|
GAUCHITO GIL - 4 (06032009) Verder met het kilometer vreten. Goya, Esquina, La Paz, Santa Elena, Hasenkamp – mijn vader was lang geleden lid van de Nijmeegse sportvereniging de Hazenkamp schiet mij aan de andere kant van de aarde spontaan te binnen -, Cerrito, San Benito, Paraná. 372 Kilometer over een zeer rustige tweebaansweg. Ergens tussen Esquina en La Paz ligt de grensovergang tussen de provincies Corrientes en Entre Rios. Zoals hier te doen gebruikelijk controleert de politie alsof het een landsgrens is. De auto waarin we rijden, is geleend van een kennis. We hebben alle papieren bij ons, maar één ervan is verlopen. Dat mag als de eigenaar de auto zelf bestuurt, maar wij worden geacht een notariële verklaring bij ons te hebben waarin de eigenaar verklaart dat we de auto mogen gebruiken. Sergeant Alfredo Lemos zal ongetwijfeld gelijk hebben. Mee naar het bureau tegenover de controlepost. Hij haalt een tabel te voorschijn en meldt dat deze infractie op de kop af 413 Pesos kost! We kunnen de zaak voor laten komen of de boete nu meteen met een creditkaart of de contant betalen. Nu afrekenen levert een korting op van 25%, bovendien krijgen we dan een kwitantie die ons zal vrijwaren tegen verdere boetes voor dezelfde overtreding totdat we terug zijn in Buenos Aires. Heel efficiënt allemaal. Geheel gerustgesteld dat onze papieren nu wel in orde zijn, kachelen we verder naar provinciale hoofdstad. Paraná. We nemen de eerste de beste afslag richting “Centro” waar we een hotel willen zoeken. Verdere richtingaanwijzers blijven daarna achterwege. Uiteindelijk vragen de weg aan een oudere dame. “Rechtdoor tot aan een volkomen nutteloos gebouw. Oei dat mag ik natuurlijk niet zeggen! Tot aan de oude busterminal, dus. Daar rechtsaf en de weg volgen, dan kom je vanzelf in het centrum terecht”. De oude busterminal verkeert in verregaande staat van verval en ziet er inderdaad totaal nutteloos uit. Gran Hotel Paraná “comfort en design in het hart van de stad” heeft alleen nog de duurste kamers beschikbaar. We hebben geen zin om verder te zoeken en na de zojuist betaalde boete kan dit er ook nog wel bij. Met het comfort en het design valt het allemaal best mee, of eerder reuze tegen, maar het ligt wel lekker centraal. Tussen de late middagwandeling en de vroege ochtendwandeling prikken we in het hotel een vorkje in restaurant “la Fourchette”. Alweer geen culinaire hoogstandjes. Wat een beurs, een handelscentrum of het hoofdkwartier van de Provinciale Spoorwegen moet zijn geweest – het heeft Mercurius’ caduceus en gevleugelde wielen in de gevel – is deerlijk verminkt door afzichtelijke reclameborden en een alles behalve respectvolle “opknapbeurt” van de begane grond. Het monumentale gebouw van de Sociedad Española, hoewel in 1975 gerestaureerd, ziet er evenmin okselfris uit. De Spaanse Vereniging is verhuisd, het ziet er slordig, vuil en verlaten uit. Twee van de zeven bekende gebouwen in de stad die werden ontworpen door de architecten Fasiolo & Storti tonen hoe verschillend er met de oude panden wordt omgegaan. Een telefoonmaatschappij heeft een huis van een enkele verdieping grotendeels gesloopt en op de patio en vrijgekomen ruimte een zwaar uit de toon vallende moderne kantoortoren uit de grond getrokken. Tegenover de achteruitgang van ons hotel is tenminste de buitengevel van de voormalige polikliniek van spoorwegpersoneel fraai gerestaureerd. Het Provinciale Staatssecretariaat van Jeugdzaken heeft diep in de buidel met belastinggeld getast om het gebouw in zijn oude glorie te herstellen. Het stadscentrum verlaten is stukken eenvoudiger dan het was te vinden. “Linksaf tot aan de rivier”, adviseert de kassier van de parkeergarage, “na 15 cuadras – ongeveer anderhalve kilometer - rechtsaf en dan zijn jullie bij de tunnel”. In een vloek en een zucht bereiken we die inderdaad. De tunnel ligt op de grens tussen de provincies Entre Rios en Santa Fe waar we de “grenscontrole” deze keer zonder enig probleem passeren. ’t Is nog vroeg in de ochtend, tijd zat om een ommetje van meer dan 150 kilometer te maken om Santa Fe la Vieja te bezoeken. Dit in 1573 gestichte koloniale stadje bleek eenmaal bewoond op de verkeerde plaats te liggen omdat het tijdens het regenseizoen vaak was afgesloten van de buitenwereld. Niet zo handig. Heel pragmatisch werd het stadje met al haar inwoners en dezelfde plattegrond verhuisd naar de nieuw gebouwde stad Santa Fe de la Vera Cruz, de huidige provinciehoofdstad, waar iedereen op dezelfde plek terecht kwam als voorheen en het leven van alle dag gewoon verder ging. Wat op de oude plek achterbleef, werd óf weggespoeld door de San Javierrivier, óf verdween onder de aarde. Begraven zoals het hoort bij iets wat overleden is. Pas bijna driehonderd jaar later werd dit graf gevonden en deels geopend door de archeoloog Agustín Zapata Gollán. Hoewel ik het oude Santa Fe al eens eerder heb bezocht, boeien de objecten die hier werden opgegraven me opnieuw. Niet de hellebaarden. helmen of koloniale lakzegels, maar het aardewerk. De bakstenen, de waterpotten, de dakpannen, dakgoten en met name de merktekens en symbolen die er in zijn gegrift. Deels eigendomsmerken, deels magisch. Wat zou dat hart op een tegel betekenen en ander hart met een paar pijlen er doorheen op een dakpan? En wat te zeggen van de roofvogel - op een andere dakpan? Het Spaanse woord voor roofvogel “rapiña” betekent eveneens roof, diefstal of plundering. Zouden de pijlen die door de roofvogel zijn getrokken bedoeld zijn geweest om tegen roof en plundering te beschermen? Helaas zijn er geen oud bewoners om dat te bevestigen. De 566 kilometer naar Buenos Aires leggen we hierna in sneltreinvaart af. Na de schrijnen van zowel Gauchito Gil als El Señor de la Buena Muerte te hebben bezocht, wanen we ons volledig beschermd en kunnen het nog navertellen ook! slot |