CHILEENSE COLLAGES – 20 (15062012)

Maandag, 2 april 2012 – Puerto Varas - Santiago de Chile. Niet dat ik iets met aardlagen heb, maar door de werkzaamheden aan de weg van Ensenada naar Puerto Varas zijn die opvallend mooi zichtbaar. Aardse kleuren, bijna een toevallig kunstwerk zonder dat er een kunstenaar aan te pas is gekomen. De aandacht voor de Osornovulkaan en het Llanquihuemeer aan de andere kant verslapt even. Eenmaal terug in Puerto Varas moeten we de busterminal zien te vinden, de volgende etappe is namelijk een busreis van duizend kilometer, ja zeker 1.000 km!, naar de Chileense hoofdstad Santiago. En het is ook nog eens een reis door de nacht. Dankzij de ligging van de terminal pikken we, jawel en het zal echt de laatste zijn, de “shinglekathedraal” van de stad nog even mee en zien we de minder welvarende buurten. De kant die we zondag hebben gemist, hoewel het in de Zuid-Amerikaanse context reuze meevalt. Geen “villas miseria” of “favelas” zoals de sloppenwijken in Argentinië en Brazilië worden genoemd, gewoon buurten waar de economische voorspoed tot nu toe enigszins aan voorbij is gegaan. Omdat het nog even duurt voordat de huurauto wordt opgehaald en de bus vertrekt, gaan we op zoek naar tapbier. Dat valt niet mee, maar uiteindelijk belanden we in een uiterst simpele kroeg die, hoewel gesloten, een paar rare buitenlanders wel wil tappen. Nadat we afgerekend hebben, gaat de deur gelijk stevig op slot waarna ik ongewild voor de tweede keer binnen een jaar in een “036” situatie terecht kom. In een bureaucratisch web dus. De vorige keer was bijna een jaar geleden in Rotterdam, waar het me nog maar een maand geleden tenslotte na zowat zeven jaar proberen is gelukt om mijn goede huisadres in Buenos Aires in de administratie van de gemeentelijke belastingdienst op te laten nemen. De aanslagen waren jarenlang fout geadresseerd – wel het land, niet de woonplaats - de aanmaning die ik na de reis op de deurmat vond echter wel!

En hier in Puerto Vargas is het Hertz. De afspraak leek zo eenvoudig: de huurauto zou om kwart voor zeven bij de busterminal door iemand van Hertz worden opgehaald, zodat we niet terug hoefden te rijden naar Puerto Montt. Deze afspraak was bij het in ontvangst nemen van de auto bevestigd, dat was vorige week vrijdag. Om 7 uur geen Hertz in zich, de bus vertrekt om 7.30. Op de nummers die ik heb meegekregen wordt niet geantwoord, zodat ik het nationale nummer ga bellen. Ook geen antwoord. Uiteindelijk het nummer dat in noodgevallen moet worden gebeld dan maar. Nee, niemand spreekt Engels. Nu maakt dat niet uit omdat ik Spaans spreek, maar ik vermoedde op die manier eerder te zullen worden geholpen. “Dit nummer is alleen bestemd voor ongevallen, meneer!”, zo spreekt men mij streng toe. In hetzelfde gesprek wordt bevestigd dat alle andere nummers die ik heb gebeld wel goed zijn, doch uitsluitend tijdens kantooruren kunnen worden bereikt. Daar staan we dan. Hertz gaat onze reis natuurlijk niet in de war sturen. Terwijl mijn reisgenoot onze reiscoördinator in Argentinië belt, praat ik met de dames van de servicebalie van de busonderneming. Daar mag ik de sleutels van de auto achterlaten en dan bekijkt Hertz het verder maar. De bus arriveert keurig op tijd, we hebben prima business class slaapstoelen, zo komen we de nacht wel door.

Dinsdag, 3 april 2012 – Santiago de Chile.. Bij de receptie van ons hotel in Santiago beleven we deel twee van 036 van gisteravond. De reisagent heeft de waarborgsom voor ons verblijf nog niet betaald. We krijgen een ontbijt aangeboden en indien ik de waarborgsom betaal, wordt er zelfs een kamer voor ons klaargemaakt. Na een half slapeloze nacht en een lange dag voor de boeg is praktisch handelen de enige logische optie. Betalen dus om een paar uur later opgefrist richting “la Chascona” te kunnen gaan, het enige huis van Pablo Neruda dat ik nog niet ken. Angel, de chauffeur die ons bij aankomst opwachtte, had het uitgelegd: vanuit het hotel vijf blokken naar rechts en daarna naar links. Niet te missen. De werkelijkheid is totaal anders. Hij had beter kunnen zeggen dat hij nog nooit van de winnaar – in 1971 - van de Nobelprijs voor Literatuur had gehoord. Niet dat we verdwalen, we zien gewoonweg ongevraagd flinke delen van de stad die niet op het programma stonden. Als we de weg vragen, worden we meerdere malen geadviseerd een taxi te nemen, hetgeen over het algemeen geen goed teken is. Toch houden we stug vol, lopen door straten in een rommelige wijk die duidelijk in een wat mindere fase van zijn bestaan verkeert en komen onverwacht en onbedoeld terecht in “Les Halles”, de hallen van de Chileense hoodstad: La Vega. Kleurrijk is het minste wat er op zo’n enorme groeten- en fruitmarkt is te zien. En soms verrassend, vooral de grote vaten met diverse soorten olijven en ingelegd ander zuur dat wordt verkocht zoals in mijn jeugd de zuurkool in het vaderland: uit de ton. Nog eens de weg vragen en nog eens. We gaan de goede kant uit en wandelen inmiddels door Barrio Patronato, volgens eigen zeggen het “barrio comercial y cosmopolita de Chile”. Dat uit zich onder andere door hip geklede paspoppen op het trottoir en gevels die zijn bespoten door graffiti-artiesten. Nou ja, beter aan de spuitbus dan aan de spuit.

wordt vervolgd