EEN VERJAARDAGSBRIEF VAN JOS (16032011)

Beste Jacques,

In 1991 belandde ik door een toeval in Nigeria en leerde ik jou kennen. Dat is dus twintig jaar geleden. Met de NPS radio had ik afgesproken reportages te maken over de democratisering in Nigeria, Benin en Mali. Toen ik bij aankomst op het vliegveld van Lagos geen idee had waar ik een hotel zou kunnen vinden, klampte ik een dame voor mij in de rij bij de douane aan die Nederlands sprak. Toen ik haar vroeg waar ik een hotel zou kunnen vinden, bood zij spontaan aan daar even langs te rijden. Zij was duidelijk niet op de hoogte van wat je bij de NPS verdiende, want toen ik het door haar uitgekozen hotel in de verte zag, hoopte ik al heel erg dat dat het niet zou zijn vanwege de sterke sheraton trekken. Ik kon dat absoluut niet betalen. Ik zei dat ook maar gewoon, waarop zij zei: dan kom je maar bij mij en mijn man logeren, de kinderen zijn er toch niet, dus er is wel een bed over. Zo leerde ik Wil en haar man Iek kennen, en ik heb twee fantastische weken bij hen doorgebracht. Ik genoot van hun gastvrijheid, de gesprekken over en weer, en de zondagse bezoekjes aan het strand. Tot dan toe had ik mijn ‘ontgroening’ in armere landen doorgemaakt in het door hongersnood getroffen Bangladesh en in oorlog- en hongergebieden in Noordoost Afrika. Ik had mij daar geďdentificeerd met arme en onderdrukte dorpelingen en met bevrijdingsbewegingen. Voor mij ging er een geheel nieuwe wereld open.

Ze namen me ook mee naar hun vrienden en kennissen in Lagos, een van hen was jij. Ik voelde meteen een klik. Wat deelden we? Was het innerlijk vuur? Interesse in mensen en culturen van andere landen? Afrikaanse cultuur, kunst, literatuur en mooie dingen? Of speelde mee, dat we van dezelfde generatie waren? Tegelijk waren onze levens heel verschillend verlopen. Dat van jou meer binnen de establishment van een grote oliemaatschappij, en dat van mij meer in kritische kringen van onderzoek, journalistiek en activisme. Met grote verschillen in onze persoonlijke situaties.

Het werd een bijzondere reis. In Nigeria is het niet ver gekomen met die democratisering. In Benin en Mali iets meer. In Mali ontdekte ik een nieuw thema in mijn werk. Ik ontmoette daar directeur Samuel Sidibé van het Nationale Museum en van hem wilde ik horen hoe zijn land kunstroof bestreed. Hij legde uit dat kunstroof daar een grote ramp is, waarvan de oorzaak zowel in Mali zelf ligt als bij de handelaren, verzamelaars en musea in de rijke wereld. Hij legde de schuld van het verdwijnen van kunst en antiquiteiten uit arme landen dus niet alleen bij het rijke Westen of bij het kolonialisme, zoals vaak werd gedaan, maar ook bij de arme landen met veel kunst en antiek zelf. Dat sprak mij aan, want dat betekende dat er voor beide kanten een rol ligt in de bestrijding ervan.

Vanaf deze ontmoeting was kunstroof een thema, dat ik op elke reis meenam. Ik begon steeds meer door te krijgen dat kunstroof vaak een uitdrukking is van dezelfde ongelijkheid, die ik van andere thema’s in mijn werk ken. Door de jaren heen hebben wij er heel veel over uitgewisseld, en die gesprekken zijn mij steeds dierbaar geweest. Momenteel werk ik aan een boekje voor het Tropenmuseum over de teruggave van betwist erfgoed. In 1998 bracht ik een week door op de Mission Culturelle van de historische stad Djenné aan de rivier de Niger. Tweederde van de archeologische vindplaatsen was daar geplunderd, maar politie en cultuurambtenaren hadden de roof aardig teruggedrongen. Mali beschikte toen al over goede wetten en president Alpha Konaré steunde de inspanningen voor cultuurbehoud persoonlijk. Ik bezocht toen een handelaar die beelden vervalste, en het beeld op de foto heb ik toen van hem gekocht. Ik heb het een aantal keren bij lezingen en optredens voor radio en tv gebruikt.

Weet jij nog wanneer we ontdekten, dat we allebei op dezelfde dag, 16 maart 1946, waren geboren, jij in Nijmegen en ik in Rotterdam? Ik niet, maar het gaf wel iets speciaals aan onze band. We zijn allebei babyboomers, hebben geprofiteerd van de economische bloei vanaf de jaren zestig en van nieuwe vrijheden vanaf de jaren zeventig. Toch is de gedeelde geboortedag niet het geheim van onze vriendschap. Dat geheim is, denk ik, een mengeling van nieuwsgierigheid, wederzijds respect en het gevoel dat we iets aan elkaar konden hebben. Onze gesprekken krijgen gemakkelijk iets vertrouwelijks, en we zijn allebei goedlachs. Ik voelde mij rijk met jou als vriend, en dat gevoel heb ik nog steeds.

Beste Jacques, van harte gefeliciteerd met je verjaardag, een zoen op elke wang en lang leve onze vriendschap. Ik wens je nog vele superjaren toe.

Jos van Beurden