|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 57 (09122009) Donderdag, 5 november 2009. Alleen de doorzetters bekijken de hele collectie van het Beaufort-West Museum en niet te vergeten de monumenten in de directe omgeving. Enigszins ongebruikelijke monumenten voor een buitenstaander zoals ik. Na de hommenage aan Christiaan Barnard in het oude stadhuis is de voormalige “kerksaal“ als volgende aan de beurt. “Uw Woord is eene lamp voor mijnen voet“, is de toch wel mooie bijbeltekst die aan de kansel hangt. Komt me slechts vaaglijk bekend voor, de beheersing van de Tale Kanaäns is niet meer wat het was. In de vitrines hangen veel foto’s van de voorgangers die hier ooit de kudde hoeden, erg veel doopjurkjes, een in 1898 vanaf Robben Eiland in perfect Nederlands – de officiële kerktaal - aan zijn vorige gemeente geschreven brief van dominee L. Hugo en – godbetert – in de consistoriekamer achter de kansel een collectie geweren en pistolen. Die mochten ondanks het wapenverbod dus wel naar binnen! Naast de ingang van de kerk is een laag bij de gronds monument om de 150ste verjaardag van “Die Groot Trek“ te herdenken. De uittocht uit de Kaap van Afrikaners die zich niet aan het Britse gezag en de verengelsing wensten te onderwerpen, wordt herdacht door een kleine steen en door een slordig gestorte plaat beton waarin de afdrukken van wagensporen, voetafdrukken van de wagenvoerder en de trekossen staan. Dit kan toch niet anders dan ergerlijke namaak zijn? De gifbeker is echter nog niet leeg, de oude pastorie wacht. Daar werd - zijn vader was dominee - de hartchirurg Dr. Christiaan Barnard geboren die in 1967 de eerste harttransplantatie in de geschiedenis uitvoerde in het Groote Schuurziekenhuis van Kaapstad. Het huis is zoveel mogelijk ingericht zoals dat in de jaren dertig van de vorige eeuw gebruikelijk was, het straalt Calvinistische strengheid uit. Of het is gewoon het gevolg van het bescheiden inkomen dat zo’n plattelandsdominee toen had, en misschien nu nog wel. Op het kerkhof van de “nieuwe“ kerk nog twee opvallende monumenten. Een stevig in prikkeldraad gewikkeld kruis op een voet van stukjes verroest golfplaat – hét bouwmateriaal van de townships - waaronder de rassenscheiding ligt begraven en een gedenknaald voor de in 1911 aan de slaapziekte overleden dominee Roux. Een ander, vast en zeker niet zo bedoeld, wat bizar gedenkteken is het pension waar ik ga overnachten dat is gevestigd in het stationsgebouw van het voormalige vliegveld van het stadje. In de van zijn apparatuur ontdane verkeerstoren is de bar gevestigd met een prachtig uitzicht op de leegte rondom. Regelmatige lijndiensten zijn er niet meer, de landingsbaan wordt af en toe gebruikt voor particuliere vluchten met lichte vliegtuigen, ik bof dat ik een tweezitter zie landen. De enige vlucht van vandaag komt tanken, iets dat met een handpomp uit een olievat wordt gedaan. Wat eens de vetrekhal was, is nu het restaurant, ik eet er – hoe kan het ook anders aan de rand van een stadje dat dankzij de schapenfokkerij is ontstaan en overleeft – Karoo lamsvlees. Smullen! Vrijdag, 6 november 2009. Nog dieper de woestijn in: Beaufort West, Three Sisters, afslag naar de N12 – Kimberley 414 km. Ontelbaar veel wegenonderhoud en het daarbij op tweebaanswegen gebruikelijke “Stop/Ry – wachttijd 10 minuten” systeem, geven de reiziger een goede gelegenheid om het landschap te bestuderen. Na al duizenden kilometers door de Karoo te hebben gereden, beginnen steeds meer nuances zichtbaar te worden in een ogenschijnlijk “meer van hetzelfde” landschap. Deze keer vallen me vooral de “cakebergen” op, heuvels die nogal lijken op een cake die net uit het omgekeerde bakblik op een bord is gezet om af te koelen. Victoria West, Britstown, Strydenburg, Kimberley 199 km. In Hopetown kruis ik de Oranjerivier, een niet te missen bord kondigt het begin van de “Battlefield Route” aan, een slagveldroute, weer eens wat anders. Dit heeft uiteraard met de Boerenoorlog te maken, een van de weinige – zo niet de enige - koloniale oorlog tussen Europeanen of blanken die op een ander continent werd uitgevochten. De latere schermutselingen tijdens de Eerste Wereldoorlog tussen Duitsers enerzijds en Engelsen, Fransen en Belgen anderzijds daar gelaten, dat was immers meer het openen van een Afrikaans front van een Europese oorlog. Niet te ver van Modderfontein staan aan de rand van de Vaalrivier een Brits blockhouse, een Boeren fort, een monument. Die naam komt me bekend voor dankzij de schrijver/historicus L. Penning die veel over de Boerenoorlog publiceerde, zonder ooit ter plaatse te zijn geweest. Bij nader inzien is de titel van het boek “De leeuw van Modderspruit”. Het blockhouse ligt, zoals het hoort, strategisch naast de spoorbrug over de rivier met het gezicht naar het noorden gericht, het territorium van de vijand. De op één hoog gelegen gepantserde deur staat open, ik klim naar binnen om te kijken wat die Britse soldaten ruim een eeuw geleden dan wel zagen. Nou ja, het is geen “van heb ik jou daar” ervaring, gewoon een goed schootsveld naar alles wat zich binnen het gezichtsveld bewoog zonder dat jezelf neergeknald kon worden achter de stevige stenen borstwering. Functioneel derhalve, meer niet. Wat functionaliteit betreft heb ik echter grote twijfel bij het zogenaamde fort van de Boeren. Het model met de vorm van een rondavel – een traditioneel rond Afrikaans huis - dat hier staat, heeft de nodige schietgaten, de bescherming die de ongepantserde dunne golfplaat echter bood, lijkt me minimaal. Golfplaat tegen kogels? Een wat ongelijke strijd. Toch hielden die ongetrainde, fanatieke en zeer gemotiveerde Afrikaners het zo jarenlang vol tegen het Britse troepen. wordt vervolgd |