|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 16 (26052009) Vrijdag, 1 mei 2009. Het lijkt me zeer gepast om op de Dag van de Arbeid te gaan overnachten in een pension dat “Arbeid Adelt” heet. Een pension in het dorp De Doorns, dat midden in de wijngaarden van de Hexriviervallei ligt. Een paar weken geleden, op weg terug naar huis, reed ik door deze met wijnranken “overwoekerde” vallei en nam me toen voor om er bij gelegenheid eens wat rond te gaan kijken. Een voornemen dat een extra impuls kreeg toen ik de “Ochre Trail” ontdekte, waar hoog boven de vallei onder deskundige begeleiding een wandeling langs San rotstekeningen kan worden gemaakt. Hoewel dat nogal wat voeten in aarde had omdat er minimaal 2 deelnemers werden geëist en “een groep van 1 persoon” in eerste en zelfs tweede instantie echt niet kon. Na lang aandringen én een charme offensief kreeg ik de eigenaresse van de trail zo ver dat er een uitzondering werd gemaakt. Via de kortste weg – de autoweg N1 richting Johannesburg - is het vanuit Kaapstad met de auto zo’n anderhalf uur naar De Doorns. Dat vind ik wat saai en rijd er dus naar toe via een flinke omweg achter de bergrug langs die de Hexriviervallei uit de wind houdt. Via Ceres, eveneens beschut door hoge bergen aan alle kanten, en slechts bereikbaar via sterk dalende of stijgende passen, waar de vallei vol staat met fruitbomen. De lokasie aan de buitenkant van het stadje, tegenover de ingang van de gevangenis, heet Swaarmoed, een enkele blik in het voorbijgaan is voldoende om te bevestigen dat dit de best denkbare naam is voor deze treurig uitziende woonwijk voor niet blanken. En elders maar denken dat de apartheid vijftien jaar geleden ten grave werd gedragen! Buiten Ceres de leegte in, richting Touwsrivier. De R46 is, zoals hier zo vaak, een goede geasfalteerde weg. Aan de rechterkant het Hexriviergebergte met als hoogtepunt de Matroosberg, die met zijn 2.249 meter de hoogste berg is in de West-Kaap. Hoe hoogtemeting hier trouwens plaats vindt, is voor mij enigszins raadselachtig. Zeker nadat twee opeenvolgende borden voor de Theronsbergpas eerst aangeven dat die pas 608 meter hoog is en een paar kilometer verder plotseling 1.091 meter. In ieder geval hoog genoeg om bijna door de laaghangende bewolking te moeten rijden. Zoals steeds boerderijen met zelfverklarende namen: Droëhoek, waar het kurkdroog moet zijn maar waar desondanks, of juist daardoor, Merinoschapen worden gefokt. En na een wegsplitsing, rechtdoor naar Calvinia via de R355, linksaf naar Touwsrivier: Verlorenvlei, waar in het niemandsland aan de voet van de heuvels boomgaarden zijn aangeplant. Daar wordt een dam aangelegd om de regen die eventueel valt in op te vangen. Zonder irrigatie groeit er niets in deze semi-woestijn. En de Verkeerdevlei, waar van de weg af gezien echt helemaal niets groeit. Zomaar uit het niets verschijnen er meanderende rietkragen, een teken dat er water stroomt of dat er tenminste af en toe water stroomt. Tot mijn schrik wordt er een wildpark aangekondigd. Horreur! Zo’n artificieel park waar de niets vermoedende toerist zich kan vergapen aan de zogenaamde “big five” – olifant, neushoorn, leeuw, luipaard en buffel – op dagreizen verwijderd van hun tegenwoordige natuurlijke habitat. Om daarna terug thuis grote verhalen op te hangen over hoe bijzonder het allemaal wel niet was. Bijzonder? Ze hadden net zo goed een dagje naar Safaripark de Beekse Bergen kunnen gaan. Dan zouden ze ongeveer hetzelfde hebben gezien, maar valt er thuis lang zoveel niet te vertellen. De tweede keer de Hexriviervallei vanaf de 965 meter hoge pas induiken, is stukken minder spectaculair dan de eerste keer. Vooral omdat ik nu weet wat me te wachten staat, inclusief de haarspeldbochten en de op de weg springende druivenverkopers. De Doorns is zo’n typisch onooglijk saai plattelandsdorp waar op zaterdagmiddag uitsluitend de gekleurde bevolking zichtbaar is rond de winkels en bottelstores – de drankwinkels - in wat voor de winkelstraat doorgaat. “Arbeid Adelt” is gemakkelijk te vinden. Het is een traditioneel huis uit de Victoriaanse tijd, dat in 1897 werd gebouwd voor druiventelers die het voor de wind ging. Door de nazaten, die hedendaags comfort eisen, is het verhuurd aan de uitbaters van het pension. Hen is het sinds de afschaffing van de apartheid iets minder voor de wind gegaan. Zo vertellen ze mij althans. Uiteraard gaat het hen vooralsnog stukken beter dan de lokale arbeiders die in kleine huisjes op het achtererf van hun werkgevers wonen of de dagloners die in de township – de sloppenwijk – in onderkomens wonen die zijn gemaakt van van alles en nog wat. Zowel de deuren als de ramen van Arbeid Adelt zijn zwaar betralied “dat is vooral voor onze gasten uit Johannesburg”, wordt verontschuldigend uitgelegd. “Lulkoek!”, denk ik niet hardop. Want wie in Johannesburg woont en naar Kaapstad moet, is er bijna en rijdt De Doorns gewoon voorbij. Nee, het zijn voor mijn gevoel vrijwel zeker de bewoners zelf – aardige mensen overigens - die zich in dit huis nogal ongemakkelijk moeten voelen. ’t Is niet de eerste keer en het zal ook niet de laatste keer zijn dat ik de enige gast ben of zal zijn in een pension of hotel. Eigenlijk ben wat ik te laat en wat te vroeg, wordt me uitgelegd. De druivenoogst is al binnen, de herfstkleuren moeten nog komen. De Hexvallei is de grootste producent van tafeldruiven in Zuid-Afrika, de herfstkleuren trekken fotograferende bezoekers uit alle windstreken. Volgens Estelle, de uitbaatster van Arbeit Adelt althans. Dus begin ik even later aan een lange wandeling door nog groene wijngaarden zonder druiven aan de ranken. wordt vervolgd |