|
OP ZOEK NAAR CHE - 5 (04032009) Eindelijk is het zover, oog in oog met Che Guevara. Zij het dat ik het moet doen met een foto aan de buitengevel, een beeldje van de jongen Che - toen hij nog Teté of Ernestito werd genoemd - zittend op een muurtje van de veranda en een buste van de el Comandante Che. Het is ondertussen lunchtijd en een stuk minder druk dan een uur geleden. Voor de alleszins redelijke toegangsprijs van iets meer dan een Euro zijn we van harte welkom. De Gemeente Alta Gracia kocht het woonhuis tegen het einde van het jaar 2000 en richtte het in als “Museo Casa Ernesto Che Guevara”. Een handige zet, want zo levert El Che postuum een belangrijke bijdrage aan de lokale economie. Zo betwijfel ik of mijn reisgenoot en ik hier ooit naar toe zouden zijn gegaan, als deze aan El Che gewijde schrijn er niet was geweest. Achthonderd kilometer omrijden is tenslotte niet niets. De ambtenaren hebben hun best gedaan er wat van te maken. Tegen de muur van de receptie het logo van het museum: de sterk uitvergrote handtekening van Che die bestaat uit van links naar rechts klimmend geschreven woord “che” met een klein streepje eronder. Dezelfde bescheiden handtekening die op de Cubaanse bankbiljetten staat die werden uitgegeven tijdens zijn post-revolutionaire bewind als Gouverneur van de Banco Nacional de Cuba. Aan het plafond is een foto bevestigd met er boven een citaat uit een brief die hij in oktober 1966 aan zijn kinderen stuurde toen hij onderweg moet zijn geweest naar Bolivia, zijn laatste revolutionaire missie. “.... zorg ervoor, dat jullie altijd in staat zullen zijn om je op de meest intense manier betrokken te voelen bij ieder onrecht begaan, tegen wie dan ook of waar ook ter wereld. Dat is de beste kwalitiet die een revolutionair kan hebben.” Veel foto’s en veel tekst aan de muren. De vraag welke van de spaarse objecten in de ruimtes echt zijn of “tijdgenoten” die zijn bedoeld om een goede indruk te geven van hoe het destijds was, moet je niet stellen. Dus niet “is dit echt het jongensbed van Che, sliep hij echt alleen in deze kamer – de grootte van het huis doet vermoeden dat hij een kamer met zijn jongere broertje deelde - en zijn dit echt zijn eigen jongensboeken”. Nee, dat is helemaal verkeerd. Door zoiets te doen, vierziek je het bezoek totaal, dus even niet kritisch zijn, maar gewoon in je opnemen wat wordt voorgeschoteld. Familiefoto’s van een zomervakantie aan zee, Che als baby en kleuter met zijn trotse ouders – hij was hun eerste kind -, een speelgoedtrein en wat boeken op een bureautje. Gulliver’s reizen, Robin Hood, 20.000 mijlen onder zee van Jules Verne, Prins Valiant. Black Beauty vind ik enigszins uit de toon vallen. In de tweede kamer een foto die me aan het schilderij de “De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp” van Rembrandt doet denken. Een groepsfoto van redelijk serieus ogende jonge dames en jonge heren in witte jassen – Che’s jaargenoten? - met op de voorgrond een flink met het mes behandeld lijk met ouderwets veel schaamhaar op de snijtafel. Ernesto studeerde van 1948 tot 1953 aan de Medische Facuteit van Buenos Aires. Een kopie van zijn inschrijving in het medische register bewijst dat hij keurig afstudeerde. Ondertussen had hij zich jaren eerder, in 1951 tijdens zijn reis door Zuid–Amerika met Alberto Granada, al overtuigend uitgegeven voor afgestudeerd specialist in de behandeling van lepra. Hetgeen mooi is vastgelegd dooe regisseur Walter Salles in de film “Diarios de Motociclista” wanneer die na ruim een uur National Geograhicbeelden eindelijk tot leven komt in Lima en in een leprozenkolonie in het Peruaanse Amazonegebied. Ernesto’s reislust komt in de volgende zaal aan de orde. Op een kaart zijn de verschillende lange reizen die Che tussen 1950 en 1955 maakte gemarkeerd. Te beginnen met die hij begin 1950 vanuit Buenos Aires maakte op een fiets met hulpmotor van het merk Garelli, een vroege Argentijnse versie van de Solex. Een reis van 4.000 kilometer door de noordelijk provincies van Argentinië. Een onbewuste proefrit voor zijn latere reizen door het continent? Van die fiets staat een model in de zaal, net zoals van de motorfiets genaamd “Ël Poderoso” die, als ik het mij goed herinner, het in 1951 uithield tot aan de Chileense havenstad Valparaiso. Na zijn afstuderen maakte Che nog een paar reizen, op één waarvan hij in 1955 Fidel Castro in Mexico zou ontmoeten. Die kennismaking zou de rest van zijn leven bepalen. Vervolgens een ruimte met enkel panelen tekst en foto’s van zijn revolutionaire zendingswerk in de Democratische Republiek Congo en Bolivia. Na de geslaagde Cubaanse revolutie waren dit ronduit grote mislukkingen die Che op 9 oktober 1967 zijn leven zou kosten. In de grote kamer aan de rechterkant van het huis staat een grote vitrine die is gevuld met Che-relikwieën. Van Cubaanse bankbiljetten met zijn handtekening en andere met zijn beeltenis – de beroemde foto van een somberende Che gemaakt door Alberto Korda -, een doosje steentjes die werden geraapt bij het Che-mausoleum in Santa Clara in Cuba en stukken tegels van de school in het Boliviaanse dorp La Higuera, waar hij zijn laatste adem uitblies. De keuken van het huis is een van de weinige echte museumstukken. Het was een voor die tijd zeer moderne keuken met eigen warmwatervoorziening. De primitief ogende boiler was een grote sprong voorwaarts. Daaraan dankt de toch wel kleine en donkere ruimte de naam “Cocina Económica”. Het interieur ziet er vertrouwd ouderwets uit: geëmailleerde potten en pannen, een kolen- of houtfornuis, een petroliestel met koffiepot. Alsof de Guevara’s hier gisteren nog woonden. wordt vervolgd |