NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 12 (11052009)

Zondag, 12 april 2009. Klokslag negen uur beginnen de kerkklokken te luiden, tijd om Ladismith de rug toe te keren. Terug naar Kaapstad via Laingsburg en de N1. Langs de golfbaan, waarop uiteraard niemand speelt. De blanke gelovigen met geld zitten in de kerk. Nog maar eens een paar foto’s van de Towerkop, die ik verder nergens voor nodig heb omdat het beeld van die gekke bergtop al in mijn geheugen is gegraveerd. En, zoals de kenners kunnen bevestigen, een harde koperen graveerplaat gaat vrijwel voor eeuwig mee. Wat me ook bijblijft is de leegte en de stofwolk in de achteruitkijkspiegel. Als ik stop en snel uitstap, kan ik het door mijzelf tot opdwarrelen gedwongen zand fotograferen! Halverwege is er een afslag naar Anijsberg, een diep weggestopt beschermd natuurgebied. Na 70 kilometer, hé hé, eindelijk de eerste tegenligger. Maar langs vrijwel de hele weg door deze totaal verlaten streek, staan wel palen waaraan elektriciteitskabels hangen. Ik durf er veel, zo niet alles. om te verwedden dat dit de meest onrendabele aansluitingen ter wereld zijn.

Na de Rooinekpas volgt een kale, droge en lege hoogvlakte – er is zelfs geen enkele afslag naar een boerderij - met af en toe de onvermijdelijke fraaie vergezichten. En veel mooie rondingen van gestolde lava aan de voet van de uitgebluste stroom die hier honderdduizenden jaren geleden uit de aarde opborrelde. Net enorme halve pannekoeken waar iemand van binnenuit tegen aan het blazen is. Aan de rand van de bebouwde kom van Laingsburg een welkomsbord met het stadswapen. Daarin staan een huifkar, de hoorn des overvloeds, de hoge lange brug over de Buffelsrivier en een schaap afgebeeld. De wapenspreuk luidt “NOLI PROCRASTINARE” de verkorte versie van “Noli procrastinare quad hodi perficere potes” oftewel “Stel niet uit tot morgen, wat je vandaag kunt doen”. Calvinisme van het zuiverste water! Na de brug over de vrijwel droge rivierbedding, een richtingaanwijzer naar de Moordenaars Karoo. Volgens zeggen een zeer onherbergzaam gebied waar moordenaars, bandieten en weggelopen slaven zich met succes plachten te verschuilen. In de kerk in Ladismith las ik dat Laingsburg in januari 1981 door een overstroming werd getroffen waarbij 114 mensen om het leven kwamen. Zo op het eerste gezicht lijkt me dat absoluut onmogelijk. Er is in de verste verte nauwelijks water te bekennen, in de Buffelsrivier staat minder water dan in een doorsnee poldersloot. Geen wonder dat de mensen die toen verdronken rustig in hun huis bleven zitten en alle waarschuwingen in de wind sloegen.

In Laingsburg zit ook de eerste honderd kilometer voor vandaag erop. De lange N1 op. Rechtsaf naar Johannesburg, linksaf naar Kaapstad, nog iets minder dan 300 kilometer te gaan. Een saaie hoogvlakte met voor de afwisseling de bergruggen nu eens aan de rechter kant van de weg. Kilometers vreten van dorp naar dorp. Laingsburg, Maatjiesfontein, Touwsrivier, De Doorns, Worcester, Du Toitskloofpas, Paarl, Tygervallei, Kaapstad. De grote verassing voor vandaag komt bij de werkelijk sensationele afdaling naar de Hexriviervallei, waar de weg bijna steil naar beneden de diepte induikt. Een bungyjump met de auto, maar zonder aan een veilge kabel vast te zitten. Waarschuwingsborden voor haakse bochten, één van zelfs 180 graden, die met een snelheid van niet meer dan 40 of 60 kilometer mogen en kunnen worden genomen. Wie de waarschuwingen negeert, vliegt vrijwel zeker uit de bocht. De remsporen op het wegdek, op de vangrail en de betonnen borstwering leveren het bewijs. Zo’n langzame afdaling met zulke scherpe bochten heeft wel als voordeel dat de langgerekte groene vallei daar beneden, zich heel geleidelijk blootgeeft. Eenmaal in de vallei, min of meer terug op de begane grond, kan er weer lekker hard worden gereden. De Hexriviervallei is niet al te breed en wordt geheel door bergen van een flink formaat afgeschermd. De Matroosberg – 2.249 meter – is de hoogste. Hier en daar witte boerderijen midden in groene wijngaarden. “In ’t stille dal, in ‘t groene dal” zingt er ongevraagd door mijn hoofd. Het kinderkoor van de Arnhemse Geitenkamp waar ik lang geleden lid van was, laat een halve eeuw later weer eens wat van zich horen.

Ambulante verkopers proberen de weer op snelheid liggende auto’s op een wel heel aparte manier in de vallei gekweekte tafeldruiven te verkopen. Zonder uitzondering maken ze een beweging alsof ze, met een doos handel voor zich uitgestoken, voor de auto willen springen om die tot stoppen te dwingen. Zowel de handel, als het langs de weg stoppen is verboden, maar op zon- en feestdagen wordt het kennelijk oogluikend toegestaan. Zouden die jongens nu echt verwachten dat ik boven op mijn rem ga staan om een bakje druiven te kopen? Ik geloof er niet in, totdat ik anderen het wel zie doen. Na de Hexriviervallei, de vertrouwde Breedekloofvallei met rechts de Ceresberg en aan het einde de Du Toitskloofpas. Als ik die eenmaal over ben, ben ik in minder dan een uur weer thuis. Dat laatste rukje naar Kaapstad danst de auto over de weg door de keiharde zijwind. Het fynbos van de Plattekloofheuvel, in de voorstad Parow, staat in brand. De opstijgende rook is van veraf te zien. Helaas is zo’n fikkie overdag lang niet zo spectaculair als dat van een paar weken geleden ’s nachts op de Tafelberg. Geheel in de geest van het Paasweekeinde staat het afgebrande fynbos er over een paar jaar weer prachtig bij. Zo verzekeren natuurdeskundigen tenminste met dezelfde vanzelfsprekenheid als waarmee de dominees vandaag de wederopstanding van Jezus preken.

wordt vervolgd