|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 44 (10102009) Woensdag, 9 september 2009. De vlucht naar Johannesburg vertrekt veel te laat. Ik had het kunnen weten. “Want a delay? Fly BA!” herinner ik me uit de jaren tachtig van de vorige eeuw toen ik vanuit Londen regelmatig zakelijk moest vliegen met deze niet al te punctuele maatschappij. Ook nu weer noodgedwongen vanwege de “laagste tarief optie” die mijn werkgever hanteert. Comair, de hedendaagse Zuid-Afrikaanse dochter, heeft zich die bedrijfscultuur van weleer knap eigen gemaakt. Net als toen onderga ik het gelaten, op een vliegveld waar door de langdurige verbouwing iedere vorm van comfort ontbreekt. Aan het andere eind van de vlucht, in de Oost Rand van de Witwatersrand, lonkt Boksburg. Het ligt in de overwegend Afrikaans sprekende agglomeratie van Johannesburg, zoals de gordel van Vlaams sprekende dorpen die Brussel omringt. Met uitzondering van de gigantische townships zoals Soweto welteverstaan, die nooit veel met het Afrikaans en de Afrikaners hebben opgehad. Hoewel ik er voor mijn werk naar toe moet, kan het nooit kwaad om gelijk even aan mijn “éducation permanente” te werken. Dankzij “Playing the Enemy” – het verhaal hoe Nelson Mandela de overgang naar de post-apartheid leidde -, een boek dat ik van een bezoekend nichtje cadeau kreeg, weet ik dat Chris Hani er in 1993 werd vermoord. Hani, de leider van de communistische partij en stafchef van Umkhonto we Sizwe – de Speer van de Natie, de gewapende tak van het ANC, was na de afschaffing van de apartheid tussen de vijand van weleer gaan wonen. In Boksburg nog wel, waar de apartheid tot op het allerlaatste moment fanatiek werd beleden en in de praktijk werd gebracht. Je moet ofwel volkomen gek zijn of overdreven veel vertrouwen hebben in de goedheid van de medemens om met een zwarte huidskleur kort na de afschaffing van de apartheid juist daar te gaan wonen. Hani heeft het deze keuze met zijn leven bekocht. Boksburg vandaag is een uit zijn krachten gegroeid dorp met ongeveer net zoveel inwoners als Den Haag, Nederland’s grootste dorp. Saai, voornamelijk kleine industrie en opvallend veel terreinen waar auto’s staan geparkeerd die door bank van lening bij de eigenaar zijn teruggehaald omdat de aflossing niet langer werd betaald. Een opzichtig bewijs dat de globale economische crisis Zuid-Afrika niet links heeft laten liggen. Het enige dat mij hier intrigeert, is het gekke rode gebouw dat vlak naast de snelweg ligt. Een mengsel van Kaap-Hollandse en orientaalse architectuur dat wordt afgeschermd door een stevig gesloten hek, waarschijnlijk hoognodig in de uithoek van een industrieterrein en braak liggend land aan de kant van het asfalt. Het is een Russisch Orthodoxe kerk, zo blijkt uit het bord naast de poort en het achtpuntige kruis op de toren. Niet echt wat ik verwachtte of had gehoopt. De enige echte reden om naar Boksburg te gaan, is een flinke tegenvaller. Onderweg naar Johannesburg rijden we deels naast de de spoorlijn die van het vliegveld naar de stad wordt aangelegd en busbanen in wording. De hoognodige verbetering van het openbaar vervoer wordt met name door de eigenaren van de taxibusjes als broodroof door de overheid gezien. Vorige week begonnen de eerste bussen vanuit Soweto richting stadscentrum te rijden en dat was het startsein voor de “taxi-oorlog”. De nieuwe stadsbussen zijn de helft goedkoper en stukken comfortabeler dan de sardineblikken op wielen van de vervoersmaffia, die, om de passagiers te ontmoedigen, de bussen met Kalashnikovs beschoten. Sindsdien worden bussen en reizigers door zwaar bewapende politiemannen beschermd. Wat geweld betreft is men hier wel wat gewend, het leven gaat dus gewoon door. Zo staan er langs mijn route van het hotel in het chique Sandton naar kantoor in het nog chiquere Bryanston bij een paar kruispunten door de bezorgde buurtvereniging gesponsorde waarschuwingsborden: OPGELET – HI JACK HOT SPOT. Gewapende “car jackings” staan hoog genoteerd op de Joburg misdaad top 10, hoewel daarbij zelden Kalashnikovs worden gebruikt. Het hotel waar ik deze keer logeer is het Hilton, al was het alleen maar om een kamer te testen waarin over een paar maanden een voetballer van het Nederlands elftal zal slapen. Nou ja, het is niets bijzonders hoor, gewoon een doorgangshuis voor zakenreizigers. En voor staatshoofden en hun gevolg, want daardoor kon ik er eerder dit jaar, na de inauguratie van President Jacob Zuma, niet terecht. Vrijdag, 11 september 2009. Ook de terugvlucht is vertraagd. Hoewel het grondpersoneel het dapper probeert te ontkennen, weten wij het zeker als de bemanning - met hun koffertjes aan de hand - het vliegtuig verlaat en het toestel kort daarna van de gate wordt weggesleept. Er zit een scheur in een van de ramen van de cockpit. Een paar uur later vliegen we met de door mijn werkgever als “liever niet” bestempelde concurrent veilig terug naar Kaapstad. “Ik heb niets tegen Johannesburg, maar ik ben altijd blij als ik weer terugga naar Kaapstad”, zegt de passagier die naast mij zit. Ik ben het hartgrondig met hem eens. Met nog 272 dagen te gaan tot de aftrap van het WK voetballen, lees ik tijdens de vlucht het laatste nieuws. De onthulling in een Australische krant dat de atlete Castor Semanya, een jonge dame die ervan wordt beschuldigd een jonge man te zijn, een hemafrodiet zou zijn is de openingskop van vrijwel alle kranten. In het land van de complottheorieën wordt dit bericht onmiddelijk “herkend” als een rassistisch opzetje van “fascistische blanke Zuid-Afrikanen die niet onder een zwarte regering wensten te leven en daarom naar Australië emigreerden om van daaruit door te gaan het land in een kwaad daglicht te stellen omdat ze nog altijd revanche zoeken voor de verloren macht”. “Hoe verzinnen ze het?”, vraag ik me af. Maar vele, vooral zwarte, Zuid-Afrikanen zijn daar zonder meer van overtuigd. wordt vervolgd |