|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 39 (16092009) Zondag, 23 augustus 2009. Aan de rand van Kaapstad ligt het landgoed Groote Schuur dat ooit het eigendom was van Cecil John Rhodes, die het bij zijn dood aan de staat schonk. Het ligt aan de achterkant van de Duivelspiek, deel van de Kaapstadse heilige drie-eenheid. Van rechts naar links met de rug naar de Tafelbaai: Leeuwekop, Tafelberg, Duivelspiek. Het oude landhuis wordt tegenwoordig door het Zuid-Afrikaanse staatshoofd gebruikt. Het land er omheen is in opgesplitst: het Groote Schuur ziekenhuis, de Universiteit van Kaapstad, een beschermd natuurgebied, de botanische tuin van Kirstenbosch en één van de meest groteske en wanstaltige momumenten die men zich maar kan voorstellen: Rhodes Memorial. Het onding ligt wel op een heel erg mooie plek met een fantastisch uitzicht over de Kaapse Vlakte tot de Hottentots Hollandbergen aan de horizon. Vrijwel iedere keer dat ik er naar toe ga, wordt er wel een bruidsreportage gemaakt, en vrijwel iedere keer dat ik er naar toe ga, vraag ik me af waarom het onding niet wordt gesloopt. Het is, in mijn ogen althans, een schoolvoorbeeld van Zuid-Afrikaanse tolerantie, want de ideeën van die man deugden voor geen meter. In een vroeg testament wilde hij zelfs een geheim genootschap oprichten dat de hele wereld onder Brits bestuur zou moeten brengen, inclusief de herkolonisatie van de Verenigde Staten. Leef je dan buiten de werkelijkheid om of niet? Grootheidswaanzin van de bovenste plank, die voor mijn gevoel ook heel erg door het monument te zijner ere wordt uitgestraald. Een steile trap van 49 treden, “één voor ieder jaar dat Rhodes leefde”, vertelt een collega die in het bezit is van het officiële brevet toeristengids. Bovenaan die trap iets dat op een Griekse tempel lijkt. Segesta of Pergamon is de discussie over niets door hen die niets beter hebben te doen. Dat het architectonisch jatwerk is, staat echter als een paal boven water. Onderweg naar boven moet een man op een steigerend paard worden gepasseerd, ”Energy” heet dat ding, hetgeen meer voor het paard dan voor de berijder geldt. En dan ook nog eens, alsof het niet op kon, een zooitje bronzen leeuwen. Uiteindelijk ontmoet de bezoeker in de “tempel” een verrassend klein borstbeeld van Rhodes die toch wel wat nors over de laagvlakte uitkijkt, alsof hij wist wat er allemaal mis zou gaan in Zuid-Afrika in de eeuw die na zijn dood zou volgen. Boven zijn beeltenis staat in grote letters: “TO THE SPIRIT AND LIFE WORK OF CECIL JOHN RHODES WHO LOVED AND SERVED SOUTH AFRICA”. En bovenal zijn eigen belang, voeg ik daar ongevraagd, doch heel spontaan, aan toe. Ter nagedachtenis aan Rhodes de keiharde zakenman en onderwerper van vrijwel weerloze Afrikaanse volken in Zuidelijk Afrika. Donderdag, 27 augustus 2009. In Pretoria loopt een demonstratie van de Vakbond van Militairen bij de Union Buildings, waar de regering zetelt, uit op een veldslag met de politie. Dat vind ik nu zo aardig van het “nieuwe” Zuid-Afrika, dat zoiets kan. Dat leger en politie lekker met elkaar kunnen knokken, zonder dat de democratie wordt bedreigd en dat het breed kan worden uitgemeten op de televisie. Veel blanke Zuid-Afrikanen vinden dat de noodzaak van van een leger sowieso zwaar wordt overschat nu de koloniale oorlogen “tegen het opdringende communistische gevaar” in Namibië en Angola al heel lang achter de rug zijn en de apartheid tot het verleden behoort. Met eigen ogen zag ik bijna twee jaar geleden in Adderley Street hoe de overwegend niet blanke militairen van de erewacht bij het momument voor de gevallenen van de beide wereldoorlogen zo’n beetje om de beurt flauw vielen in de voorjaarszon. Watjes zijn het. Nee, het ooit zo geharde leger van voorheen bestaat al lang niet meer. Zo moet het Ministerie van Defensie er ook over denken, want alle deelnemers aan de demonstratie worden op staande voet ontslagen. Hoewel alle ontslagen een week later door het Hooggerechtshof nietig zullen worden verklaard. Zaterdag, 29 augustus 2009. Langs de hele lengte van de Olifantsrivier rijden tot aan de monding, alwaar de meest westelijk gelegen wijnstreek van Zuid-Afrika is te vinden. Daar had ik gisteren opeens zin in. De meest noordelijke wijnstreek, langs de Oranjerivier in de omgeving van Upington, ligt vooralsnog ietsje buiten mijn gebruikelijke actieradius. Om in de buurt van de bron van de rivier te komen, moet er vanuit Kaapstad eerst bijna 200 kilometer worden afgelegd naar het dorp Citrusdal. Een routinerit via de N7, met een koffiestop bij Hermon, net na de 519 meter hoge Piekenierskloofpas. Als de natuur aan modekleuren zou doen, dan is de voorjaarskleur in de Westkaap dit jaar zonder meer geel, hoewel ik vermoed dat het jaar in, jaar uit dezelfde kleur is. Op die manier kan de schepping alsnog behoorlijk saai zijn. Vlak nadat ik bij het oerlelijke winkelcentrum Century City de weg naar het noorden ben ingeslagen, staan de eerste struiken met op wilgenkatjes lijkende gele “bloemen” in de bermen. Net een erehaag. Tussen Piketberg en de Piekenierskloofpas liggen eindeloze velden met geel bloeiende canola - koolzaad - en in de berm veel struiken die verdacht veel op brem lijken. Net voorbij Citrusdal begint de smalle weg parallel met de rivier te lopen. Of wat daar voor doorgaat. Het is niet meer dan een breed zandbed, met gele margrietjes langs de kant, waar doorheen een niet al te brede stroom water meanderend de weg naar de Atlantische Oceaan zoekt. wordt vervolgd |