NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 25 (10072009)

Zaterdag, 13 juni 2009. Te vaak gehoord in Kaapstad: “Hoe weet je dat het maandag is? Als het na twee dagen ophoudt met regenen!”. Om van de nood een deugd te maken, loop ik tussen de buien door naar het internationale conferentiecentrum om de Islam-expo met de ondertitel “Van slavernij tot burgerschap” te bezoeken. ’t Is waar dat de expo beoogt een dieper inzicht te geven in de moslim cultuur en geloof, maar een lijvig achtergrondartikel en journaalflitsen op de tv hebben mijn verwachtingsniveau toch wel wat opgekrikt. “De moslims aan de Kaap”, schrijft mijn krant, “zijn de nazaten van de vrijheidsstrijders uit het Oosten”. Dankzij de VOC migreerden moslims al dan niet gedwongen uit de Gordel van Smaragd – zoals “ons Indië” zo mooi werd beschreven - naar dit destijdss vaderlands grondgebied aan het einde van het Afrikaanse continent. Sommigen vrijwillig in dienst van de VOC, anderen gedwongen als politieke ballingen of slaven. Het vertegenwoordigt één van die aspecten van de Kaap die ik zo aantrekkelijk vind: de vaderlandse geschiedenis is nooit ver weg. In de kleine hal ben ik een opvallende kat in een vreemd pakhuis. Het is zo’n ons kent ons gelegenheid, waar weinig andersdenkenen of onbekenden naar toe komen. De met sjaaltjes bedekte vrouwenhoofden en met islamitische hoofddeksels bedekte mannenhoofden laten hierover weinig twijfel bestaan. Aldus word ik het zichtbare doelwit van folderaars en krijg kleine boekwerkjes in de handen gedrukt met tiltels als “Islam is.., een introductie tot de Islam en haar principes” en “Ken Uw Profeet”. Parels voor de zwijnen wat mij betreft. Ik accepteer het echter met geveinsde interesse, vooral om die alleraardigste en goed bedoelende moslima’s niet voor het hoofd te stoten. Onbedoeld verhoogt zo’n strak afkledend hoofddoekje de aantrekkelijkheid van het gezicht behoorlijk! Voor mij tenminste. Opeens heb ik door waarom erg conservatieve moslims voorstander zijn van de burka.

De hal is grosso modo in vier sectoren verdeeld: een auditorium waar aan een belangstellend gehoor op felle toon wordt uitgelegd waarom de Islam zo’n vreedzaam geloof is, een braderie waar eten, drinken en vooral Kaapmaleise lekkernijen worden verkocht, stalletjes waar Islamitische instellingen de aandacht proberen te trekken en het meest gelikte centrale onderdeel waar de Islam op een voetstuk wordt gehesen. Dat is dan ook door professionals georganiseerd, het Britse “Exhibition Islam - World Leaders in Islamic Exhibitions”. Foto’s van heilige plaatsen, bidsnoeren, een schaalmodel van de Ka’abah, heilige voorwerpen die niet mogen worden gefotografeerd, gekaligrafeerde Koranteksten, een grote tafel met Korans in vele talen op kleine leesplanken die de vorm van een X hebben en zowaar een korte verwijzing naar de slavernij: “Kaapstad is deur slawe gebou en is ’n slawehartland uit eie reg. Hierdie relatief onbekende feit beklemtoon die onbeduidendheid van wat vandag van ons slawe-erfenis oorgebly het. ......... Volgens berekening is 63000 slawe tussen die middel van 17de eeu en die vroeë 19de eeu uit Indonesië, Indië, Ceylon, Zanzibar, Madagaskar, Angola en Mosambiek ingevoer”. Een deel van hun nazaten woonden tot de sloop van die wijk in Distrik Ses, waarover mij vaak verhalen worden verteld door collega’s die er als kind woonden of wiens ouders of grootouders er woonden totdat zij werden verjaagd nadat de apartheidsregering Kaapstad in 1966 “blank” had verklaard. Suleiman Christian, een gepensioneerd schoolhoofd die in Distrik Ses werd geboren en er woonde tot het niet langer mocht, heeft zijn herinnering niet opgeschreven maar geschilderd. Niet dat hij dat goed kan, maar dat is nauwelijks van belang. Het leven op straat, de optochten van de Kaapse Klopse, de lange rij voor de bioscoop op zaterdag, veelzeggende alledaagse tafrelen die de vreedzame en ontspannen sfeer van toen perfect weergeven en voor komende generaties bewaren.

Eenmaal weer thuis googel ik “Krugerstraat” (43 duizend resultaten) en “Krugerplein” (38 duizend resultaten). Geen gebrek aan erkenning voor “oom” Paul Kruger, de charismatische oud-President van de al lang ter ziele Transvaalse Republiek en Afrikaner voorman in de strijd tegen de Engelsen tijdens de 2de Boerenoorlog. Vanwege dat verzet werd hij aan het einde van de 19e eeuw zeer bewonderd in Nederland en andere Europese landen. In het jaar 1900 stuurde de Nederlandse regering, min of meer gedwongen door de publieke opinie, Hr. Ms. Gelderland naar Lourenço Marques - nu Maputo - om Kruger op te halen en naar Europa te brengen. De zwarte hoge hoed die hij droeg en de stoel waarop hij aan boord zat, bevinden zich in de collectie van het Rijksmuseum. In post-apartheid Zuid-Afrika dragen de gouden Krugerrand en het Kruger Wildpark zijn naam en nu bestaat het stadsbestuur van het Zwitserse Sant Gallen het om de Krügerstrasse een andere naam te geven. Oom Paul zou tijdens zijn leven een racist zijn geweest, een apartheidsapostel lang voordat het woord “apartheid” in zwang kwam. Verontwaardiging voert de boventoon in een artikel van Professor Tempelhoff: “Men moet Kruger zien in zijn tijd, toen vrijwel heel Europa racistisch was!”. Voor dat argument valt wel wat te zeggen. Immers niet lang voor Kruger’s verbanning – in 1885 in Berlijn - verdeelden de Europese grootmachten onderling Afrika zonder één enkele Afrikaan te raadplegen - minderwaardig dom volk toch? - om vervolgens het continent grondig uit te gaan buiten. De verontwaarding over die lullige straatnaam in Sankt Gallen, vind ik, is totaal overbodig. Zolang men in een paar seconden tienduizenden artikelen kan googelen waarin hij wordt genoemd, is het nogal voorbarig om te denken dat Oom Paul binnenkort voor altijd uit beeld zal verdwijnen.

wordt vervolgd