|
OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 5 – DE BRANDGRENS - 2 (08062011) Zonder de wandelkaart langs de Rotterdamse brandgrens lopen en/of zo min mogelijk op de in het trottoir verzonken brandgrenslogo’s letten. Navigeren met de ogen op de gevels van de huizen en gebouwen gericht, dat doe ik het liefst. Zo is na het Oogziekenhuis de brandgrens in de Witte de Withstraat, de Oude Binnenweg en de Mauritsstraat gemakkelijk te volgen. Het zijn straten waar de oudbouw en de nieuwbouw, vooroorlogse en naoorlogse gebouwen en huizen, door elkaar, naast elkaar en tegenover elkaar staan. Hier en daar sporen van een verleden dat niet meer bestaat: FIJNE WASCH en STRIJK INRICHTING Gez. REGOUW. Aan het einde van de Mauritsstraat ligt het Schouwburgplein, in mijn ogen een stedebouwkundige miskleun van de bovenste plank terwijl het zo mooi had kunnen zijn. Zeker als het aan mijn in “de puin“ van het bombardement spelende vriend Wim Gijzen had gelegen. Om 25 jaar bevrijding en wederopbouw te vieren, werd in Rotterdam de Manifestatie Communicatie 1970, kortweg C70, georganiseerd. De bedoeling was om het imago van de functionele en daardoor als onaantrekkelijk en ongezellig ervaren wederopgebouwde binnenstad enigszins op te poetsen. Daarvoor werden wat dit kale stadsplein betreft dertig beeldend kunstenaars uitgenodigd om “exposabele voorstellen te doen voor een werk op of aan het Schouwburgplein of een voorstel de stedelijke toestand (nu en hier) betreffend. Uit die dertig voorstellen wordt een tiental gekozen ter semi-permanente realisatie.“ Een dusdanige ambtelijke en afstandelijke invitatie kon niet anders zijn dan de inleiding tot een fiasco, en dat werd het dan ook. Wim’s voorstel was om het plein tijdelijk te veranderen in een weiland met koeien, knotwilgen en een sloot. Hij visualiseerde dat idee met onder andere een fotomontage – fotoshoppen was nog niet uitgevonden – waarop een polderlandschap is te zien als “voortuin“ van de Doelen. Het platteland verplaatst naar het hart van de stad. En toen kregen de kunstenaars en de regenten ruzie waardoor de mooie plannen nooit werden uitgevoerd. Einde oefening, maar niet voor Gijzen. Onderdeel van zijn voorstel was het uitgeven van een prentbriefkaart met zijn ontwerp erop geweest, hetgeen alsnog werd gerealiseerd met hulp van de Rotterdamse Kunststichting. Die kaarten – “echte foto“ stond er op de achterkant - werden gratis aangeboden bij winkels in de omgeving van het Schouwburgplein met het verzoek ze in de rekken te willen zetten en te verkopen tegen de gangbare prijs. Aldus geschiedde. Eén van die kaarten werd veertig jaar later gepubliceerd in nrc-next, als illustratie bij een artikel over “overbevolkingsdenken“ nog wel. De redactie was er van overtuigd dat het Schouwburgplein er in 1969 écht zo had uitgezien, met als gevolg dat het idee met 40 jaar vertraging bijna alsnog werd uitgevoerd. Linde Masdorp nam het initiatief een poging te doen om de weide in de zomer van 2010 een maand lang tot leven te wekken. Gemeentewerken deed onderzoek naar de haalbaarheid daarvan, heel serieus onderzoek. “De afdeling heeft van u opdracht gekregen voor het adviseren bij het laten herleven van het Schouwburgplein als in 1969. In 1969 was er op het Schouwburgplein een weiland waar diverse runderen (koeien) rond liepen. Op dat moment was dat mogelijk“, zo begint het advies van de ambtenaar die ongetwijfeld nrc-next leest. Hij vervolgt met een aantal technische gegevens “het maximale gewicht dat op de vloer mag rusten bedraagt 400kg per m2“ gevolgd door de belasting van de verschillende onderdelen, dat zonder de koeien 370kg per m2 bedraagt. De conclusie lag voor de hand: “Exclusief koeien is er dus een mogelijkheid om de voorzieningen aan te brengen. De volwassen runderen wegen gemiddeld 700kg. Dit is dus een te groot verschil ten opzichten van de maximaal toelaatbare belasting voor de vloer“. “De vloer“ is het dak van de onder het plein gelegen parkeergarage. Als een soort troostprijs werd het ontwerp, destijds aangekocht door Museum Boijmans van Beuningen voor de stadscollectie, tentoongesteld tijdens de expositie “Nooit Gebouwd Rotterdam“. En geen wonder dat een jaar later – we schrijven inmiddels 2011 – in de NRC zorgelijk wordt geschreven: “De lege en saaie binnenstad baart Rotterdam zorgen“ en dat er iets aan moet worden gedaan: “Zo niet, dan verliest de havenstad de concurrentieslag en blijft Rotterdam wat het nu is: een sfeerloos tochtgat waar bezoekers wegwaaien tussen de megalomane woon- en werktorens, en niet weten hoe snel ze de stad weer moeten verlaten“. Wat is er toch gebeurd met het stoere Rotterdamse “niet lullen, maar poetsen"? Verder langs de brandgrens, langs de eeuwige bouwput van het Centraal Station. Terwijl die er wel degelijk is, lijkt er sinds september 2007 – toen met de sloop van het naoorlogse stationsgebouw werd begonnen – weinig voortgang te zijn gemaakt. Ernaast, waar het al weer voormalige Stationspostkantoor staat, lag het weggebombardeerde station Delftsche ?oort. De echte Delftsche ?oort, een achtiende eeuwse stadspoort die afgebroken op herbouw lag te wachten, overleefde de oorlog evenmin. Hoewel de herinnering eraan levend wordt gehouden door een in de menie gezet metalen frame van Cor Kraat, een groot monument uit 1995 waarin een aantal ornamenten van de oorspronkelijk poort zijn verwerkt. Aan de voet van het spoorwegtalud langs de Schiestraat ontdek ik de twee sculpturen die het dak van het gesloopte station sierden. Zouden die over een paar jaar worden teruggeplaatst, als het nieuwe station in 2013 gereed zal zijn? wordt vervolgd |