|
OP ZOEK NAAR CHE - 7 (15032009) Op 13 december 1939 vond in de monding van de Rio de la Plata een zeeslag plaats tussen de Britse en de Duitse marine, één van de eerste van de Tweede Wereldoorlog. Het Duitse vestzakslagschip Admiral Graf Spee werd door Britse oorlogsbodems dusdanig beschadigd dat het de haven van Montevideo, de hoofdstad van het neutrale Uruguay, binnen moest vluchten. Doch niet voor lang. Dankzij de Eerste Haagse Conventie van 1907, waarin diverse spelregels voor oorlogsvoering en de plaats van neutrale havens zijn vastgelegd, werd de Graf Spee verplicht binnen 24 uur weer zee te kiezen of voor de rest van de oorlog aan de ketting te worden gelegd. Dat was te kort om de schade te herstellen. Na enig diplomatiek tijdrekken, vertrok de oorlogsbodem na 4 dagen. Het overgrote deel van de bemanning was ondertussen overgestapt naar een Duits vrachtschip, dat hen buitengaats overzette op Argentijnse schepen, die de mannen naar Buenos Aires brachten. Het slagschip verliet Montevideo op 17 december en ging buiten de territoriale wateren voor anker. ’s Avonds om acht uur gaf Kapitein Hans Langsdorff opdracht om de in de haven aangebrachte springladingen tot ontploffing te brengen. Het schip tot zinken te brengen had de voorkeur boven het in handen van de Britten te laten vallen. Langsdorff en de resterende bemanning gingen met een sloep eveneens naar Buenos Aires. Twee dagen later pleegde hij zelfmoord. De Kapitein werd met militaire eer begraven op de Deutscher Friedhof, onderdeel van de megabegraafplaats van la Chacarita. De overlevenden werden in Argentinië geïnterneerd, een flink aantal zou ontsnappen. Na de oorlog moesten de achterblijvers eigenlijk naar Duitsland worden gerepatrieerd. Velen waren echter inmiddels met Argentijnse vrouwen getrouwd en bleven met hulp van de autoriteiten in Argentinie wonen. Meer dan honderd waren in Villa General Belgrano terecht gekomen en daarom wilden wij, nu we toch in de buurt waren, daar wel eens een kijkje gaan nemen. Villa General Belgrano is een jong stadje, eerder een handeltje dat in 1930 werd begonnen door twee Duitse onroerendgoedspeculanten die eigenlijk meer in het agrarische potentieel van de streek zagen dan in het toeristische. Op de een of andere manier voelden met name immigranten uit Duitsland, Zwitserland, Italië – Tirol? - en Oostenrijk zich aangetrokken tot het nieuwe dorp. En bemanningsleden van de Graf Spee dus. Waarschijnlijk omdat ze er gewoon Duits konden spreken. Kwade tongen beweren dat hier tot voor kort de verjaardag van Adolf Hitler nog werd gevierd! Enigszins achteraf staat wat het enige monument ter wereld zou zijn dat de ondergang van de Graf Spee herdenkt. Het is is vrijwel onvindbaar. De VVV zegt dat “het ergens bij de rivier moet staan”, een politieman geeft schaamteloos toe er nooit van te hebben gehoord. Het staat weggestopt bij de busterminal en lijkt op het schuurtje van een chalet, op de buitenmuur hangen een ouderwets scheepsanker en een IJzeren Kruis. Wat vanaf de straat niet is te zien, zijn de in Argentinië gebruikelijke bronzen plaquettes. Eerbewijzen aan de omgekomen kameraden én een ter nagedachtenis aan Admiraal Graf Spee zelf. Die sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog in een zeeslag met de Britten in de buurt van de Islas Malvinas! Een ongelooflijke samenloop van omstandigheden. Langs de hoofdstraat van het dorp valt heel wat te “bewonderen”. Zoals restaurants, souvenirwinkels waaronder zelfs eentje die is gespecialiseerd in Graf Spee souvenirs, te veel winkels waar alfajores – dé Argentijnse lekkernij – in vele maten en smaken worden verkocht, hotels, pensions en ambachtelijke bierbrouwerijtjes met namen als Cerveza Fritz, Viejo Munich, Brunnen en Don Otto. Oei, oei, oei, wat is dit een verschrikkelijk verkeerd dorp, een Duits rariteitenkabinet midden in Argentinië. Een zwaar uitvergroot Beiers huis herbergt het stadhuis, een enorm biervat op het dorpslein adverteert het Oktoberfest. De uithangborden met een afbeelding van een man in lederhosen en een driehoekig hoedje met veertje zijn niet te tellen. Onvermijdelijk komen we ’s avonds in een ”Confiteria Alemana”, een Duits restaurant terecht. Het verbaast allerminst dat het “Zum Roten Hirsch” heet. We eten sauerkraut mit wurst en drinken witte wijn. Argentijnse zowaar. Aan de tafels om ons heen nemen oudere gasten plaats. Ik spied rond om te ontdekken of er misschien “verkeerde types” bij zitten, hoewel dat onwaarschijnlijk is. De zeeslag was immers 70 jaar geleden en er is niemand die tegen de 100 loopt. De echte Nazi’s hadden trouwens een voorkeur voor het nog meer op Beieren lijkende skiresort Bariloche in het zuiden. Nadat de avond is gevallen arriveert, het blijkt nog erger te kunnen, een in lederhosen gestoken orkestje. Alsop bevel loopt de kleine dansvloer in een keer vol. Walsjes en foxtrots. “Was ik maar nooit getrouwd” en “Tulpen uit Amsterdam”, er heerst een opgewekte jaren 50 Ruteck’s sfeer. Op de terugweg naar Buenos Aires regent het dat het giet. Zodoende valt er weinig te genieten van dorpen en stadjes met mooie namen als Santa Rita de Calamuchita, Almafuerte en Río Tercero. Rio Tercero, waar de grote munitiefabriek in 1995 ontplofte. Zoals in de Argentijnse politiek gebruikelijk is, was er sprake van een samenzwering. Het kon gewoonweg geen ongeluk zijn geweest. De destijds aan de macht zijnde President Menem moest, of hij het was of niet, volgens zijn opvolgers de kwade genius achter het dood en verderf zaaiende ontploffing zijn geweest. Rosario, waar vorig jaar een monument ter nagedachtenis van Che Guevara werd onthuld, laten we links liggen. Een paar dagen later ga ik naar de film “Che el Argentino” met de Puertoricaan Benedicio del Toro in de rol van Che. Veel schietpartijen, veel lijken, veel astmatische hoestbuien. Hopelijk is deel twee beter. Ondanks alle moeite van het afgelopen weekeinde heb ik Che niet echt gevonden. Volgende keer toch eens Bolivia of Cuba proberen in de hoop dat het daar wel zal lukken. slot |