CHILEENSE COLLAGES – 14 (20052012)

Zaterdag, 31 maart 2012 – Vilipulli - Chonchi. Gezien onze ervaring van gisteren, toen de deuren van de ene kerk na de andere op slot zaten, willen we de kans om die van Vilipulli van binnen te kunnen bekijken niet laten lopen. Het exterieur ziet er behoorlijk origineel uit, gewoon de ruwhouten shingles die ruim honderd jaar geleden tegen de buitenmuren, het dak en de toren werden gespijkerd en zo te zien is het gebouw ook niet verziekt door uit de toon vallende verf- of andere “opknapbeurten”. Het voorportaal bestaat uit vijf bogen van ongelijke grootte: twee brede aan de buitenkant, daarnaast twee smallere met een puntje in het midden zodat de perfecte ronding ietwat wordt verstoord en tenslotte een centrale boog die net iets minder breed is als de buitenste twee en waarachter de hoge houten toegangsdeuren zichtbaar zijn. Eerder dan verwacht, wordt opeens een zijdeur geopend en mogen we onze nieuwsgierigheid gaan bevredigen. Het interieur is, hoe kan het ook anders, een weerspiegeling van de kleine gelovige gemeenschap van vissers en boeren die dit godshuis bouwde. Eenvoud of wellicht deemoed, maar bovenal geloof, dat is wat het uitstraalt. Maar de buitenkant vertoont toch ook een zekere mate van hoogmoed, want waarom moeten kerken altijd zo arrogant boven alle andere gebouwen in de omgeving uitsteken en zo dominant zijn? Binnen overheerst gelukkig dus de eenvoud. Alles is van hout, de altaars zijn niet al te uitbundig gedecoreerd of bewerkt, de sleutelbewaarster vertelt dat er een keer per maand een mis wordt opgedragen. Vandaar dat de biechtstoel geen tekenen van slijtage door overmatig gebruik vertoont. De ongelijke vloerplanken zijn duidelijk met de hand gemaakt, de houten beelden zijn door toegewijde parochianen gesneden en aangekleed. Bijzonder zijn de slang die van onder de rokken van Maria zijn kop opsteekt, de goed ogende monnik met een ringbaardje en een schedel in zijn rechter hand, Jezus aan het kruis met zulke dikke wallen rond de ogen dat het erop lijkt dat ie een fondsbrilletje op heeft. Het bloed op zijn bovenlijf doet echter anders vermoeden. Er is een trap naar boven, naar de galerij voor het koor en de toren. Ik klim een paar trappen op om de kerkvloer vanuit de hoogte te bekijken en de structuur van de toren van binnenuit: stoer en solide, vakmanschap van de bovenste plank.

“Kerkepad”, oppert mijn reisgenoot onderweg naar Chonchi onverwachts. Gek hoor hoe tijdens onze reis iedere keer opnieuw herinneringen naar boven komen en we ongevraagd weten waar de ander het over heeft. Dankzij de oude vriendschap en veel gedeelde ervaringen, zo vermoed ik. In die NCRV klassieker uit de vorige eeuw werd “de geschiedenis belicht van Nederlandse kerken en kloosters, ondersteund met sfeerplaatjes en beelden van fraaie landschappen. Vele honderden kerken en kapellen zijn in beeld gebracht. Naast de uitzendingen op de televisie organiseerde de NCRV speciale Kerkepad-tochten langs de deelnemende kerken”, zo lees ik ergens. Hoewel ik het overgrote deel van die uitzendingen heb gemist omdat ik buiten het vaderland woonde en werkte, herinner ik me wel dat “Kerkepad” en het qua sfeer soortgelijke “Ontdek je plekje” buitengewoon populair waren. En dat allemaal ver van huis onderweg van Vilipulli naar Chonchi, waarvan de Spaanse conquistadores vonden dat daar het einde van de “Christelijke wereld” was. Wij zijn echter doodgewoon onderweg naar het volgende dorp, onderweg naar de volgende kerk, onderweg naar de volgende van de “big six” houten kerken die op de Werelderfgoedlijst staan. Hebben ze op Chiloé eigenlijk wel kerken van beton of steen vraag ik me af? De kerk van Nuestra Seńora del Rosario – Onze Lieve Vrouw van Rosario - ligt mooi centraal in het stadje en de deuren staan uitnodigend open! Min of meer hetzelfde uiterlijk qua architectuur als de kerk van Vulipulli: vijf bogen en een drietrapstoren, maar helaas ook in blauw en geel geverfde shingles, golfplaten en pilaren. Nee, dat vind ik totaal onnodig. De kerk is stukken groter en heel wat eleganter dan de vorige en heeft een aantal verrassende elementen zoals een stukje gemarmerde pilaar waarbij nadrukkelijk staat vermeld dat het om de “pintura original” de originele verf gaat, op de zoldering is de zuidelijke sterrenhemel geschilderd, er staat een imitatie van Michelangelo’s “Piedad”, er is een uitleg in woord en beeld van de Chilote kerkelijke houtarchitectuur met de nadruk op de vanzelfsprekende centrale plaats van de kerk in de stedelijke omgeving. Hoewel er geen zichtbare graven zijn, hangen een aantal niet al te brede houten epitaven aan de wand, die erg op de islamitische schrijfborden lijken die ik in West-Afrika verzamelde. De epitaven hebben uiteraard een kruisje aan de bovenkant in plaats van het kleine halve maantje van mijn schrijfplanken. Meer dan het uiterlijk hebben ze echter niet gemeen, de schrijfplanken dienen om Koranteksten op te schrijven of om die te leren schrijven, terwijl de epitaaf een grafschrift is, een ode aan de overledene. Zoals hier: “A la memoria de Santiago Borquez – Ter herinnering aan Santiago Borquez, overleden op 10 februari 1879 op 57 jarige leeftijd. Zijn liefhebbende echtgenote en kinderen dragen hem dit aandenken op als laatste teken van liefde”. We verlaten het gebouw door de zijdeur om te ontdekken dat de zijmuur stevig is gestut en wordt ondersteund door stevige keien. Nogal symbolisch dat de kerk, net als het geloof dat binnen wordt verkondigd, met alle mogelijke middelen overeind gehouden moet worden.

wordt vervolgd