Op vrijdag 18 november 2011 verschijnt het boek "De meisjes van Jamin" van Dik Vuik en Klaas Oordt, het boek bevat een dvd met de documentaire "De meisjes van Jamin" van Ferri Ronteltap. De geschiedenis van Jamin en Crooswijk in woord en beeld.

OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 5 – DE BRANDGRENS - 4 (18062011)

Vrijwel in de schaduw van de Kerk van de Allerheiligste Verlosser, in de tijd dat de toren nog een spits had, stond tussen de Hugo de Grootstraat en de Generaal van der Heijdenstraat het fabriekscomplex van C. Jamin. Dat werd in Rotterdam uitgesproken als “shjamin” en naderhand werd mij wijsgemaakt dat je er een Franse draai aan moest geven, dus “dzjamén” of zo. Maar het was gewoon C. Jamin, het tegenovergestelde van C. Neeplus zal ik maar zeggen. Cornelis Jamin kwam in 1878 vanuit Noord-Brabant naar Rotterdam waar hij in Crooswijk een straathandel in zoetwaren begon, korte tijd later startte hij een koek- en banketbakkerij. De zaken gingen zo goed dat hij in 1880 twee suikerwerkfabriekjes begon, waarvan één aan de Crooswijksekade. Zijn eerste winkel werd in 1883 geopend en in 1887 het opus magnum: “De Zuid-Hollandsche Stoomfabriek voor Koek, Banket, Chocolade en Suikerwerken”. Het gebouw met groot C. JAMIN boven op het dak van de voorgevel. De tussenhandel werd uitgeschakeld door winkels te openen waar uitsluitend producten uit de eigen fabriek werden verkocht. Net zoals in Rotterdam in het grootste deel van de vorige eeuw in de winkels van van der Meer & Schoep alleen maar brood en banket uit eigen bakkerijen werd verkocht én bonbons van dochteronderneming Beukers en Rijneke, terwijl in de winkels van de RMI – de Rotterdamsche Melkinrichting – melkproducten uit de eigen fabriek over de toonbank gingen. Dat was lang voordat de supermarkten hun intrede deden en deze en nog vele andere op dezelfde leest geschoeide bedrijven tot een andere manier van zakendoen zouden dwingen.

Bij het bombardement van Rotterdam ging een deel van de fabriek tegen de grond, de productie ging echter door totdat Jamin in de jaren zestig van de vorige eeuw door de gemeente min of meer de stad werd uitgeduwd. Er moesten woningen worden gebouwd op het fabrieksterrein, dat nota bene tijdens de oorlog was onteigend, een fabriek in de wijk paste niet in de weder op te bouwen stad. Gemeente en Jamin konden het kennelijk niet eens worden over de verhuisvergoeding naar een terrein in de Spaanse ?older en aldus vertrok Jamin naar Oosterhout. Terug naar Brabant. Historicus en Crooswijkdeskundige Dik Vuik stelt heel eenvoudig dat van de grootste fabriek die ooit in Crooswijk heeft gestaan, geen steen meer is terug te vinden. In het Verzamelgebouw in Rotterdam-Zuid werden wat administratieve afdelingen gevestigd en een depot van waaruit ijs werd verkocht. Dat weet ik uit eigen ervaring omdat ik daar kort bij C. Jamin heb gewerkt. Het was dusdanig saai werk dat ik aan het eind van de proeftijd vertrok. Hadden de “Meisjes van de suikerwerkfabriek” die Drs. P, de schrijver en zanger van absurde liedjes, inspireerden tot een lied met het refrein:

   Daar zijn de meisjes, ja de meisjes van de suikerwerkfabriek
                    In dat suikerwerk heeft elke heer wel zin
   Dus staan wij altijd bij de uitgang van de suikerwerkfabriek
    Want de snoepjes van Jamin, die pak je uit en pik je in.

er maar gewerkt..... Wel kende ik in de marge een paar dames van Jamin die in de ?arkflat aan de Westzeedijk woonden. Na de mislukte maanden in het Verzamelgebouw, ging ik werken bij het makelaarskantoor dat administrateur was van de Vereniging van Eigenaren van de flat die grenst aan het verborgen stadspark Schoonoord. Aan de andere kant daarvan, aan de ?arklaan, hadden de zonen van C.Jamin op de grond van de gesloopte villa “Schoonoord” een groot huis laten bouwen. Het enige wat heden ten dage in Crooswijk nog aan C. Jamin herinnert, is het mausoleum van Cornelis Jamin op de Crooswijkse begraafplaats. Op loopafstand van waar vroeger zijn fabriek stond.

Bij het oversteken van de Boezemweg, bij mijn weten de “grens” tussen Crooswijk en Kralingen, laten de Rotterdamse regelneven nogal opzichtig zien dat ze niet stil zitten: ”In deze straat is het verboden voertuigen te koop aan te bieden en/of te verhandelen. art. 5.1.3 lid 1, AV Rotterdam”. En dat allemaal in het zicht van die pedante woontoren die de plaats van de Koninginnekerk heeft ingenomen. Die in 1907 ingewijde Nederlands Hervormde kerk stond tot 1971 op het kruispunt Goudse Rijweg, Boezemweg, Boezemsingel. Een Jugendstilgebouw met twee stoere torens van 55 meter hoog die werden bekroond, door langgerekte groen geoxideerde koperen koepels. Ik weet dat uit de tijd dat ik er onderweg van en naar school langs fietste Terwijl vlakbij de afgebrande katholieke kerk aan de slopershamer ontsnapte omdat die op de Monumentenlijst stond, werd de in redelijke staat verkerende hervormde kerk gesloopt omdat men die liever niet op de Monumentenlijst wilde plaatsen wegens “gebrek aan financiële zekerheid en aan een passende bestemming voor de kerk”. Er kwam een oerlelijke bejaardenflat voor in de plaats. Doodzonde. Naderhand werd de bejaardenhuisvesting uitgebreid met de Koninginnetoren, waarvan de drie bovenste verdiepingen een beplating hebben met de kleur van geoxideerd koper. Vanuit bepaalde hoeken niet verkeerd, maar toch haalt het in de verste verte niet bij de opgeofferde kerk uit mijn jongere jaren. Kralingen in via de Blaardorpstraat en de Wollefoppenstraat: lelijke nieuwbouw en tot het niveau “klushuizen” afgezakte oudbouw. Dit is overduidelijk de wat minder welvarende kant van Kralingen.

wordt vervolgd