NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 15 (23052009)

Maandag, 27 april 2009. Vandaag is het Vrijheidsdag, ter herdenking van de dag waarop in 1994 voor het eerst vrije democratische verkiezingen werden gehouden in Zuid-Afrika. Verkiezingen die Nelson Mandela de eerste door alle Zuid-Afrikanen gekozen president maakten. Net zoals vorige week, miste de ANC toen nipt de tweederde meerderheid in het parlement. De Kaapstadse VVV heeft voor de gelegenheid een kleurrijke tweetalige folder klaar liggen met tekst en uitleg over de nationale vlag – inclusief hoe deze moet worden gehesen – het nationale wapen, de tekst van Nkosi Sikelel’ iAfrka, het volkslied. Verder worden alle “ridderordes” vermeldt en worden de nationale vogel, vis, bloem, boom en dier beschreven. “Die nasionale vis is die Galjoen (Coracinus capensis) en word langs die Suid-Afrikaanse kus gevind. Dit bly gewoonlik in vlak water en kom gereeld voor in onstuimige branders en soms reg langs die strand. Elke hengelaar ken die galjoen. Die galjoen se dieet bestaan hoofsaaklik uit rooi aas (bekerdiere), klein mossels en eendmossels.” Wat zijn eigenlijk de nationale bloemen, bomen, vissen, vogels en dieren van Nederland en Vlaanderen? Bestaan dat soort dingen wel bij ons? Eens te meer blijkt dat hoe meer kennis je verzamelt, hoe minder je weet.

’s Avonds wordt in de straat verderop, jawel die waar Actiebar Amsterdam is gevestigd, gefilmd. Felle schijnwerpers zorgen ervoor dat het laat in de avond dag lijkt in een straat waar dingen gebeuren die het daglicht niet echt kunnen velen! Met de verkiezingen achter de rug heeft de televisie het voor de verandering nu alleen nog maar over de varkensgriep – goed voor de farmaceutische industrie, rampzalig voor luchtvaartmaatschappijen en hotelketens. Tussendoor wordt een reclameboodschap uitgezonden voor “Casillero del Diablo”, een rode wijn van het huis Concha y Torro uit Chili. In 2005 bezocht ik de bakermat van het bedrijf en de bodega’s in Pirque, aan de rand van Santiago de Chile. Daar is in één van de kelders de fameuze duivel te vinden, die was bedoeld om wijn stelende werknemers af te schrikken en die het bedrijf naderhand een fraai beeldmerk heeft opgeleverd. In de Dominicaanse Republiek werd dezelfde wijn ook zwaar geadverteerd, maar dat begreep ik tenminste. Het eiland heeft immers geen eigen wijnindustrie. Maar Zuid-Afrika? Overproduktie zorgt ervoor dat tegen de tijd van de nieuwe oogst, als de kelders moeten worden geruimd, prima wijnen in omgebouwde olietankers naar de buurlanden worden geëxporteerd. Op de plaats van bestemming wordt de wijn in tetrapakken afgevuld, die vervolgens voor een schijntje op de markt worden gebracht. Cojones, kloten, hebben ze wel die Chilenen, de vraag rijst echter of hun marketing managers hier wel eens op bezoek geweest. Wat ze doen is toch niet minder als water naar de zee dragen? ik heb geen slijterij of supermarkt kunnen ontdekken waar de duivelswijn wordt verkocht. Niet dat ik er veel moeite voor heb gedaan, want ik weiger beslist om in Kaapstad en wijde omgeving ook maar iets anders dan Zuid-Afrikaanse wijnen te kopen! Punt uit!

Vrijdag, 1 mei 2009. Alweer de tweede vrije dag van deze week, alweer een lang weekeinde na een werkweek van slechts drie dagen. Op deze Dag van de Arbeid staat Nederland breeduit op de voorpagina van de Cape Times. Een aanslag op het Koninklijk Huis! Het televisienieuws herhaalt tot vervelens toe de beelden van een zwart autootje dat, zo te zien in volle vaart, tegen een monument botst. Gelukkig maar dat de bestuurder geen allochtoon was, bedenk ik, want wie weet wat dan de reactie zou zijn geweest. Wel is dit zonder twijfel het einde van het tijdperk waarin we de Koninklijke familie ontspannen winkelend in de Haagse binnenstad kunnen bewonderen en dan net doen alsof we ze niet herkennen. Of juist wel.

In de lift naar de parkeergarage wil een op een lagere verdieping instappend echtpaar per se weten op welke etage ik woon, waar ik vandaan kom en of ik de eigenaar van het appartement ben. Door te antwoorden ontsnap ik mogelijkerwijs aan vragen omtrent mijn seksuele geaardheid en voorkeuren. Als ik beken het te huren, zegt de man “dan is het vast en zeker van mijn zoon”. Inderdaad is de eigenaar, net zoals dit echtpaar, afkomstig uit Griekenland. Lang en breed, voor zover dat gaat tijdens het langzaam maar zeker afzakken langs zeven verdiepingen, wordt me uitgelegd dat de bouw van het complex jaren werd vertraagd vanwege het vinden van wat botten op de bouwplaats. Botten van gekleurde medemensen welteverstaan, dat Jacob Zuma een ramp voor het land zal worden en dat Zuid-Afrikaanse negers door de bank genomen luie klootzakken zijn, nietsnutten die niets kunnen. Gelukkig bereiken we op dat moment de parkeergarage, alwaar de gifbeker toch nog niet helemaal blijkt te zijn leeggedronken. “Weet je van wie die auto is?, vraagt hij, wijzend op de luxe Rover coupé met leren kuipstoeltjes die naast mijn eenvoudige VW Polo Classic is geparkeerd. Die is dus van mijn mooie jonge zwarte buurvrouw, zo weet ik. Zij wordt onderhouden door een rechter, die voor haar zowel het appartement als de auto heeft gekocht en, zoals mij meerdere malen is opgevallen, een hele leuke garderobe. “Gewoon een hoer”, meldt de Griekse buurman. “Just pussypower’, meld ik hem terug. Helaas ontgaat de betekenis hiervan aan de slecht Engels sprekende Griek. Wat een mega-hufter, hoop echt nooit meer samen met hem in de lift te moeten staan.

wordt vervolgd