|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 38 (11092009) Zondag, 9 augustus 2009. Vanaf de hoogvlakte via de Verlatekloofpas bergafwaarts rijden, is zowat een vrije val met de auto. Anders kan ik de steile weg niet beschrijven. De waarschuwingsborden voor bochten en die met snelheidsbeperkingen staan er beslist niet voor niets, zo ondervind ik bijna aan den lijve. Deze prima weg van Sutherland naar Maatjiesrivier, van het ene dorp van niets naar een ander, zal wel te danken zijn aan de telescoop die even buiten Sutherland staat. De weg is veel te lang en in veel te goede staat van onderhoud voor dit nauwelijks bewoonde deel van de Grote Karoo. Aan de andere kant van de bebouwde kom van het dorp houdt het asfalt dan ook prompt op en begint de lange zandweg die ik zojuist heb gereden. Ruim halverwege de 16 kilometer lange afdaling een afslag, dus een beslissingsmoment. Doorrijden naar Maatjiesrivier en van daar over de gemakkelijke grote weg met de ogen dicht naar Kaapstad? Of rechtsaf? Het zo te zien heel wat uitdagender “grondpad” nemen dat volgens mijn zeer rudimentaire kaartje ergens in de buurt van Ceres moet uitkomen. Die onvoorspelbare zekerheid is goed genoeg voor mij. Onvoorspelbaar vanwege de lengte van de weg en de kwaliteit van het wegdek, doch tegelijkertijd met de zekerheid dat ik aan het einde ervan op een uur of drie van Kaapstad zal zijn in een stadje waar benzine te koop is. Na uren rijden blijkt het allemaal te kloppen. Semi-droge woestijn met lage fynbos begroeing. Rood gekleurd laaggebergte, stof, kuilen en hobbels, af en toe veldbloemen. Het opwindenste deel van de rit is de redding van een schildpad die de weg oversteekt en dankzij mijn hulp de overkant haalt. Ik zie het beest net op tijd, stop, til hem of haar op en zet het ding als een klaarover in de andere berm, waardoor de kans wordt uitgesloten dat het beest door een andere toevalige weggebruiker zal worden overreden. Na een eindeloos lijkende rit beland ik aan de achterkant van de Cederbergen, op de weg van Calvinia naar Ceres en ben weer op bekend terrein. De sneeuw die vorige week op de Theronsberg viel, is al weer gesmolten, het smeltwater staat nog op de laag gelegen akkers. Nog een paar uur en de vergeefse reis naar Sutherland zit erop. Zondag, 16 augustus 2009. Eerder deze week werd gevierd dat er nog maar 300 dagen zijn te gaan tot de aftrap van het wereldkampioenschap voetballen. Veel achtergrondartikelen in de kranten over de voortgang van de bouw van de stadions en de infrastructuur én over de potentiële dreiging van buitenlandse hoerenlopers en pedofielen die als “voetbalsupporter” ongehinderd het land kunnen binnenkomen om zich daarna met alles behalve de voetbalwedstijden bezig te houden. Een nogal vreemde discussie in een land waar seksueel geweld, met name aanrandingen, aan de orde van de dag zijn of er nu wordt gevoetbald of niet. Toch maar even vanuit de hoogte, vanaf de Signal Hill, gaan kijken of het stadion dat vlak bij mijn appartement wordt gebouwd een beetje opschiet. Ondanks de ochtendmist die over de Tafelbaai hangt, is te zien dat de bouw van het Greenpoint stadion goed opschiet. Het dak ligt bijna op. Nu de inrichting, de grasmat, de stoeltjes, de aanvoerwegen en de parkeergelegenheid nog. Pas als de bouwkranen worden afgebroken, ga ik er echt in geloven. Zondag, 23 augustus 2009. De walvissen zijn vroeger in de Valsbaai gearriveeerd dan andere jaren. Om te paren en om te jongen. Foto’s in de krant suggereren dat de enorme zwemmende zoogdieren vanaf de kust goed te zien zouden zijn en ik laat me weer eens met een natte vinger lijmen. Hoewel een rondje om het Kaapse schiereiland me niet echt tegenstaat, baal ik van de nu al veel te lang opgebroken weg in Muizenberg en Kalkbaai. Muizenberg, het dorp van de Slag van Muizenberg die het einde van de Nederlandse kolonie inluidde. Muizenberg, het dorp van het Politiemuseum en het Rhodesmuseum, die alletwee altijd gesloten zijn als ik ze wil bezoeken. Cecil Rhodes, de imperialistische expansionist naar wie Rhodesië werd vernoemd – nu Zimbawe en Zambia – die droomde van de aanleg van een spoorlijn van Kaapstad naar Caïro, de mede oprichter van diamantconcern De Beers. Rhodes sleet zijn laatste levensjaren in een cottage in Muizenberg met uitzicht over de Valsbaai en op de walvissen waar ik vandaag naar op zoek ben. Muizenberg, Kalkbaai, Vishoek, Simonstad. Ik kijk voortdurend links over mijn schouder naar het onrustige water, geen walvis te zien. Bij Glencairn is, hoe verzinnen ze het, zelfs een “walviskijkplek” waar ik bijna een half uur tevergeefs de baai afspeur om daarna maar verder te rijden in de hoop verderop alsnog walvissen te zullen zien. IJdele hoop, meer is het niet. Het rondje om het schiereiland ten zuiden van Kaapstad heeft vandaag dan wel geen walvissen opgeleverd, en trouwens ook niet de brutale apen waarvoor overal wordt gewaarschuwd: “BABOONS are dangerous WILD animals – DO NOT FEED. Keep Doors Locked and Windows Closed”. De rest van de natuur is wel te bewonderen, met name de geel gekleurde hellingen van de hoge heuvels, die in Nederland zeker bergen zullen worden genoemd. Heel veel geel van struiken en bloemen waarvan ik de naam nooit zal kennen. Op het hoogste punt van de Ou Kaapseweg is het uitzicht over de Kaapse Vlakte en de hellingen aan de achterkant van de Tafelberg fantastisch, zelfs de bijtend koude wind doet daar niets aan af. De kortste weg terug naar huis via Chapmanspeak blijft maar afgesloten, het risico van vallend gesteente is al vele maanden te groot en kennelijk niet te bedwingen. De noodgedwongen omweg via de luxe “southern subburbs” rest mij als enig alternatief. wordt vervolgd |