CHILEENSE COLLAGES – 10 (29042012)

Vrijdag, 30 maart 2012 – Puerto Montt - Chiloé. Ruim voor zeven uur neem ik mijn laatste douche aan boord van de Evangelistas. Een douche van 1 minuut warm water per keer, meer niet. Knop indrukken, knop uittrekken, vervolgens opnieuw 1 minuut warm water. Het is niet echt lekker douchen, doch alles went. Het schip ligt al afgemeerd in de haven van Puerto Montt, het vrachtverkeer heeft voorrang, de containers en trucks gaan het eerst van boord. Het laatste ontbijt en dan mogen tegen achten mogen de passagiers eindelijk naar de wal, maar niet zo maar. Op het haventerrein mag niet worden gewandeld, de paar honderd meter naar de terminal gaan per bus waar de man met de huurauto keurig staat te wachten. De formaliteiten kosten wat moeite waardoor we onbedoeld toch nog iets van de oude houten huizen van deze stad te zien krijgen alvorens richting Chiloé te kunnen rijden. Een eenvoudige tweebaansweg, veel wegwerkzaamheden, veel bussen, veel vrachtverkeer. Even wennen aan de mores van het Chileense verkeer dat, zoals alles in dit land, prettig gedisciplineerd is en dus geen enkel probleem oplevert voor iemand die al ruim twee jaar niet achter het stuur van een auto heeft gezeten. Laatste keer: Kaapstad, december 2009.

In Pargua, waar de hangbrug over het Chacaokanaal – de langste van Zuid-Amerika! – nu zo’n beetje in de afbouwfase had moeten zijn, is niets te zien wat op een vaste oeververbing lijkt. De plannen voor de brug tussen het vaste land en het eiland Chiloé kwamen al kort na de aankondiging ervan in de afblaasfase terecht nadat de bruggenbouwers de geraamde bouwkosten aanzienlijk bleken te hebben onderschat. Het project staat voorlopig in de koelkast, dus gaan we op traditionele wijze met de pont naar de overkant, hetgeen ons in ieder geval van dichtbij de rare sensatie geeft dat Chili een land van aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami’s is. Niet omdat er een van de drie gebeurt of op het punt staat te gebeuren, maar omdat we in Pagua voor het eerst van nabij borden zien waarop “RUTA EVACUACION DE TSUNAMI” staat en even verder een ander stukken groter bord waarop uitgebreid het evacuatieplan van het dorp staat afgebeeld. Allemaal geplaatst na de grote aarbeving en tsunami van vorig jaar februari toen het rampenplan alles behalve optimaal werkte. Ruim twee uur nadat we van het ene schip aan wal zijn gestapt, rijden we het volgende op om het Chacaokanaal over te steken.

“Zodra u van de veerpont komt, merkt u reeds dat de tijd op dit eiland langzamer gaat en hier nog veel bij het oude gebleven is”. kondigt ons reisprogramma aan. En jawel hoor, we zijn Chacao, het eerste stadje aan de andere kant van het water, nog maar net uitgereden en zien tot onze blijde verrassing de eerste bewijzen al: ouderwetse melkbussen die langs de weg op een houten platformpje staan te wachten om te worden opgehaald én ouderwetse fuchsiahagen die ons spontaan doen uitbarsten in het lied dat Annie M.G. Schmidt voor de televisieserie “Ja zuster, nee zuster” schreef en blijvend onze herinnering werd ingezongen door Hetty Blok en Leen Jongewaard:

                      Wil u een stekkie, een stekkie, een stekkie
                              Wil u een stekkie van de fuchsia
                       Heb u een plekkie een plekkie, een plekkie
                             Heb u een plekkie voor de fuchsia
                                  Het is een makkelijke plant
                               Hij eet als ’t ware uit de hand
                            Een beetje mest, een beetje zon
                             Hij doet het best op het balkon.........

Hoewel we Ancud makkelijk links kunnen laten liggen, rijden we het stadje toch maar in om koffie te gaan drinken en om het eerste van de voor Chiloé zo karakteristieke houten kerkgebouwen te gaan bekijken. Hout is waar veel om draait op dit eiland, gewoon omdat het er in overvloed is en dus het vanzelfsprekende bouwmateriaal was en is. Daar kwam naderhand bij dat er zich nog al wat Duitse immigranten vestigden die het gebruik van “shingles” meebrachten en op grote schaal toepasten. De daken en gevels van veel huizen en gebouwen zijn en worden nog altijd bekleed met deze houten vervangers van dakpannen en gevelbedekkers. We parkeren de auto voor de op een heuvel gelegen stralend wit geschilderde houten Sint Franciscuskerk die stevig op slot zit, het alternatief is het centrum wat beter bekijken. Wandelend door de straten met houten huizen wordt niet alleen de variatie in ontwerpen en kleuren, maar ook de kwetsbaarheid van dit bouwmateriaal zichtbaar bij een afgebrand huis midden in een straat met alleen maar houten huizen en winkels. Als zo’n ding in de fik gaat, zal het de brandweer vooral om het nathouden van de belende percenlen gaan, zeker als in een van die gebouwen de rouwzaal van begrafenisonderneming “Jesús de Nazareth” is gevestigd. Een paar al dode lichamen is tot daar aan toe, maar met de levenden ga je nu eenmaal wat zorgvuldiger om. Dat vermoed ik tenminste. Koffie wordt er niet al te veel geschonken in Ancud. Op een patio met enkel restaurants kan uitsluitend worden gegeten, elders wordt in een leeg restaurant met een wijd openstaande deur wel koffie geschonken, maar wordt ons vriendelijk verteld dat “el servicio” pas over een half uur begint, waarna men rustig verder gaat met niets doen. Alsof we op zoek waren naar meer bewijzen dat de tijd op Chiloé wat langzamer gaat.

wordt vervolgd