CHILEENSE COLLAGES – 3 (31032012)

Donderdag, 22 maart 2012 – Kaap Hoorn - Wulaiabaai. Het groene licht wordt gegeven, we kunnen aan land! Instappen in de op de golven dansende Zodiacs is ons van te voren uitgelegd en iedereen had het door. Toch werkt het in de praktijk wat anders, zeker als er niet meer dan een dikke opgeblazen band rubber tussen je kont en het onrustig golvende en opspattende water zit. Aan land via een geïmproviseerde steiger, steile trap van ruim 150 treden op, tegen de wind en motregen inlopend een kale vlakte oversteken tot aan het hoogste punt van het eilandje. Daar staat het monument dat werd opgericht ter gelegenheid van de 500ste verjaardag van de ontdekking van Amerika: een enorme albatros in volle vlucht die van dichtbij blijkt te bestaan uit verschillende lagen slim aan elkaar geschroefde en gelaste ijzeren U-balken. Bij de laatste treden naar het monument staat een marmeren plaat - type grafzerk - met een gedicht van de Chileense dichteres Sara Vial:

                      Ik ben de albatros die op je wacht
                          Aan het einde van de wereld
            Ik ben de vergeten ziel van de dode zeelieden
                            Die Kaap Hoorn rondden
                       Vanaf alle zeeën van de wereld
                            Zij stierven echter niet
                            In de woedende golven
                      Ze vliegen mee op mijn vleugels
                           Tot het einde der dagen
                         Tot aan de laatste rukwind
                       Van de antarctische stormen

Hier sta je pas echt aan het einde van de wereld, je ziet geen overkant zoals in Ushuaia, alleen maar water tot aan de horizon. Zoals bij Kaap Agulhas, het zuidelijkste punt van Afrika. Met veel respect denk ik aan de expeditie van Le Maire en Schouten die in juni 1516 met hun schepen de Eendracht en de Hoorn vanuit het Noord-Hollandse stadje Hoorn vertrokken om op zoek te gaan naar een doorgang van de Atlantische Oceaan naar de Stille Oceaan. Een doorgang die ten zuiden moest liggen van de bijna een eeuw eerder door Ferdinand de Magellaan ontdekte doorvaart die aan de noordkant van Vuurland loopt en die in 1598 onder andere werd bereisd door de Rotterdammer Olivier van Noort. Een reis door een gebied aan de onderkant van een onbekende wereld die op kaarten uit die tijd als een heel continent werd afgebeeld, terwijl het slechts uit eilanden en water bestond. Een gebied dat zou worden bewoond door reuzen, de Patagones, de mensen met de grote voeten. Fabels waren het, zo wordt ons tijdens de cruise en daarna meerdere malen uitgelegd, maar verklaarbare fabels. De inwoners van het gebied waren gemiddeld 25 tot 35 centimeter langer dan de Zuid-Europese zeelieden en droegen als schoeisel de huid van de guanaco om hun voeten, waardoor ze ook nog eens grote voetafdrukken achterlieten. Het zou een reis vol met tegenslagen worden. De Hoorn vloog in brand tijdens het krengen, het met vuur verwijderen van de algen, mosselen en andere aangroei aan de scheepshuid. Het schip werd in de as gelegd, de reis ging echter verder, net zoals het in kaart brengen van het gebied en het geven van namen aan waterwegen en eilanden: “Op 12 februari 1616 werd met aller instemming besloten de doorvaart de naam Straat le Maire te geven. De mannen kregen een driedubbel rantsoen wijn om de gebeurtenis te vieren en er werd een stuk opgemaakt getekend door de president – Le Maire – en de schipper – Schouten – en de stuurlui als bewijs dat men door een nieuw ontdekte doorgang was gevaren.” Ferme jongens, stoere knapen. Dat waren het. Rond het monument hangt een zwerm in rode zwemvesten geklede toeristen, die in alle comfort op de deze Kaap zijn gearriveerd – nou ja met uitzondering van die klim en die wandeling door weer en wind dan - doch die zich vrijwel zonder uitzondering laten vereeuwigen alsof ze zonet de heldendaad van onze landgenoten uit de zeventiende eeuw hebben herhaald.

Na een kort bezoek aan het onooglijke monument voor “Les Cap Horniers – de Kaap Hoornvaarders”, de kleine kapel en de idem vuurtoren, is het retour schip. De reis die we gaan maken is nog maar net begonnen en nu al geslaagd, het zuidelijkste punt van Chili is bereikt. Dit is de echte start voor de reis die ons de komende weken over de volle lengte van het land naar Arica zal voeren, het stadje dat aan de noordelijke grens met Peru ligt. Tijdens het ontbijt keert de Stella Australis de steven, we varen rond de Wollostoneilanden en terug in de richting van het Beaglekanaal. Onderweg wordt gestopt in de Wulaiabaai waar voorheen de Yamana’s, de oorspronkelijke bewoners van dit deel van Vuurland leefden. De trip naar de wal met de Zodiacs begint zowaar al een beetje routine te worden. Er is zelfs een steiger en, in tegenstelling tot Kaap Hoorn, dus sprake van een “droge landing”. Er kan worden gekozen tussen een “fitte” en een “minder fitte” excursie. Ik neem de fitte, een wat frisse heuvelopwaartse wandeling door de bossen, die verder weinig om het lijf heeft. We bezoeken drie beverburchten en dammen waarvan er één is bewoond en er twee zijn verlaten. De sporen van de knaagdieren zijn overduidelijk te zien aan de voet van de nog overeind staande bomen en aan de her en der verspreide die zijn omgeknaagd. Het aangenaamste deel van de wandeling is de warme chocolademelk met whisky bij de steiger. Aan het waardeloze “museum” en de zogenaamde “archeoligische vondsten” wens ik verder geen woord te verspillen.

wordt vervolgd