NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 34 (24082009)

Zondag, 26 juli 2009. De smalle kromme zandweg aan de voet van de lage bergrug van rode zandsteen voert diep de vallei in. Naar het daar ergens ver weggestopte en bedreigde Moutonshoek. Het is nauwelijks voorstelbaar dat hier, als het tenminste allemaal doorgaat, over een paar jaar zwaar werkverkeer aan en af zal rijden. De weg is nu net breed genoeg voor een beetje stevige personenauto. Een paar bewoners die uit de kerk komen – herkenbaar aan bakkie, roekeloze rijstijl en het tijdstip - en de enkele nieuwsgierige toerist, is al het verkeer dat vandaag van dit pad gebruik maakt. Door weer en wind gevormde “koppies” aan de ene kant, cirkelvormige akkers aan de andere. Het bewijs dat zonder het beschikbaar zijn van grondwater die akkers niet in gebruik zouden zijn. Eerder daarin schuilt het protest tegen het ontginnen van het wolfraam verderop, dan dat de natuur aangetast zou worden. De rust van de bewoners en competitie van een water slurpende mijn, dat staat volgens mij echt op het spel, met het millieu als modieus excuus. Plus al die arbeiders die zo’n mijn zou aantrekken natuurlijk. Arbeiders die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk niet blank en Afrikaanssprekend zullen zijn en die de demografische rust zouden verstoren. Die taal kan ik hier nu nog gewoon spreken met wat lichtbruin gekleurde inwoners – voorheen kleurlingen – om aan de weet te komen of er een pas over de bergrug is. Voor mijn gevoel moet aan de andere kant Goedverwacht liggen, een zendingsdorp dat ik vorig jaar bezocht. En met een beetje geluk zou ik boven op zo’n pas, net zoals in het hemelsbreed dichtbij gelegen Piket op die Berg, aan de ruim 100 kilometer verder gelegen horizon het silhouet van de Tafelberg kunnen zien. Het mag niet zo zijn, de weg houdt hier op, net na het bruggetje over de Klein Antonierivier. Een stroompje, meer is het niet. Er zit niet anders op dan rechtsomkeert te maken. In de bermen van de weg naar Piketberg staan nog veel meer vroege voorjaarsbloemen en liggen eindeloze, prachtig bloeiende, gele koolzaadakkers.

Aan dit vredige en kleurrijke weekeinde wordt ’s avonds door het televisienieuws nog wat bloedrood toegevoegd. In Nigeria, in de stad Bauchi, wordt er voor de verandering nu eens niet tussen christenen en moslims gevochten noch worden er kerken en moskeeën in de fik gestoken. Deze keer zijn fanatieke moslims slaags geraakt met de politie. Ze verzetten zich tegen wat ze “westerse educatie” noemen en de toenemende invloed daarvan. In een land met zoveel inwoners kijkt men niet op een dode meer of minder. Net zomin als men in het veen op een turfje let. Ik heb alleen maar goede herinneringen aan Bauchi. Op een van mijn laatste reizen door het noorden van Nigeria kwam ik in die stad terecht. In het best redelijke hotel wilde ik opbellen, dat moest via de telefoniste. Een minuut of tien na het aanvragen van het gesprek werd op mijn kamerdeur geklopt. Of ik het gesprek contant of op rekening wilde betalen. “Maakt dat dan wat uit?”, vroeg ik in mijn onschuld. Het bleek dat de prijs voor een contant gesprek slechts een kwart was van een gesprek op rekening, het contante geld werd namelijk door het hotelpersoneel onderling verdeeld. Contant dus maar.

Zaterdag, 8 augustus 2009. Vanmorgen vroeg ben ik heel even vreemd gegaan. De nood was dan ook erg hoog, mijn benzinetank was bijna leeg. Daarom heb ik noodgedwongen getankt bij het station naast mijn appartement en heb niet gewacht totdat ik onderweg een station van mijn werkgever zou tegenkomen. Calvinia is mijn reisdoel voor vandaag. Het stond al een hele tijd op het programma nadat ik in maart een artikel had gelezen over het museum van het stadje, dat is gevestigd in een in onbruik geraakte art deco synagoge. Maar na eind juni, onderweg naar Wuppertal, een stuk van de niet geasfalteerde weg tussen Clanwilliam en Calvinia te hebben gereden, was de lust om er naar toe te gaan bijna tot het nulpunt gedaald. Meer dan 200 kilometer “grondpad” zag ik niet echt zitten. Leuke krantenartikelen over Nieuwoudtville, op een kilometer of 70 van Calvinia, en de schapen in het Koude Roggeveld, de streek rond Calvinia, die door de herders voor de winter naar de stal werden gebracht, hielden mijn belangstelling levend. Doch waren niet echt voldoende opwindend om van gedachten te veranderen. Dat gebeurde pas toen ik een paar weken geleden het boek “De leugenachtige dagen” van Nadine Gordimer las. Het verhaal is hoofdzakelijk gesitueerd rond de mijnen van Johannesburg in de jaren veertig van de vorige eeuw. Zwaar autobiografisch naar het schijnt. Bijna terloops komen op pagina 263 de verkiezingen van 1948 ter sprake en de onwaarschijnklijke winnaar daarvan: D.F. Malan. Die verkiezingen waren een keerpunt in de Zuid – Afrikaanse geschiedenis. Al snel na Malan’s overwinning werd de scheiding van de bevolkingsgroepen verder aangescherpt tot de abjecte vorm van apartheid die de rest van de wereld naderhand zou leren kennen en verafschuwen. “Zeg eens gauw Helen – wie gaat er winnen in Calvinia?” Helen is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid het alterego van de schrijster. “De zondagskrant had een prijsvraag uitgeschreven in verband met de nationale verkiezingen die de komende week zouden worden gehouden; er stond een lijst in afgedrukt met de namen van de kiesdistricten, de kandidaten en partijen die bij de vorige verkiezingen hadden gewonnen en de kandidaten en partijen die aan deze verkiezingen deelnamen. Degene die het nauwkeurigst zou voorspellen welke partij met welke meerderheid zou winnen, zou de winnaar van de prijsvraag zijn. Calvinia was een bolwerk van de Nationalisten en de zetel van Malan zelf, er kon dus geen enkele twijfel bestaan over wie er in Calvinia zou winnen.” Naar dat stadje ben ik vandaag onderweg.

wordt vervolgd