|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 48 (28102009) Dinsdag, 22 september 2009. De ambassade van de Verenigde Staten in Pretoria en drie consulaten in andere steden zijn tijdelijk gesloten, zo kopt mijn ochtendkrant. Zuid - Afrika te onveilig voor de diplomaten uit de VSA, zoals het land in het Afrikaans heet? Ik kan me daar best iets bij voorstellen. Vooral omdat het algemeen bekend mag zijn dat de Verenigde Staten zelf zo’n beetje het veiligste land ter wereld is, waar gelukkig bijna nooit iemand door een of andere maffe landgenoot overhoop wordt geschoten. In Lagos had ik een tijdje een Amerikaanse collega die op maandagochtend eens overstuur op kantoor kwam omdat hij en zijn vrouw de avond ervoor getuigen waren geweest van gewapende overval op de drukke Awolowo Road. Een half jaar eerder was hij van Houston naar Lagos verhuisd, Lagos een stad met destijds tussen de 10 en 15 miljoen inwoners met een donkere huidskleur. Oei wat eng was dat! Hij bekende te zijn opgegroeid in het gesegregeerde zuiden en tot zijn 19e nooit in dezelfde ruimte had verkeerd met een gekleurde medemens totdat hij in militaire dienst moest. Ik weet niet meer precies wat de getallen waren, maar er werden in die tijd in Houston gemiddeld per dag ongeveer net zoveel mensen vermoord als in het veel grotere Lagos in een hele week. Na het incident stuurde hij zijn echtgenote per kerende post terug naar huis, want “Lagos is veel te gevaarlijk”. En maar met de hand op het hart zingen over “the land of the brave”. Donderdag, 26 september 2009. Vandaag is het Erfenisdag, een post-apartheid feestdag waarop het land stilstaat bij zijn veelzijdige verleden. Een verleden dat er voor iedere bevolkingsgroep anders is. In Kaapstad veel aandacht voor gekleurde medemensen die uit de stad werden verwijderd en om hele verkeerde redenen eveneens veel aandacht voor Robbeneiland, dat vandaag niet eens kan worden bezocht. De net een jaar geleden in gebruik genomen nieuwe ferry doet het weer eens niet. En als dat ding niet vaart, is het eiland onbereikbaar. “Dat was tijdens de apartheidsjaren beter geregeld”, bedenk ik met enig cynisme. Toeristen, die soms maanden van te voren een reservering hebben gemaakt, staan voor jan met de korte achternaam op de steiger te kankeren. Vanaf mijn terras kijk ik minstens één keer per dag even naar het eiland, dat binnen handbereik lijkt te liggen, doch waarvan niemand kon ontsnappen omdat het echt twaalf kilometer uit de kust ligt. Je hebt er het mooiste uitzicht op Kaapstad. Dat heb ik tenminste in film “Goodbye Bafana” gezien, want geweest ben ik er nog nooit. Die film is een niet al te beste verbeelding van een deel van het leven van Nelson Mandela. Tot en met zijn vrijlating, in 1990, uit de Victor Vestergevangenis van Paarl. Mijn collega Clive Fox, ruim 40 jaar geleden vanuit Engeland naar Zuid-Afrika geëmigreerd, speelt er nota bene de rol van een fanatieke Afrikaander gevangenisbewaarder in! Mandela zat 18 jaar gevangen op het eiland. Na zijn verkiezing tot President in 1994 werd het een bedevaartsoord én een museumeiland én werelderfgoed! “Het management beschouwde het eiland als hun persoonlijke flappentap”, meldde een boos lid van de Raad van Toezicht vorige maand. Wanbestuur en mismanagement, het lijkt wel wat op de eeuwigdurende verbouwing van het Stedelijk Museum in Amsterdam. De overeenkomsten tussen het voormalige moederland en de kolonie houden daarmee overigens niet op. Zo valt het me op dat het goedpraten van wat er allemaal mis gaat, aan beide kanten van de aardbol met eenzelfde nonchalance wordt bedreven. Net zo achteloos als ze met gemeenschapsgeld smijten. Tussen de bedrijven door van het zijn van een gevangeniseiland - van de politieke tegenstanders in Indonesië van de VOC in de 17e eeuw tot en met de politieke tegenstanders van het apartheidsregime in de 20ste eeuw – werd Robbeneiland van 1836 tot 1931 gebruikt als een melaatsenkolonie en een gesticht voor geestelijk gestoorden. Het bewijs van die aanwezigheid is slechts op de begraafplaats terug te vinden. Toen de “ziekenafdeling” werd opgeheven, werden de 90 paviljoens gesloopt vanwege mogelijk “besmettingsgevaar”, flauwe kul in de overtreffende trap. Er was zelfs een aparte aanlegsteiger voor de melaatsen, die de “Poort van Trane” was voor hen die werden losgerukt uit hun gezin en omgeving vaak vanwege vermeende “velprobleme”. Soms zonder zelfs maar ziek te zijn. Robbeneiland, tot op de erfenisdag van vandaag een eiland om van te huilen. Zondag, 28 september 2009. De lente is nog maar net begonnen of “maart roert zijn staart” al. Op het zuidelijk halfrond is dat dus in september. In de Swartbergen valt erg veel sneeuw. Optimistische “stappers”, ze hadden vast en zeker het voorjaar in het hoofd, verdwalen er en vriezen dood. Zo worden stappers tegen hun zin uitstappers. Ruim een jaar geleden reed ik midden in de winter, op een frisse zonnige dag een rondje door de Swartbergen. Heen nam ik de Meiringspoort, terug de smalle onverharde en zeer bochtige weg over de Swartbergpas. Op het hoogste punt rustte ik even en bewonderde het onbegaanbare ruige berglandschap, het gebied waar de wandelaars door de sneeuw zouden worden overvallen. De ervaren stappers volgden de officiële staproute – zoals een hiking trail in het Afrikaans heet – en hadden een permit, want zonder voorafgaande toestemming mág er niet worden gewandeld. Hadden ze ter voorbereiding “Duiwelskloof” van André Brink ook maar gelezen. Dat verhaal speelt in het tot 1962 haast onbereikbare dorp die Hel, dat aan de kant ligt waar ik toen met mijn rug naar toe stond. Wie er werd geboren of per ongeluk belandde, kwam die duivelskloof nooit (meer) uit. Tegenwoordig kan er onder leiding van een beroepsgids een driedaagse wandeling naartoe gemaakt worden die “To Hell and Back” heet. Dat degene die dit heeft bedacht, er maar snel een enkele reis naar toe mag maken. wordt vervolgd |