BUENOS AIRES - VALPARAISO EN TERUG - 5 (06042011)

Vrijdag, 18 maart 2011. Na een onrustige nacht met onophoudelijk het lawaai van ronkende motoren en knallende Harley-uitlaten kom ik bij het afrekenen tot de ontdekking dat mijn debitkaart dienst weigert. Ik vervloek mijn bank, sta voor Jan-met-de-korte-achternaam aan de balie en scharrel voldoende Pesos bij elkaar om de rekening te voldoen. Tot mijn opluchting werkt de kaart om geld uit de muur te trekken van mijn gezelschapsdame nog wel. Een geluk bij een ongeluk. Het hotel met de opgetrokken neus kan geen taxi op straat aanhouden – te gevaarlijk -, die moet worden gebeld. Dus doen we dat zelf maar, binnen tien minuten arriveren we veilig en wel bij de busterminal. Dat zou een zucht van opluchting teweeg moeten brengen, doch wij vinden zoiets heel gewoon, een routine die zelden tot nooit misloopt. De Nederlandse oplichter die zich hier volgens een waarschuwing op de website van de ambassade zou ophouden, slaapt vanmorgen uit of heeft even genoeg geld losgepeurterd om wat rustdagen in te lassen. Kevin, zo heet hij, is zijn paspoort verloren of het is gejat, zijn geld is op. Hij vraagt om geld voor de bus zodat hij naar Buenos Aires kan gaan om op de ambassade een noodpaspoort aan te vragen. “Waarom ga je niet even langs bij de Consul in Mendoza”, zou ik hem hebben geadviseerd. Anderen geven hem geld in ruil voor de belofte dat op de ambassade vergoed te zullen krijgen. Goede truc, die veel te vaak schijnt te werken.

Precies op tijd vertrekken we om het deel van de reis te maken waar ik erg naar uitkijk: met de bus over de Andes. Tijdig geboekt en stoelen gereserveerd, we zitten op de eerste rang met vrij uitzicht over de bergen, de bochten, de valleien, de stroompjes, de niet al te diep uitgesleten rivierbeddingen – sommige zijn wel behoorlijk breed - die aan het einde van de zomer vrijwel droog staan. Bruine bergen, roodachtige bergen, bergen met een besneeuwde top en bergen zonder sneeuw, veel erg hoge en vooral kale bergen. Iedere bocht maakt nieuwsgierig, want wat zou daar nu weer achter liggen? Meer van hetzelfde, dat er iedere keer anders uitziet. Een smalspoorlijn die niet meer wordt gebruikt, is op een paar hoger gelegen plekken “ingepakt” in een houten bekisting, net een bovengrondse tunnel. Om te schuilen voor winterse buien aan de voet van de Aconcagua die er bovenuitsteekt? Door het barre weer is de weg is in de winter vaak langdurig geblokkeerd. Een uur of drie, vier tot aan de grens, was ons verteld. De bus rijdt keurig op schema, ongemerkt klimmen we hoger en hoger. Krijgen een kop koffie aangeboden en een alfajor. En dan te bedenken dat het kaartje voor de rit van ongeveer acht uur slechts €20 kost. Hoe kunnen ze het er voor doen? We duiken een lange donkere tunnel in waarin een dichte mist van uitlaatgassen hangt. Gadverdamme! Het licht aan het eind van de tunnel blijkt de grens met Chili te zijn.

Las Cuevas, de grenspost tussen Argentinië en Chili herinnert me onmiddelijk aan Seme Podji, de chaotische grensovergang tussen Nigeria en Benin in West-Afrika. Zij het dat er hier sprake is van een georganiseerde chaos en, omdat Las Cuevas ver van de bewoonde wereld ligt, ontbreken de grote mensenmassa’s. Toegegeven, opzichtig naar geld hengelende grensbewakers zijn er evenmin, maar die paar honder meter niemandsland overbruggen kan soms wel uren duren. Argentijnse en Chileense ambtenaren zitten broederlijk naast elkaar in dezelfde ruimte, alleen door de opschriften boven de loketten kan men zien wie wie is. We moeten wachten in de bus totdat er binnen een loket voor buspassagiers vrijkomt, als op de lagere school in een rij naar binnen, vervolgens keurig in de rij wachten totdat de Argentijnse immigratieambtenaar het paspoort van een stempel “SALIDA” voorziet. De reiziger heeft Argentinië nu formeel verlaten. Naar het ernaast gelegen loket, naar de Chileense paspoortcontrole waar de ambtenaar “detective” op zijn jack heeft staan. Hij bestudeert ieder paspoort en iedere identiteitskaart nauwkeurig alvorens in het paspoort en op een formulier het stempel “ENTRADA” te plaatsen. Formeel is de reiziger in Chili gearriveerd, nu de bagage nog. In een andere hal moeten de buspassagiers zich opnieuw als een schoolklasje keurig achter twee lage lange tafels opstellen. De ambtenaar neemt de ingevulde en ondertekende “beëdigde verklaring” in ontvangst, waarin de reiziger naar eer en geweten verklaart geen vlees, voedsel, honing, fruit of andere verboden produkten bij zich te hebben. Hij telt het aantal passagiers, vraagt nogmaals of iemand een verboden produkt bij zich heeft, nee dus, waarna de handbagage door de scanner gaat. De bus en de reizigers krijgen na anderhalf uur toestemming om Chileens grondgebied te betreden.

Was de klim aan de Argentijnse kant heel erg geleidelijk, aan de Chileense kant is de afdaling steil naar beneden. In één oogopslag is de kronkelweg tot aan diep in het dal te volgen en zijn alle keurig genummerde haarspeldbochten te zien. Tussen curva 21 en 20, het zijn er geloof ik 24, ligt een vrachtwagen lui op het randje van de afgrond, bij curva 14 nog een! Wij hebben af en toe de sensatie boven de afgrond te hangen als de bus zo’n scherpe bocht neemt en onze stoelen, helemaal rechts voorin, in het luchtledige komen te hangen. De chauffeurs kennen dit traject en rijden heel rustig, hoewel die vrachtwagenchauffeurs hier natuurlijk ook niet voor het eerst reden. Niet alleen zijn de bochten keurig genummerd, het ziet er aan de Chileense kant bovendien veel opgeruimder – keurig eigenlijk - uit en het is er groen. We hebben de woestijn verlaten en bevinden ons nu zichtbaar aan de regenkant van de Andes.

wordt vervolgd