|
LEFT LUGAGE (15072009) Eind januari, een zwoele zomeravond in Buenos Aires. Aan de ooit statige Avenida Montes de Oca, vernoemd naar de Argentijnse staatsman Manuel Montes de Oca, wordt in de oude koekjesfabriek van Bagley veel Nederlands gesproken. Het in onbruik geraakte gebouw werd kortgeleden verbouwd om een cultureel centrum met de weinig fantasierijke naam MOCA te gaan huisvesten. Zelfs een leerling van een peuterspeelzaal kan zonder lang nadenken uitleggen waar die naam vandaan komt. Zoals de Nederlandse Ambassade weet precies hoe je een zaal vult met landgenoten en hun aanhang. Allereerst natuurlijk geen entree heffen en melden dat er slechts 75 plaatsen beschikbaar zijn, dat er vooraf een drankje zal worden geschonken en dat één van de hoofdrolspelers van de te vertonen film acte de présence zal geven. Ik zit achter mijn computer als de emailuitnodiging in mijn inbakje valt en reserveer per omgaande om twee toegangsbewijzen. ’t Lijkt me een goede gelegenheid om mijn studente conversatie Nederlands wat praktijkervaring op te laten doen. Dat gaat echter niet zomaar. Of ik de ambassade meteen wil laten weten wie de andere persoon is voor wie er is gereserveerd, want aan de voordeur zal worden gecontroleerd wie wel en wie niet is geïnviteerd! De film die zal worden vertoond is “Left Luggage”, de hoofdrolspeler en producent is Jeroen Krabbé, de gelegenheid is Holocaust Memorial Day. De datum is 27 januari, de dag dat in 1945 het concentratiekamp Auschwitz werd bevrijd. Het kost wat moeite om mijn studente uit te leggen dat het Nederlandse equivalent van “left luggage” een gevonden voorwerp is. Dat klinkt haar nogal tegenstrijding in de oren. Dus leg ik uit dat iets dat door iemand is vergeten of verloren inderdaad “left luggage” is, maar als het vervolgens door iemand anders wordt gevonden het een “gevonden voorwerp” wordt. Logisch toch? Voor Nederlanders althans. Zoals ik uit de jaren dat ik Londen werkte weet, brengen Engelsen gevonden voorwerpen naar het “left luggage” loket. De film is gebaseerd op het boek “Twee koffers vol” van Carl Friedman. Twee koffers vol met herinneringen die door de vader van Chaja aan het begin van de Tweede Wereldoorlog ergens in Antwerpen werden begraven. Maar waar ook weer? Zijn herinnering heeft hem in de steek gelaten en de stad ziet er tegenwoordig zo anders uit. Gewapend met een schop blijft hij in de weer, zonder te vinden wat hij zoekt. Zijn dochter wordt er gek van en schaamt zich eigenlijk diep voor haar vader. Chaja, zeer liberaal Joods, wordt kindermeisje bij de orthodox Joodse familie Kalman. Het hoofd van dat gezin wordt gespeeld door Jeroen Krabbé, zijn echtgenote wordt vertolkt door Isabella Rossellini. Je leest wel eens hoe streng orthodoxe joden leven en de conflicten die dat oplevert. In Buenos Aires zie je dat ook. Orthodoxe joden zijn makkelijk te herkennen aan hun donkere kleding, vrouwen met een hoofddoek en lange rokken, mannen met pijpenkrullen die onder hun hoed uitsteken. Wat hun religieuze verboden betreft, herinneren ze me soms aan streng Gereformeerde klasgenoten uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Op zondag naar de kerk lopen. Vooral niet met de auto of met het openbaar vervoer, want zelf werken of anderen voor je laten werken op de Dag des Heren was zondig. Voor orthodoxe Joden geldt tijdens de sabbath een zelfde verbod. Het is een indrukwekkende film, waarin mooi en vooral ontroerend wordt geacteerd. Een heel andere Jeroen Krabbé dan de blijspelacteur die op een of andere manier in mijn diepe geheugen is opgeslagen. Een charmante man bovenal, die op deze avond voor iedereen alle tijd heeft. Hij moet een paar keer door de Ambas worden gemaand – het diner wacht! – voordat hij zich losmaakt van de aanwezigen die niet aan de dis zijn genood. Mijn vlucht van Buenos Aires terug naar Zuid-Afrika is vertraagd, en niet zo’n heel klein beetje. Als ik me op zondagavond aan de incheckbalie meld, wordt met een glimlach verteld dat het vliegtuig nog in Kaapstad staat en pas morgenmiddag om 1 uur zal vertrekken. Er wordt een overnachting in een veelsterrenhotel op een kwartier wandelen van mijn eigen bed aangeboden. Vanzelfsprekend slaap ik in mijn eigen bed, zelfs na aandringen om toch vooral op dit genereuze aanbod in te gaan. Vol goede moed ga ik de volgende morgen nogmaals naar Ezeiza, het internationale vliegveld van Buenos Aires. Het inchecken verloopt vlekkeloos. Ongevraagd wordt geïnformeerd of ik nog kosten heb gemaakt. De twee extra taxiritten worden zonder gezeur contant betaald. Tegen vertrektijd blijkt de vlucht opnieuw te zijn vertraagd. Zowel het vliegtuig als de bemanning staan echter bij de gate te wachten. Een hoopvol teken! Achttien uur te laat landen we op het vrijwel verlaten vliegveld van Kaapstad, waar mijn koffer helaas niet van de band rolt De volgende tussenlanding van het toestel is in Johannesburg, dat een reputatie heeft hoog te houden wat het verdwijnen van bagage betreft. Zelfs om 3 uur in de nacht doet het grondpersoneel er alles aan om mijn koffer te vinden. Een medewerker van de afhandeling neemt me mee naar het vrachtruim van het vliegtuig. De business class koffercontainers voor Johannesburg worden één voor één uitgeladen en doorzocht. Tevergeefs. “We zullen er alles aan doen om uw koffer te vinden, meneer!”. Op die ijskoude winternacht in juli heb ik daar geen enkel vertrouwen in. Onderweg naar huis doemt de koffer zoekende man uit “Left Luggage” op voor mijn geestesoog. Uiteindelijk heb ik meer geluk dan hij. Wonder boven wonder wordt mijn koffer wél gevonden – “een beladingsfoutje in Buenos Aires” - en nog diezelfde dag vroeg in de avond thuis bezorgd. “Lost, but found” zoals ze in Nigeria heel toepasselijk zeggen. |