|
CHILEENSE COLLAGES – 1 (22032012) Proloog. Vrijdag tegen het middaguur. Schuin tegenover mijn appartement in het centrum van Buenos Aires stopt voor het daar gevestigde kantoor van de vakbond van arbeiders in de automobielindustrie een colonne autobussen. Zonder zich van iets of iemand wat aan te trekken, stoppen ze twee rijen dik midden op de Avenida om hun passagiers uit te laten stappen en veroorzaken al doende een enorme verkeersopstopping. Het is immers ieders democratisch recht om te demonstreren en beslag te leggen op de openbare ruimte. Daar moeten de andere weggebruikers, of ze het willen of niet, begrip voor hebben. De eenzame surveillerende politieagent kijkt liever de andere kant op, op eigen initiatief actie ondernemen kan hem zijn baan kosten. De vakbondsleden die uitstappen zijn bewapend met vlaggen, spandoeken, parapluies, trommels en vuurwerk, de herrie begint gelijk. Mijn net uit Nederland gearriveerde reisgenoot voor de komende weken kan zijn ogen en oren niet geloven. Het activistische dweilorkest heeft trommelaars die de kleine trommels met stokjes bespelen en grote trommels met flexibele rubberen staven die ietwat op de lange latten lijken die in Nederland door de ME worden gebruikt. De eentonige dreun dat ze onophoudelijk roffelen zal urenlang dezelfde zijn, er wordt onophoudelijk vuurwerk afgestoken. Beide vaste onderdelen van een doorsnee demonstratie en/of actie. Aan de overkant van de straat gaat het over de verkiezing van een aantal bestuursleden die ieder hun eigen claque hebben laten aanvoeren, zo in de geest van wie de meeste herrie maakt, heeft de grootste kans te worden gekozen. Na een uur of zes van dit gedoe, waardoor er in de zitkamer slechts op schreeuwende toon een gesprek kan worden gevoerd, begin ik zowaar naar de reis van volgende week te verlangen. Naar het ontsnappen aan Buenos Aires, aan de aan anarchie grenzende chaos, aan de luchtvervuiling, aan de hoge luchtvochtigheid en bovenal aan het lawaai. Dinsdag, 20 maart 2012 – Buenos Aires - Ushuaia. De taxi naar het vliegveld is na drie kwartier ongeveer twee kilometer gevorderd. De chauffeur probeert op alle mogelijke manieren een weg rond de door een protest veroorzaakte opstopping te vermijden. Met hem doen dat vele honderden andere auto’s, vrachtauto’s en stadsbussen, waardoor de chaos alleen maar groter wordt. Uiteindelijk maakt het allemaal niets uit want ook het vliegtuig vertrekt bijna anderhalf uur te laat. Niets bijzonders voor een vlucht van Aerolineas Argentinas. Het wat lamme excuus van de commandant dat dit is te wijten aan een kort, maar hevig, noodweer gisteren in de vooravond wordt voor kennisgeving aangenomen. Zij het met de nodige scepsis. Dit is de luchtvaartmaatschappij die dag in dag uit een “bijdrage” van ongeveer 3 miljoen dollar van de nationale oveheid ontvangt en voor ieder vliegtuig achtentwintig piloten in dienst heeft. Die vliegen zo zelden, dat ze alle tijd hebben om dit soort flauwe kul verontschuldigingen te bedenken. Dat we ook nog eens de slechtste stoelen op de laatste rij hebben, is een ongemak dat gelaten wordt geaccepteerd. Drie en een half uur duurt de vlucht naar Ushuaia, de stad die volgens de Argentijnen “el fin del mundo – het einde van de wereld” is. Temperatuur bij aankomst net boven nul en regen. Gistermiddag was het in Buenos Aires 35 graden Celsius. Woensdag, 21 maart 2012 – Ushuaia – Puerto Navarino – Murraykanaal. De weersverwachting voor de eerste herfstdag in de zuidelijkst gelegen stad ter wereld: kans op sneeuw. Vanuit de op de hoogste verdieping van het hotel gelegen eetzaal is te zien dat de bovenkant van de bergruggen aan beide zijden van het Beaglekanaal zijn bedekt met sneeuw. Er staat een ijskoude wind, de temperatuur is tijdens de nachtelijke uren opgelopen tot 3 graden. Boven nul, dat wel. Vandaar uit zien we ook dat de Stella Australis is gearriveerd, het cruiseschip waarmee we vannacht naar Kaap Hoorn zullen varen, het zuidelijkste punt van Chili en van Zuid-Amerika. Al om tien uur geven we onze bagage af en vervullen de nodige formaliteiten voor die reis, we mogen echter niet eerder dan vijf uur vanmiddag pas aan boord. Dat wordt noodgedwongen in winterkleding zwerven door een saai stadje waar nauwelijks iets valt te beleven. Ushuaia maakt zich op voor de herdenking van 2 april 1982, de dag van de invasie door Argentijnse troepen van de Islas Malvinas. De “herbezetting” na bijna 180 jaar zou slechts van korte duur zijn, op 14 juni waren het weer de Falkland Islands nadat de uit het moederland aangevoerde Britse soldaten de slecht uitgeruste Argentijnen smadelijk hadden verslagen. Op een bord naast de toegangspoort van het haventerrein staat dat Ushuaia volgens de Argentijnse wetgeving meer dan enkel en alleen de hoofdstad is van de kleine en redelijk onbelangrijke provincie Tierra del Fuego, het is bovenal de hoofdstad van de “sinds 1833 illegaal door het Verenigd Koninkrijk bezette” Islas Mavinas, Georgias del Sur en de Sandwich del Sur alsmede de omliggende wateren. Ernaast hangt een verwijzing naar een recent aangenomen provinciale wet: PROHIBIDO EL AMARRE DE LOS BUQUES PIRATAS INGLESES – VERBODEN AF TE MEREN VOOR ENGELSE PIRATENSCHEPEN. Zo werd als toppunt van patriottisme kort geleden een cruiseschip met de vlag van de Seychellen verboden af te meren. Ook een beetje lik op stuk omdat de gouverneur van de Falklands kort ervoor een cruiseschip met veel Argentijnen aan boord die de oorlogsgraven aldaar wilden bezoeken, had verboden om aan land te gaan. Op het schip zou een besmettelijke ziekte zijn geconstateerd. Speldeprikken in een politiek en diplomatiek spel dat sinds een paar maanden met de dag fanatieker wordt gespeeld. wordt vervolgd |