OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 5 – DE BRANDGRENS (04062011)

Op 14 mei 2011, om 13 uur 27, precies eenenzeventig jaar na het begin van het bombardement van Rotterdam, wandel ik door de Sionstraat in Kralingen. Niet ver van waar voorheen de Siondwarsstraat liep waar mijn goede vriend Wim Gijzen in 1941 werd geboren op nog geen 50 meter van de brandgrens. Daardoor kan hij – een geluk bij een verschrikkelijk groot ongeluk - zo mooi vertellen over hoe hij daar als kind met zijn vriendjes “in de puin“ speelde en dat je op de kaal gebombardeerde vlakte in de verte de resten van de Sint Laurenskerk kon zien. De 12 kilometer lange brandgrens wordt sinds vorig jaar gemarkeerd door in het troittoir verzonken brandgrenslogo’s die, als de duisternis valt, rood worden verlicht. Het logo bestaat uit likkende vlammen met daarin het silhouet van het beeld „De verwoeste stad“ van Ossip Zadkine, een Duitse bommenwerper die zijn bommen afwerpt, brandende huizen. Het was een kort maar krachtig bombardement van slechts 15 minuten. Het was vooral de brand erna die vrijwel het hele oude centrum van Rotterdam in de as legde en, alsof het om een souvenir gaat, ter herinnering een brandgrens achterliet. Tijdens en na de oorlog was die grens behoorlijk goed zichtbaar. Het puin was geruimd, een lege vlakte met hier en daar een gespaard gebouw bepaalde tijdens de oorlog en de eerste naoorlogse jaren het stadsbeeld. Geleidelijk aan begon de wederopbouw, soms vernieuwend, vaak verschrikkelijk lelijk. Rotterdam was letterlijk een stad zonder hart geworden waar je na het sluiten van de winkels en de kantoren in het centrum een kanon kon afschieten zonder iemand te raken. Hoewel ik niemand ken die dat heeft geprobeerd of heeft meegemaakt, is die bewering wat mij betreft wél waar. Als ervaringsdeskundige - mijn ouders verhuisden in 1957 naar Rotterdam – weet ik dat de in 1945 gestarte wederopbouw tot zelfs 2011 aan de gang is. Flink wat gebouwen en huizen die ik heb zien bouwen, zijn inmiddels alweer gesloopt om plaats te maken voor grotere, stukken hogere en soms zelfs beter ogende gebouwen. De Zuidpleinflat uit 1947 was door de combinatie van zachte veengrond en bestaande funderingstechnieken destijds zo’n beetje het hoogst haalbare in Rotterdam: 12 verdiepingen!

Langs de Brandgrens, zo vind ik, moet je op een 14e mei wandelen, zo mogelijk tijdens het uur van het bombardement. Natuurlijk kan de wandeling op iedere andere dag van het jaar worden gemaakt, maar gevoelsmatig is het op 14 mei toch anders. En dan niet in drie etappes, zoals wordt gesuggereerd door de VVV, maar in één enkele keer. De mensen die aan de Duitse bommen en aan de brand probeerden te ontkomen, hadden immers ook niet de keuze tussen route A, B of C desgewenst gespreid over meerdere dagen? In de schaduw van de hoogste woontorens van Nederland – Montevideo en New Orleans op de Wilhelminapier – op de hoek van de Willemskade en de Maasstraat, ligt op de oever van de Maas een laag rond monument. De plattegrond van het Rotterdam van 1940 gegraveerd in verder glad gepolijst graniet, het door de Duitsers gebombardeerde gebied is grijs gemaakt, het stadshart dat door de bommen verdween. Het gekke van de wandeling is dat je een andere stad leert kennen dan die je dacht te kennen omdat de route loopt door wat voor veel Rotterdammers terra incognita is. Niet voor mij echter, voor mij zit de verrassing in de verandering die grote delen van de stad hebben ondergaan sinds mijn vertrek uit het vaderland. Horen die straten rond het Willemsplein nog bij het ooit zo exclusieve Scheepvaartkwartier? Wie slapen er nu boven de gedempte Zalmhaven achter het Vasteland? Ik weet nog dat daar schepen lagen afgemeerd.

Oversteken naar de Schiedamsedijk met op de hoek de lelijke woontoren van Carel Weeber, die in de volksmond “de hak van Weeber“ heet. Aan de zuidkant van de Erasmusbrug staat Weeber’s minstens zo lelijke en net zo uit de toon vallende “?aperklip“. Achter de “Hak“ de dijk af naast “de Baan“, het GGD gebouw dat in mei 1940 in aanbouw was. De brandgrens loopt hier nogal grillig, precisiebombardementen met satellietgestuurde bommen moesten nog worden uitgevonden. De achterkant van het gebouw, dat oorspronkelijk het Centraal Gebouw voor de Volksgezondheid heette, heeft een sierlijke geveldecoratie van een boom die is gevat in een stralenkrans van een hoog aan de hemel staande zon met eronder het woord “VOLKSGEZONDHEID“. Net een “Hoop doet Leven“ symbool. Een paar honderd meter verderop, aan de Schiedamse Vest, het Oogziekenhuis dat net als het GGD gebouw werd ontworpen door A. van der Steur. Nooit eerder viel de mooi grijsgroen geoxideerde zonnewijzer op de toren me op. Geveldecoraties ontbraken op het sobere, maar stoere gebouw aan de Mare, waar ik tevergeefs naar de middelbare school ging. Een vingeroefening van de jonge architect vermoed ik. Het is één van de dertien schoolgebouwen in Rotterdam-Zuid van de hand van van der Steur. Andere zijn de Oldenbarneveldt HBS in de Afrikanerwijk en in de Tarwewijk het scholencomplex aan de Zwartewaalstraat. Monumentale gebouwen die veel minder bekend zijn dan de kantoortoren van het Rotterdamse GEB en het Museum Boijmans van Beuningen die zonder te zijn geraakt inmiddels tot monumenten zijn gebombardeerd.

wordt vervolgd