|
BUENOS AIRES - VALPARAISO EN TERUG - 2 (25032011) Dinsdag, 15 maart 2011. Tussen de bedrijven door probeer ik sinds een paar dagen een “paquete especial” te reserveren voor een bezoek aan Salentein Killka. Een bodega, restaurant, museum en nog veel meer in de Valle de Uco, zo’n 100 km ten zuiden van Mendoza. Het valt niet mee. Emails worden niet beantwoord en als ik opbel, ontstaat een verschil van mening over de prijs. Hoewel er volgens de regering en het luidop door de overheid gesouffleerde Centraal Bureau voor de Statistiek in Argentinië nauwelijks inflatie bestaat, trekken de prijzen zich daar weinig van aan. Die gaan regelmatig met vele procenten tegelijk omhoog. Een paar weken geleden kostte een fles bier van de ene dag op de andere 20% meer, een potje yoghurt 15% en hield mijn Boliviaanse groenteboer op met het verkopen van grapefruits omdat hij vond dat die te duur waren geworden voor zijn clientèle. Het kan nog erger. Het voor morgen geplande bezoek aan de bodega kostte een jaar geleden minder dan de helft van wat nu op de website staat, maar als ik wil reserveren blijkt de prijs ondertussen te zijn verdrievoudigd! Dit gaat me te ver, ik sta erop de prijs die wordt geadverteerd te “mogen” betalen. “Moet ik aan mijn chef vragen”, zegt Pilar “ik zal het u later vandaag bevestigen”. Ja, ja. MMAMM – het Stedelijk Museum van Mendoza voor Moderne Kunst ligt als een ondergrondse parkeergarage midden in het Parque de Indepencia, het centrale park van de stad. Op de voordeur staat duidelijk aangegeven dat de toegangsprijs 8 pesos per persoon bedraagt, dat is 16 pesos voor mijn gezelschapsdame en mijzelf. Ik vraag twee kaartjes en krijg te horen dat ik 10 pesos moet afrekenen, de cassière geeft me één van de twee tien pesobiljetten terug en overhandigt me één enkel studentenkaartje van 5 pesos. “Zo is het goed” zegt ze met een glimlach. Wij krijgen korting en zij steekt 5 pesos in haar eigen zak, zo vermoeden wij. Even later ontdekken we, dat we ook voor de lagere entreeprijs, nauwelijks waar voor ons geld krijgen. Die “waar” zijn een grote retrospectief van de plaatselijke beroemdheid Fidel Roig Matóns. Veel te veel doeken gewijd aan de bergtoppen in de omgeving van Mendoza en de “Cruce de los Andes” van Generaal San Martín en zijn troepen. Een militaire campagne geleid door de Simón Bolívar van de onderkant van Zuid-Amerika, die over de Andes trok om te assisteren bij de dekolonisering van een paar buurlanden. Saaier dan saai. Minstens even saai zijn de getekende portretten van de oorspronkelijke bewoners en een onmogelijk portret van een indigene vrouw met één ontblote borst. Het ooit in Nederland zo populaire “Zigeunerinnetje” avant la lettre. Het allerergste zijn de uit hun krachten gegroeide opblaasbeesten van Marina Páez, geafficheerd als “artista emergente – aanstormend talent”, die op een ludieke wijze haar jeugherinneringen zouden verbeelden. Marina moet een erg vroegrijp meisje zijn geweest of buitengewoon vrijdenkende opvoeders hebben gehad gezien de forse geslachtdelen waarvan haar speelgoeddieren zijn voorzien. Die dingen zouden niet misstaan in de afdeling opblaasspeeltjes van de eerste de beste seksshop. Eerdere bezoekers hebben hun mening over het museum met graffiti kenbaar gemaakt op de buitenmuur: AQUI ES PERMITIDO LLORAR – HIER MAG JE HUILEN. Een informele, doch zeer gerechtvaardigde klaagmuur. Dat vind ik pas écht ludiek. Aan het einde van de werkdag is er geen nieuws uit de wijnvallei. Morgen wordt het daarom Plan B, water in plaats van wijn, vanavond beide. In een streek waar het vrijwel nooit regent, begint het te regenen terwijl we op een overdekt straatterras zitten te dineren. Hoewel het niet zo voelt, moet dit dus een unieke ervaring zijn. Woensdag, 16 maart 2011. Het busje neemt in het stadje Las Heras de “Ruta Sanmartiniana”, de weg die de troepen van General San Martin namen om de Andes over te trekken. Buiten de bebouwde kom komt de woestijn van Mendoza in volle glorie tevoorschijn. De grond ziet er kurkdroog uit, toch ligt er een groen waas overheen, het lijkt allemaal verdacht veel op het landschap van de Zuid-Afrikaanse West-Kaap. Beide halfwoestijnen mogen dan op verschillende continenten liggen, ze liggen wel op ongeveer dezelfde breedtegraad: 33?zuiderbreedte. De gids doceert vaderlandse geschiedenis met patriotische gedrevenheid, de generaal – el Libertador – wordt minstens de hemel in geprezen, alsof hij het allemaal in zijn eentje heeft bekokstoofd. Deze licht verteerbare informatie van het type “het ene oor in, het andere oor uit”, wordt gevolgd door de toch wel wat verbijsterende aankondiging dat de eerstvolgende “bezienswaardigheden” de cementfabriek van Minetti en de waterfabriek van Villavicencio zulen zijn. Alletwee grote merken in Argentinië, maar bezienswaardigheden? Menselijke ingrepen in het landschap, die datzelfde landschap behoorlijk verzieken. Het beeld: een lange smalle weg door een halfwoestijn met lage vegetatie, links “la Cordillera” de bergrug, de Andes, majestueuze met sneeuw bedekte toppen. Aan de voet ervan worden door de cementfabriek heuvels tot op de te harde ondergrond afgekloven en pompt een fabriek miljoenen liters water van onder het woestijnoppervlak om dat vervolgens in een enorme bottelarij in plastic flessen en flesjes te verpakken. Het vraagt toch wel een enigszins lenige geest om de tegenstrijdigheid van een waterfabriek midden in een woestijn te kunnen bevatten. wordt vervolgd |