|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 23 (01072009) Zaterdag, 6 juni 2009. De streek tussen Villiersdorp en Grabouw ziet er uit zoals ik mij de Betuwe van heel lang geleden herinner. Uit de tijd dat ik vanuit Arnhem met de bus van de GTW, de Geldersche Tramweg-Maatschappij, vanuit Arnhem naar Nijmegen ging om bij mijn grootouders te gaan logeren. Een afstand van minder dan 20 kilometer. Hier rijd ik vele tientallen kilometers langs vooral appelboomgaarden. Volgens berichten in de Britse media, heersen er arbeidsomstandigheden die mij sterk doen denken aan de misstanden die Multatuli 150 jaar geleden in de Max Havelaar beschreef. Uitbuiting van arbeiders dus. In Nederlands-Indië de arbeiders op de koffieplantages, in de West-Kaap de seizoensplukkers in de fruitkwekerijen. Nu grote Westerse bedrijven steeds vaker verantwoording moeten afleggen over het ethische gehalte van hun handelen, zijn de media er steeds vaker op uit om te berichten over waar dat goed fout gaat. Deze keer zit de Britse supermarktgigant Tesco – de Albert Heijn van Groot Brittanië - in de beklaagdenbank vanwege niet nagekomen beloften ten aanzien van verbetering van de arbeidsvoorwaarden van de vrouwelijke losse arbeidskrachten in de Kaapse fruitpluk. Toen zij die het voor het zeggen hebben daarop tijdens de aandeelhoudersvergadering werden aangesproken, was hun reactie zó nietszeggend dat er maar één conclusie mogelijk was: zolang de inkoopprijzen maar lekker laag blijven, kan het ze geen reet schelen. Typisch het kapitalistische cynisme dat Multatuli anderhalve eeuw geleden aan de kaak wilde stellen en waar toen ook al vrijwel niemand oren naar had. Zoals een van de Gebroeders Bever het in “de Fabeltjeskrant” zo kernachtig kon zeggen “Zaken zijn zaken!”. Als ik mij dat tenminste goed herinner, voor hetzelfde geld was het een heel andere kinderserie. Achteraf – ouder en ietsje wijzer - besef ik dat Ik lichte wroeging zou moeten voelen omdat ik mijn onschuldige jonge kinderen daar destijds aan heb blootgesteld. Uit eigen waarneming weet ik dat gekleurde losse arbeiders op het Westkaapse platteland onder benarde omstandigheden leven. Er schijnt vaak onder het wettelijk minimumloon te worden betaald, het kapitalistische marktmechanisme dicteert nu eenmaal dat bij veel aanbod en weinig vraag de prijzen dalen. In Citrusdal, in de omgeving van Ceres en in de wijnstreken was ik alles behalve onder de indruk van de met bijeengescharrelde rotzooi gebouwde onderkomens waar de arbeiders (m/v) en hun gezinnen “wonen”. Het enige vergelijkingsmateriaal dat me eens spontaan te binnen schoot, was de plaggenhut van de Drentse turfstekers. Hoewel, wat ik me herinner uit het Openluchtmuseum zagen die er stukken comfortabeler en beter geïsoleerd uit. Voor de arbeiders in de Zuid-Afrikaanse landbouw lijkt er sinds het afschaffen van de apartheid bar weinig te zijn veranderd. Dinsdag, 9 juni 2009. Vandaag confronteren televisie en internet me met zowel mijn verleden als met mijn heden. President Omar Bongo van Gabon is overleden, Shell schikt in een slepende rechtzaak over mogelijke betrokkenheid - in 1995 - bij de executie van de Nigeriaanse activist Ken Saro-Wiwa, Nederlandse supporters die in 2010 naar Zuid-Afrika willen afreizen om het Nederlands voetbalelftal aan te moedigen, wordt sterk ontraden om zich buiten de stadions in oranje kleding te vertonen...... Toen ik in de jaren 80 van de vorige eeuw in Gabon ging wonen, wist ik niets, helemaal niets van dat land. Blij verrast ontdekte ik dat Lambaréné een Gabonese stad was, de stad waar Dr. Albert Schweitzer zijn leprozenkolonie had gesticht. El Hadj Omar Bongo was toen al sinds 1967 de president. Tot dan toe was de enige mij bekende “Bongo” de oploskoffie van Albert Heijn. In een voor die tijd toch wel unieke reclamecampagne werd daarbij een flinterdun 45 toerenplaatje van plastic cadeau gegeven, waarop de Surinaamse zanger Max Woiski Jr een ode aan die koffie bracht. In Gabon maakte ik dingen mee die de grenzen van mijn voorstellingsvermogen ernstig op proef stelden, maar in de loop der jaren ook behoorlijk verlegden. Zoals op de dag na aankomst. Mijn werkgever had geweigerd het presidentiële vliegtuig nog langer van brandstof te voorzien omdat de l’Armée de l’Air – de luchtmacht – een aanzienlijke betalingsachterstand had. De Gabonese president directeur scheet in zijn broek van angst om te worden gearresteerd wegens belediging van het staatshoofd en dook tijdelijk onder. De expats in het bedrijf mochten de kooltjes uit het vuur gaan halen. Aldus stond ik vroeg op zaterdagmorgen samen met een collega aan de poort van La Rénovation, het presidentiële paleis, om een cheque van 10 miljoen Francs CFA af te halen. Het liep echter wat anders, geen cheque maar bankbiljetten! We hadden op alles behalve dat gerekend. Iemand in uniform gaf ons een oude koffer en laadde daar de 10 miljoen in, in een kamer die vol lag met baar geld. Uit praktische overwegingen liepen er Marokkaanse lijfwachten rond. In geval van een staatsgreep waren die immers gemakkelijker te herkennen dan de zwarte landgenoten? Ik ging in de buitenwijk La Sablière wonen, voorbij het vliegveld, aan het strand. Aan het begin van de straat was het landhuis van Ali Ben – de zoon van – in aanbouw en naast mijn huis stond de paleisachtige woning van dochter Pascaline in de steigers. Pascaline was bovendien lid van de Raad van Commissarissen van het bedrijf waarvoor ik werkte, ze had de gewoonte om tijdens vergaderingen een tukje te doen. Het was onbeleefd haar te wekken, zo was mij van te voren duidelijk gemaakt. Als “Kuifje in Afrika” voelde ik me die eerste weken in Gabon. En nu is Bongo dood. Je wordt ouder pappa. wordt vervolgd |