VAN HET KASTJE......... (30112011)

“ALLE VOORSTELLINGEN AFGELAST” annonceert de mededeling die is aangeplakt op het raam van de bioscoopkassa die, omdat te benadrukken, niet is bemand. Desondanks gaan er mensen de grote zaal in. Navraag bij het onverschillig voor de kassa rondhangend personeel verklaart iets, maar niet alles. Nee, kaartjes worden er niet verkocht, de voorstelling gaat echter gewoon door, je mag ook zonder kaartje naar binnen. Bij de toegangsdeur blijkt dat onder voorbehoud te zijn “alleen de eerste rijen”. Volgens goed plaatselijk gebruik laat mijn Argentijnse gezelschapsdame op zich wachten. Tegen de tijd dat ze arriveert, zijn ook die voorste rijen niet meer beschikbaar en worden er alleen nog genodigden toegelaten. Genodigden voor “Le Havre”, de openingsfilm van “de Week van de Europese Film”. Iemand die iets schijnt te zijn, raadt ons aan even te wachten “misschien zijn er straks wel wat stoelen over”. Mijn gezelschapsdame kletst wat met de man en nog eens. Opeens vraagt hij mij “dus jij komt uit Rotterdam?”. Nadat ik dat heb bekend, krijgen we ieder een kaartje in de hand gedrukt en mogen naar binnen. Zomaar? Het blijkt allemaal op een misverstand te berusten. Zij heeft Le Havre en Den Haag - la Haya in het Spaans - door elkaar gehaald en tegen de man van de kaartjes gezegd dat ik heel erg teleurgesteld zou zijn als ik de film over mijn vaderland niet zou kunnen zien. In de eerste minuten van de film wordt in de haven van Le Havre een container met illegale immigranten ontdekt, die zijn net zo in de war als mijn gezelschap. Ze denken op een kade in Londen te staan. De container komt uit Libreville, de hoofdstad van Gabon, waar ik een paar jaar met veel plezier heb gewoond. Dat is tenminste een verrassing, de rest van het verhaal is veel te voorspelbaar. Iets dat al in bedekte termen door de inleider was aangekondigd toen hij een anecdote die de Finse regisseur van “Le Havre” hem over zijn landgenoten had verteld met het publiek deelde: “In de winter wordt het bij ons nooit dag, dan drinken we uit verveling. In de zomer wordt het nooit nacht. Wat doen we dus om ons niet te vervelen? Drinken!”

“Even” een monster zonder waarde verzenden heeft nogal wat voeten in aarde. Want, zo ontdek ik, “monsters zonder waarde” bestaan niet in Argentinië. “Mevrouw, het is waardeloos fabrieksafval.” Maar ook waardeloos fabrieksafval bestaat niet. Er is hier sprake van een officiële export van iets dat waarde moet hebben, anders zou ik het toch niet willen verzenden? Op dergelijke logica valt niet veel af te dingen als je het spul coûte que coûte naar de andere kant van de wereld wilt sturen. Voor de zekerheid heb ik mijn Argentijnse identiteitsbewijs bij me gestoken, hetgeen meer een hindernis blijkt. Het zou Argentijnen verboden zijn om zonder vergunning “handelsgoederen” te exporteren. Soms zit mijn accent wat tegen, nu eens zit het mee. In plaats van nog meer redenen te geven waarom het allemaal echt niet mag of kan, wordt er zowaar een oplossing aangereikt: “U heeft toch wel een buitenlands paspoort?” Want dan ben je geen Argentijn en is verzending wel toegestaan. Voor de zekerheid worden de monsters bekeken en betast, de meegebrachte laboratoriumanalyses lijken geen waarde te hebben, voordat ik terug naar huis mag om paspoort en extra geld te halen, want die internationale koeriers zijn alles behalve goedkoop. Gewapend met mijn paspoort kunnen de benodigde documenten worden geprepareerd, waaronder beëdigde verklaringen dat er geen drugs, vuurwerk, gevaarlijke stoffen of mogelijke andere contrabande in de kleine envelop zitten. De ontvangst wordt een paar dagen later gelukkig bevestigd, zodat ik niet nogmaals over “monsters zonder waarde” in discussie hoef te gaan.

SUBE – Sistema Único de Boleto Electrónico, oftewel de Argentijnse versie van het elektronische kaartje voor het openbaar vervoer, is net zo moeilijk in te voeren als de Nederlandse OV-chipkaart. Echter niet door het eindeloze gebep van zeurderige politici, maar doodgewoon omdat de tientallen ondernemingen die het openbaar vervoer in agglomeratie Buenos Aires verzorgen tot nu toe niet al te happig waren. Een met contant geld betaald kaartje biedt nu eenmaal meer mogelijkheden om wat zwart geld opzij te leggen. Dat is een nationale sport in Argentinie, een land waar minstens een derde van de economische activiteit “informeel” is. Een economie die dus alleen goed kan functioneren als er flinke hoeveelheden contant geld beschikbaar zijn. Maar goed, de net herkozen ?residente heeft besloten de subsidies voor het openbaar vervoer aanmerkelijk terug dringen en denkt dat via het elektronische kaartje te kunnen bereiken. Om de vervoerders te dwingen de daarvoor benodigde kaartlezers te installeren, hoeft er niet langer te worden betaald als de OV-kaart door het ontbreken van een kaartlezer niet kan worden gebruikt. Hoogste tijd om zo’n ding aan te schaffen. Aanvraagformulier van het internet geplukt, ingevuld en ondertekend, op naar het dichtsbij zijnde adres waar de kaart gratis kan worden afgehaald. “Ja, het klopt dat wij op de website staan, maar we hebben ze niet”. Ik moet het maar eens proberen op een vaag omschreven adres in de drukste winkelstraat van de stad. “Daar gaan we weer”, schiet er door mijn hoofd. En dan zegt iemand in de winkel “Bij het postkantoor op de Avenida de Mayo kan je kaart ook krijgen hoor”. Een reddende engel, zo blijkt. Het postkantoor heeft er zelfs een speciale balie voor ingericht, slechts drie wachtenden voor me, een kwartier later ben ik de trotse bezitter dan een SUBE kaart. In Buenos Aires valt de afstand tussen het kastje en de muur soms best mee.