|
CHILEENSE COLLAGES – 13 (15052012) Vrijdag, 30 maart 2012 – Ancud - Castro. Eenmaal in Castro, de hoofdstad van Chiloé, gearriveerd, begint een niet geprogrammeerde puzzelrit. Ondanks, of wellicht dankzij, de routebeschrijving die we hebben meegekegen én proberen te volgen. Voor het eerst dringt zich de gedachte bij me op dat een GPS handig zou zijn geweest en dat terwijl ik een uitgesproken hekel aan die dingen heb omdat ze het plezier van het zelf de weg vinden of gewoon verdwalen om zeep hebben geholpen. We passeren hetzelfde punt meerdere malen en hebben ondertussen geen houvast meer aan de routebeschrijving. Draaien of omkeren is niet al te gemakkelijk door de vele straten met eenrichtingsverkeer en het vrijdagmiddag spitsuur. Als we uiteindelijk kunnen stoppen om de weg naar de Ernesto Riquelmestraat te vragen, worden we nogal meewarig aangekeken: ”dat is toch in Palafitos?” Ons hotel heet zo, dus dat beamen we maar. Na een flink stuk terug te zijn gereden en nog maar eens twee keer verkeerd te zijn afgeslagen, staan we in de goede straat doch bij de verkeerde “Palafito”, een hostel. De eigenaresse heeft gelijk door dat we bij haar collega van het boutique hotel moeten zijn en wijst ons vriendelijk door met het huisnummer – 1326 - en al. Dit deel van de puzzel is in ieder geval met succes opgelost! Maar het volgende dient zich aan bij het parkeren voor het hotel: waar zijn in vredesnaam de in het water staande palen waarop het zou zijn gebouwd? Aan de straatkant is er in ieder geval niet één te bekennen. Niet dat zoiets een kwestie van leven of dood is, maar toch minstens wel een van “krijg ik nu wat me is voorgeschoteld of niet?”. Op verkenning met de receptionist door het smaakvol ingerichte hotel: vanaf de receptie een korte gang door, de lounge door en je stapt het terras op aan de achterkant en op hetzelfde moment een andere wereld binnen. Een wereld van water en van huizen die zijn gebouwd op houten palen die in het water staan. Bij hoog water welteverstaan. Aldus ontdekken we een heel ander aspect van de houtarchitectuur van Chiloé: palafitos. Oftewel huizen op palen en bewoond bovendien. Rommelige achterkanten waar de was hangt, de ramen kapot zijn en waar, onzichtbaar vanaf de straatkant, waarschijnlijk illegaal extra ruimte is bijgetimmerd. Erg pittoresk, vooral als bij het vallen van de avond de houtkachels aangaan en er rook uit de schoorstenen komt. Het ruikt heerlijk. Het nadeel van deze terugindetijd omgeving is wel dat de stad aan de overkant van het water ligt terwijl er op loopafstand noch in ons hotel, zo zal blijken, nauwelijks gegeten en/of gedronken kan worden. Een onmiddellijk gediskwalificeerde alcoholvrije tearoom niet meegerekend. Het is toch niet van deze tijd om in een restaurant te gaan eten, daar een pilsje te bestellen en dan op vrijdagavond 8 uur te horen te krijgen dat er nog maar één enkel flesje is? We waren voorbereid, maar geloofden de waarschuwing in ons programma niet echt: “Zodra u van de veerpont komt, merkt u reeds dat de tijd op dit eiland langzamer gaat en hier nog veel bij het oude gebleven is”. Zaterdag, 31 maart 2012 – Castro - Vilipulli. Chiloé is een eiland, een echt eiland. Dus niet zo eentje met de afmetingen van Walcheren, Terschelling, Urk of Texel, het is het op één na grootste eiland van Chili en het op vijf na grootste van Zuid-Amerika. Van Chacao in het noorden naar voorbij Quellón in het zuiden, is een afstand van meer dan 200 kilometer. Chiloé is het eiland waar de roman “Het negende schrift van Maya” van Isabel Allende is gesitueerd, een boek waarvan ik nog niet meer dan de synopsis heb gelezen. Maar “Zomerhitte”, een film die op Texel speelt en die ik met Spaanse ondertitels en al op de Argentijnse televisie heb gezien, lijkt me bij voorbaat stukken minder saai. Vooral na de kritieken te hebben gelezen, krijg ik de indruk dat de inmiddels bijna 70 jarige schrijfster, in deze fase van haar leven qua thema’s wel heel erg in een “herhaling van zetten” terecht is gekomen. Nou ja, hetzelfde overkomt ons ook, want er staan voor tweede achtereenvolgende dag houten kerken op het programma om tenminste een gedefinieerd reisdoel te hebben. Iets waar ik zeer aan hecht. De eerste voor vandaag staat in Vilipulli, opnieuw vrijwel aan het water van een baai met oesterbedden en uiteraard op slot. Er staat echter ook een uitnodigend bordje met een uit de vrije hand getekend kerkje en de woorden AQUI LLAVE – hier is sleutel – dat naar een naastgelegen huis wijst. De man die de voordeur opent – of hij heeft een slecht gebit of zijn tanden zijn er tijdens een vechtpartij uitgeramd - is erg aardig en gaat op zoek naar de sleutel die hij helaas niet kan vinden. Het kan niet anders of zijn vrouw moet de sleutel per ongeluk hebben meegenomen. “Ze is over een minuut of twintig weer thuis”, zo verzekert hij. In afwachting daarvan kijken we wat rond in de achtertuin van het huis aan de overkant waarin de eigenaren hun eigen grot van Lourdes hebben gebouwd. En we bekijken de buitenkant van het, zo te zien, nog behoorlijk in originele staat verkerende gebouw dat, volgens posters van de VVV, samen met die van Dalcahue, Castro, Chonchi, Nercón en Achao tot de “big six” monumentale kerken van het eiland behoort. Het begint een beetje te voelen alsof we ergens in Zuid-Afrika op safari zijn en per se de “big five” gezien willen hebben. wordt vervolgd |