijn hij en zijn gezin dezelfde aardige en gastvrije mensen van voorheen, de avond vliegt voorbij. Als afscheidssuprise wordt ons gevraagd om morgen voor een privérondleiding bij de Centrale Bank langs te komen, zo’n uniek geschenk kunnen we natuurlijk niet afslaan.

wordt vervolgd