CHILEENSE COLLAGES – 16 (29052012)

Zaterdag, 31 maart 2012 – Chiloé. “Wat de Malbec is voor Argentinië, is de Carménère voor Chili”, zo werd ons een week geleden, al varend over de verlaten Vuurlandse waterwegen aan boord van de Stella Australis, onderwezen. Beide druivensoorten komen oorspronkelijk uit de omgeving van Bordeaux en beide leden zwaar onder de druifluisepidemie van de jaren 1860. Van de Carménère werd zelfs aangenomen dat die geheel was uitgeroeid, totdat de druif ruim twintig jaar geleden door toeval in Chili werd “herontdekt”. Nu ben ik een fervent Malbec drinker, maar heb in vele buitenlanden geleerd te leren leven met de lokale beperkingen. Zo ook vandaag op het eiland Chiloé. Na de volledig verzorgde reizen per boot en de stevige lunch in Chonchi, is het verder een “brooddag”. Op die manier hebben we ook geen gezeur over het laatste flesje bier, de schotel die wel op het menu staat maar “helaas” niet meer voorhanden is, het ontbreken van een drankvergunning of een hotel waar behalve een lullig ontbijt geen eten wordt geprepareerd of drank geserveerd. De kleine buurtsuper biedt uitkomst: whisky, bier – mijn goede vriend en reisgenoot drinkt graag een variant op de vaderlandse kopstoot – brood, beleg en ......... een blokpak Carménère. Het begin van een tijdelijke verslaving, want deze soepel drinkende wijn is in Buenos Aires niet te koop bij mijn buurtsuper en bovendien wil ik voorkomen om in Argentinië van landverraad te worden beticht. Terug in het hotel moet ik wel aan de receptioniste vragen de lichten aan te doen, de kachel aan te steken, de doorgebrande lampen in de internetruimte te vervangen – derde keer - enzovoorts. Ze heeft nauwelijks tijd voor de gasten. De mobiele telefoon zit tegen haar oor geplakt, haar bijna krolse gelach en haar steeds roder wordende wangen verklappen dat het een opwindende zaterdagavond zal gaan worden. Zij wel!

Zondag, 1 april 2012 – Castro – Puerto Varas - Cochamó. Hotel Palafito 1326 is nu echt uitgeroepen tot het allerslechtst geleide hotel waar ik ooit heb gelogeerd. die conclusie wordt vanochtend aan het ontbijt keihard bevestigd. Nee kaas is er niet vandaag, nee er is ook niet meer boter, maar er is wel een avocadopasta, ooit een decadente Chileense lekkernij die nu te pas en te onpas op tafel staat. Gedesinteresseerd personeel, werkstudenten en bijklussende huisvrouwen die niet weten hoe ze de tafel moeten dekken – daarvoor krijgen ze les met geplastificeerde foto’s - of met de gasten om moeten gaan en/of niet weten hoe moet worden bediend en/of naar het hotel komen, achter de balie gaan hangen of gezellig gaan ontbijten om bij te komen van hun drukke sociale leven en/of nachtelijke avonturen. De eigenaren of het door hen ingehuurde management heeft een lekker lang vrij weekeinde en is 24 uur per dag onzichtbaar c.q. niet aanwezig. Mooie lokatie, hoewel wat ver uit het centrum, mooi gebouw, prima ingericht, aangename decoratieve accenten, maar voor de rest kan je er maar beter wegblijven. Ons hotel voor later vandaag kan nooit slechter zijn. Vermijdt hotel Palafito 1326 in Castro in ieder geval als de pest!!

We hebben een redelijke lange weg te gaan naar onze volgende bestemming, bijna 300km naar het noord-oosten, naar Cochamó. Een dorp, een gehucht of wellicht nog minder, aan de oever van het Reloncavífjord, weggestopt in een gematigd regenwoud. Daar zijn er niet zoveel van op onze planeet, dus dat moet de moeite wel waard zijn. Voor onderweg hebben we een restje houten kerkepad geprogrammeerd, te beginnen met de kathedraal van Castro. Al weer zo’n in blauw-geel geverfde en overdadig gerestaureerde kerk. Het is Palmzondag, enthousiast met olijftakjes zwaaiende gelovigen gaan zingend de kerk binnen. Het is echt dringen geblazen. Terwijl ik altijd van het omgekeerde overtuigd was: voor het zingen de kerk uit. Mijn reisgenoot, katholiek groot gebracht, volgt de gelovigen, ik loop om de kerk heen en ontdek in het VVV kantoor maquettes van de zes belangrijkste houten kerken van Chiloé. Op die manier krijg ik tenminste toch een beeld van hoe de bijna gesloopte kerk in Nercón er in volle glorie heeft uitgezien. Dalcahue, het volgende dorp, de volgende kerk, die aan Nuestra Señora de los Dolores is gewijd, opnieuw een druk bezochte Palmpasenmis. Mooie brede voorgevel, een kerk met brede heupen als het ware. De façade, hoewel verveloos en een variatie op hetzelfde thema, ziet er toch een stuk eleganter uit dan alle andere kerken die we tot nu toe hebben bewonderd. Dat komt vast door die 6 smalle boogjes in de vorm van een klassiek kerkraam en de decoraties – Franse lelies? – in de deurposten. Wel jammer dat er ontsierende metalen hekken tussen de pilaren zijn gehangen, dat hoort niet bij een houten gebouw. Voordat we de pont naar het vaste land nemen, stoppen we in Chacao voor de laatste keer bij een Chilote kerk. Die is bekleed met golfplaten, ongetwijfeld om het hout tegen zoute water van de nabijglegen oceaan te beschermen, maar tegelijkertijd een ernstige vorm van karakterroof. Gelukkig heeft het interieur de religieuze eenvoud behouden en daar gaat het uiteindelijk om. Inclusief de deels frivool scheef hangende staties van de Via Crucis. Te veel miswijn genuttigd voor het afstoffen? Foei!

wordt vervolgd