NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 31 (04082009)

Zaterdag, 27 juni 2009. Een rugbyliefhebber ben ik nooit geweest, ik vind er echt helemaal niets aan. Al die kerels met opgepomte spieren die onder het toeziend oog van tienduizenden toeschouwers twee wedstrijdhelften lang op zoek lijken te zijn naar zoveel mogelijk lichamelijk contact. Hollen en stil staan is het, maar meer stil staan dan hollen. Gisteren in het vliegtuig was de snack verpakt in een “geschiedenisdoos” die er aan herinnerde dat het deze week 24 jaar geleden is dat Zuid-Afrika wereldkampioen rugby werd. Tijdens dat beladen toernooi namen de “de Bokken” voor het eerst na het afschaffen van de Apartheid deel aan een groot internationaal kampioenschap. Nelson Mandela gebruikte het toernooi om twijfelende blanken te lijmen, want rugby is veruit de favoriete sport van de blanke Afrikaners. Deze geschiedenis is fraai beschreven in de laatste hoofdstukken van het boek “Playing the enemy” dat op het ogenblik wordt verfilmd. Matt Damon, één van de hoofdrolspelers, “sukkel maar met die SA aksent” volgens mijn krant. De twee mooiste herinneringen die ik aan de wedstrijd van vandaag heb overgehouden zijn het werkelijk wonderschoon gezongen “Nkosi Sekelel iAfrica” en de internationale doorbraak van Morné Steyn, die maar liefst 31 punten scoorde. Een record. Alleen daarom kijk ik misschien volgende week wel weer.

Dinsdag, 30 juni 2009. Hoewel ik keer op keer denk alles al eens te hebben meegemaakt, zorgen twee jonge vrouwelijke collega’s toch weer voor een verrassing. In de koffiekamer staat geen enkele schoon kopje meer. Ik pak er eentje die in de spoelbak staat en ben die aan het afwassen als ze binnen komen. Ze kijken rond “oh, er zijn geen schone kopjes”, draaien zich om en gaan weg. Ik begrijp er niets van, een Zuid-Afrikaanse collega is gelukkig net zo verbaasd. Het is me al eerder opgevallen, men is er zo aan gewend dat bedienden alles wat ze laten vallen achter hun kont opruimen, dat het op veel plekken een klerezooi is. Hoewel ik beter zou moeten weten, erger ik mij daar toch aan.

Woensdag, 1 juli 2009. Gisteren is er weer eens een vliegtuig neergestort. In de Indische Oceaan, bij de Comoren. Op kantoor hebben we het wel eens over die ongelukken. In het Turkse vliegtuig dat in februari bij Schiphol neerstortte zat een collega, helaas kon hij het niet na vertellen. Een andere collega, vraag me niet hoe het mogelijk is, miste zijn vlucht van Rio de Janeiro naar Parijs die nog niet eens halverwege de rit van het radarscherm verdween. Vandaag vlieg ik over de zuidelijke Atlantische Oceaan van Kaapstad naar Buenos Aires. De blik op oneindig en het verstand op nul geldt onder deze omstandigheden. Overal waar je bang voor bent, zal je immers overkomen.

De renovatie van het internationale deel van het vliegveld van Kaapstad schiet lekker op. De nieuwe vliegtuigslurven zijn versierd met op vuvuzela’s toeterende mensen. Dankzij de wolkenloze hemel heb ik tijdens het opstijgen het mooiste uizicht op de Tafelberg dat ik ooit vanuit de lucht heb gehad. Ik kijk neer op mijn werkplek, de wijk aan de voet van de berg waar ik woon, mijn appartement en het in aanbouw zijnde Green Point voetbalstadion. Bocht naar rechts over het Kaaps Schiereiland. Houtbaai, Noordhoek met Kaap de Goede Hoop in de verte. Kort daarna klimt het vliegtuig boven de wolken en wordt de oceaan onzichtbaar. Hoewel ik gisteren nog met veel bravoure aan mijn collega’s vertelde een heel erg goede zwemmer te zijn, weet ik natuurlijk maar al te goed dat ik geen honderden kilometers naar het dichtsbijzijnde stukje land kan zwemmen. 8A, mijn favoriete stoel op het bovendek van de Boeing 747-400, is naast de nooduitgang. Handig voor het onwaarschijnlijke geval dat

De lunch is, volgens het er achteloos naast gelegde papiertje, bereid onder toezicht van de SANHA, de South African National Halaal Authority. Dat stelt me erg gerust, omdat een conservatieve moslim collega onbegrensd vertrouwen in dit orgaan heeft. Zij het om een heel andere reden. Verrukkelijke saté – pas als je het weer proeft, ontdek je dat je het verschrikkelijk hebt gemist – smakelijke witte bourgogne van meneer Joseph Drouhin, négociant & eleveur te Beaune. Kip curry volgens Kaap-Maleis recept en dan raak ik in gesprek met een van de stewardessen. Of beter, zij met mij. De zo te zien grotendeels Chinese dame uit Kuala Lumpur doet erg veel moeite om mijn naam goed uit te spreken. Plaagstootje links, plaagstootje rechts. “Waarom kan ik jouw naam wel goed uitspreken en jij de mijne niet?” Haar naam is dan ook alles behalve moeilijk. Ze raadt mijn nationaliteit overigens in een keer, maar die staat misschien wel op de passagierslijst. Totaal onbelangrijk, het gesprek is op gang. Het is een lekker wijf om het maar eens even hardop en vreselijk ongeëmancipeerd te zeggen. Ze heeft er duidelijk behoefte aan om te kletsen en zo kom ik weten dat ze sinds kort een relatie heeft met een bekende Nederlandse golfspeler. “Ik heb nog nooit een relatie met een blanke gehad”, geeft ze als voorzet. Uit eigen ervaring weet ik hoe prettig het kan zijn om met een vrouw een andere, stukken minder door het feminisme geraakte, cultuur om te gaan. Een cultuur waar een vrouw nog wordt geacht een dienende rol te vervullen. Ach zoete herinnering. Voor mijn gevoel, ons kent ons, belazert die gozer haar. Ze heeft het moeten uitmaken met haar vriendje, maar hij woont nog wel samen met zijn vriendin. “Maar ik heb verder niets meer met haar”. Vast niet. Af en toe een rendez-vous in een anoniem Amsterdams hotel, maar nooit eens bij hem thuis. Dat roept wel wat vragen op. Zij is verschrikkelijk serieus, maar hij? Ik heb zo mijn twijfels. De vlucht naar Buenos Aires heeft nog nooit zo kort geduurd.

wordt vervolgd