BUENOS AIRES - VALPARAISO EN TERUG (20032011)

Maandag - 14 maart 2011. Twee uur na het vertrek van de terminal van Retiro arriveert de bus in Luján, hooguit 70 kilometer verder. De ergste drukte van de agglomeratie Groot Buenos Aires mag nu dan wel achter de rug zijn, de Ruta Nacional 7 – de Carretera Libertador General San Martín - die we vervolgens oprijden, is ondanks de indrukwekkende naam niet meer dan een tweebaansweg. De rit naar Mendoza gaat een lange zit worden. Toch is het nu of nooit om te gaan doen wat ik mezelf de afgelopen 10 jaar bijna iedere keer voornam wanneer ik door de lucht van Buenos Aires naar Santiago de Chile of omgekeerd reisde. Met name doordat het vliegtuig zo laag over de toppen van de Andes vloog dat je het idee kreeg dat je die bijna kon aanraken. ’t Is dat de raampjes niet geopend konden worden, anders was me dat vast en zeker gelukt! Zo’n reis moest over de weg worden gemaakt, van de Atlantische Oceaan, via de Andes, naar de Stille Oceaan. Een weg die zo’n beetje parallel loopt aan de 33ste breedtegraad: via Mendoza en de Cristo Redentorpas naar Valparaíso. Een afstand van ongeveer 1.750 kilometer, het continent is hier gelukkig niet al te breed. Bovendien smokkel ik een beetje door in Buenos Aires van start te gaan in plaats van aan de monding van de Río de la Plata, waardoor er zo’n 450 kilometer worden uitgespaard en er “slechts” 1.300 kilometers hoeven te worden afgelegd. Wij gaan met “El Rapido”. maar hadden voor net zo goed met “La Preferida”, “El Practico” of “El Turista” kunnen reizen. Zulke namen klinken toch stukken luchtiger dan RET of GVB of HTM en zo?

Vlakke pampa voordat de avond valt, voornamelijk met soja beplante akkers. Het hedendaagse groene goud van Argentinië. Het ene dorp volgt na het andere, afgewisseld door een enkel stadje waar de bus kort stopt. Verder weg van de hoofdstad worden de huizen steeds lager, zo laag dat ik binnen niet rechtop zou kunnen staan. Zouden er op het Argentijnse platteland wellicht alleen maar dwergen wonen? Historisch werd de bevolking hier wel klein gehouden, misschien ligt het daar wel aan. Aan de ene kant is het jammer dat tegen het einde van de zomer de avond steeds sneller valt, aan de andere kant wordt daardoor wel de eentonige saaiheid van het landschap enigszins gecamoufleerd. Zo’n beetje halverwege, in Rufino, mogen de benen kort worden gestrekt en kan snel iets worden gegeten door hen die daar zin in hebben. De binnenmuren van de terminal worden opgefleurd door graffiti, er hangt een gemeentelijk annonce dat iedere balie over een klachtenboek beschikt waarin de ontevreden passagier zijn of haar gal kan spuwen. Even overweeg ik iets over de verschrikkelijk vuile en stinkende toiletten – type Franse autoroute waar je hurkend boven een gat in de vloer moet proberen te poepen zonder jezelf te bevuilen – te kankeren. Op tijd bedenk ik echter dat dit zeer waarschijnlijk de enige keer in mijn leven zal zijn dat ik in dit gat een toilet zonder pot zal bezoeken en toch nooit het genot van een eventuele verbetering zal mogen ervaren.

Dinsdag, 15 maart 2011. Kort na zeven uur valt het eerste zonlicht op de met sneeuw bedekte top van de Aconcagua. Met 6.962 meter niet alleen de hoogste berg van de Andesketen, maar van heel Noord- en Zuid-Amerika!. We moeten in de buurt van Mendoza zijn, na bijna 17 uur is het einde van de rit in zicht, de limiet van de eindeloze vlakte is bereikt! Snel naar het hotel, registreren, ontbijten, douchen en kort bijslapen, want van dat laatste is - ondanks de comfortabele stoelen - in de bus weinig terecht gekomen. Nadat de dame bij de ingang van de ontbijtzaal het kamernummer heeft genoteerd, geeft ze me vast een klachtenformulier. Hebben ze hier een minderwaardigheidscomplex, weten ze dat ze er niets van zullen bakken, dat de service en kwaliteit van het voedsel ver beneden de verwachting van de verwende reiziger zullen liggen? Twijfelachtig zoiets, toch het verkeerde hotel gekozen? ’t Valt reuze mee, zeker bedoelt om de gast het gevoel te geven dat als er iets mis zou zijn, dit snel wordt opgelost. Want, zo verzekert het formulier, “klachten worden dagelijks behandeld”.

Hoewel Mendoza midden in één van de droogste gebieden van Argentinië ligt – gemiddelde regenval 223mm per jaar - is het desondanks een groene stad met veel parken en door bomen omzoomde straten. Dankzij de slimme kanalisering van het (smelt-) water van de Andes middels de acequias die langs beide kanten van de straten lopen – in feite irrigatiekanalen – blijven de bomen die er langs staan in leven en groen. Onaardig gezegd, maar niet zo bedoeld, lijken die smalle waterweggetjes net op de stinkende open riolen die ik uit een paar Afrikaanse landen ken, doch die hier zijn gevuld met schoon stromend water. Fantastisch ingenieus dit systeem dat al werd gebruikt door de autochtone bevolking voordat de Spanjaarden dit gebied koloniseerden. De ruim duizend kilometer die Buenos Aires van Mendoza scheiden, scheiden twee verschillende werelden. Het Spaanse accent is anders, de stad is verrukkelijk rustig en traag, maar bovenal erg schoon en geheel gespeend van het in de hoofdstad altijd op de achtergrond aanwezige lawaai en de stank van te veel verkeer én de tot een voortdurende staat van chaos leidende dagelijkse sociale en politieke protesten. Het inwonertal ligt onder de miljoen, Mendoza is een “ciudad en el interior”, een provinciestad waar de siësta heilig is. Meerdere pogingen tot afschaffing ervan stuitten op fel verzet en faalden jammerlijk.

wordt vervolgd