NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 43 (05102009)

Zaterdag, 5 september 2009. Robert Jacob Gordon (1743 – 1795) beschikte over een gezonde nieuwsgierigheid, was ondernemend en had een oprechte belangstelling zonder vooroordelen voor de nieuwe wereld die hij in dienst van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie aan het ontdekken was. Minder mag je natuurlijk ook niet verwachten van iemand die, hoewel beroepsmilitair, eveneens was geschoold als botanicus, zoöloog, cartograaf en antropoloog. Een unieke combinatie. Eigenlijk haast te mooi om waar te zijn in dit in de tweede helft van de 18e eeuw grotendeels onbekende land. Bovendien was Gordon een uitstekend waarnemer die in staat was om wat hij zag en beleefde onder woorden te brengen en, omdat hij goed kon tekenen en schilderen, die teksten met beelden kon verduidelijken! Iets dat in een tijd dat camera’s voor stilstaande beelden, laat staan voor bewegende, nog niet bestonden, een zeer waardevolle combinatie was. Gordon ging aan de slag in de Kaapkolonie, zoals ruim een eeuw eerder in de Nederlandse kolonie in het noord-oosten van Brazilië was gebeurd. Daar tekende en schilderde Albert Eckhout de flora en fauna en nam Frans Post landkaarten, fortificaties en landschappen voor zijn rekening. ’t Is niet zo dat er in de eerste honderd jaar van de VOC aanwezigheid in Zuid-Afrika niemand het onbekende territorium had verkend, maar dat waren inderdaad verkenners die met name de economische belangen van hun werkgever in het achterhoofd hadden. Uiteindelijk was de Kaap “eigendom” van de VOC, de eerste multinationale beursgenoteerde onderneming ter wereld. Gedurende de ambtsperiode van gouverneur Joachim van Plettenberg (1771 – 1785) bestond er een sterk groeiende interesse om die onbekende gebieden in kaart te brengen, waartoe werden meerdere expedities georganiseerd. Gordon viel met zijn neus in de boter. Hij ondernam zes reizen en verzamelde een schat aan informatie over flora, fauna, zeden en gebruiken van de oorspronkelijke bewoners, tekende vele landkaarten en panorama’s en deelde aardrijkskundige namen uit. Al doende gaf hij ondere andere de langste rivier van Zuid-Afrika de naam Oranjerivier. Als hij destijds had geweten dat deze waterweg een soort transportband van diamanten was, had hij die vast anders genoemd.

In 1795 vergiste Gordon zich gruwelijk toen hij de Engelsen toestemming gaf aan land te komen. Dat was het begin van het einde aan de Kaap voor de VOC. Hij dacht bondgenoten van het door Napoleon bezette Nederland binnen te halen, de Engelsen beschouwden de kolonieën van door de Fransen veroverde “moederlanden” echter als vijandelijk gebied en pikten Kaap de Goede Hoop in. Gordon, de militaire bevelhebber, pleegde kort daarop zelfmoord. Zijn weduwe zou Kaapstad in 1797 verlaten om naar Engeland reizen, in haar bagage zaten onder meer de tekeningen, kaarten, aantekeningen en reisjournaals van haar echtgenoot. Hoewel het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vaststaat dat een deel van de niet gesigneerde tekeningen door metgezellen van Gordon werd vervaardigd. Niet lang na aankomst in Londen werd de collectie geveild en kwam in het bezit van de Hertog van Sutherland, die de tekeningen en kaarten zou laten inbinden in zes albums. Die albums kwamen in 1914 in het bezit van het Rijksprentenkabinet en staan bekend als de “Gordon Atlas”. Het “Panorama Robert Gordon”, waarvan ik een reproduktie in de Prestwich Memorial zag waarop de begraafplaatsen buiten de stad duidelijk te zien zijn, moet er deel van uitmaken. Gordon’s aantekeningen en reisjournaals werden in 1979 aangekocht door Zuid-Afrikaanse zakenman Harry Oppenheimer voor de “Africana Collectie”, de privé collectie van de familie die is ondergebracht in de Brenthurst Bibliotheek in Johannesburg.

Naschrift. Ruim een jaar later, op zaterdagmiddag 30 oktober 2010, krijg ik voor de deur van de Amsterdamse boekhandel Scheltema een gratis Volkskrant in de hand gedrukt. Bij “de IJsbreker” aan de Amstel kan er om half 5 ’s middags niet eens meer worden geborreld omdat de meeste tafeltjes al zijn gedekt voor het diner. Met tegenzin word ik eraan herinnerd dat in het vaderland, zelfs in de zelfbenoemde “wereldstad” Amsterdam, de warme avondhap nog altijd rond zes uur wordt opgediend. Daar zien ze me dus nooit meer terug. Ietsje later dan de bedoeling was, in Café Kanis en Meiland in het toch wel treurig saaie oostelijke havengebied, blader ik de krant door en zie het artikel bijna over het hoofd. Gelukkig staat er ter illustratie een getekende landkaart van Namaqualand bij die ik gelijk herken, die is van de hand van Gordon! De Volkskrant heeft de historicus Luc Panhuysen geïnterviewd ter gelegenheid van het verschijnen van zijn boek ˜Een Nederlander in de wildernis” met de ondertitel “De ontdekkingsreizen van Robert Jacob Gordon in Zuid-Afrika”. Na ruim tweehonderd jaar wordt deze profeet in eigen land alsnog geëerd.

Dinsdag, 8 september 2009. Tijdens de zware storm van vannacht is er weer eens een schip vergaan. Het is de Turkse kolenschuit SELI I, die aan de overkant van de Tafelbaai – vlak voor het strand van Table View – op een zandbank ligt bij te komen. Je kan er zowat naar toe zwemmen. Een goed in de maritieme wereld ingevoerde kennis meldt dat het deze keer onwaarschijnlijk is dat het om verzekeringsfraude gaat. Hij heeft gelijk, het schip is helemaal niet verzekerd waardoor de overheid voor de kosten van de berging mogen opdraaien. Alsof het wrak niet bestaat, ruziet een veelheid van “overheden” maanden later nog steeds over wie van hen dat dan wel mag zijn. Net een spelletje “Zwarte Pieten”, hoewel dat in dit land wat fout lijkt te klinken.

wordt vervolgd