|
OP ZOEK NAAR CHE - 4 (27022009) “Sol de Polen. Argentijns-Cubaanse Resto Bar. Logies, eigen toilet en warm water. Op 20 meter van het Museum van Che”, staat op een ander uithangbord. ’t Is niet omdat het er zo verschrikkelijk uitnodigend uitziet dat we naar binnen gaan, ’t is eerder omdat het wel wat intrigerend is. Een voor deze buurt eenvoudig huis, à la dat van de familie Guevara. Een slordig ingerichte tuin met idem tuinmeubilair. De deur staat gastvrij open, dus waarom niet even een blik werpen? De kleine hal is een voorproefje van wat zal volgen. Veel foto’s, Argentijnse en Cubaanse vlaggetjes, affiches die aankondigen dat het iedere vrijdagavond om 21.30 uur “muziek en poezie avond” is en prullaria dat onder de noemer “souvenirs” aan de-kinderhand-is-gauw-gevulde toeristen moet worden gesleten. In de grote ruimte na de entree – was dit de salon, de eetkamer? – staan tafeltjes met dekzeiltjes en stoelen die verdacht veel op afdankertjes lijken en dat misschien ook wel zijn. In de alkoof een barretje waar we kennis maken met Héctor Celano. Hij kokketeert met het standaard onverzorgde uiterlijk van de revolutionaire man. Slordige kleding, slecht bijgehouden lang haar - inclusief het in Argentinië immer populaire mannelijke paardenstaartje. Het enige post-revolutionaire is zijn dikke pens. Dat Héctor, poëet en musicus, jaren in Cuba heeft gewoond, kan alleen een blinde bezoeker ontgaan. Zo dik ligt het bovenop. In 1998, veertig jaar na de voor de Cubaanse revolutie beslissende Slag van Santa Clara én het jaar dat Héctor in Cuba ging wonen, won hij de poëzieprijs van het Internationale Literatuur Concours “Ciudad del Che”. Een Diploma aan de muur levert het bewijs. Santa Clara is evenzeer de stad van Che als Alta Gracia, dankzij de leidende rol die Che tijdens die slag had. In de stad werd in 1988 het Che mausoleum gebouwd, waarin in 1997 zijn in Bolivia opgegraven resten werden herbegraven. Het verbaast me allerminst dat “Sol de Polen”, het gedicht waarmee Celano zijn prijs won, een ode aan El Che is. Als gediplomeerd poëet en ervaringsdeskundige doceerde Celano een tijdje het onderwerp “Che in de poëzie”, deed poëzieworkshops en trad op met zijn op muziek gezette teksten. Al doende scoorde hij nog een andere hoofdprijs, de Cubaanse architecte Norma Ortega, met wie hij sindsdien rondtrekt en optrekt. Wij mogen kort kennismaken, want mevrouw moet hoognodig de zaterdagse boodschappen gaan doen. We krijgen een rondleiding van de meester zelf. Langs de foto’s met Fidel, langs de foto’s met Alberto Granado – Che’s reisgenoot tijdens diens Latijns-Amerikaanse reis op de motorfiets die door Che werd vastgelegd in zijn beroemde dagboek “Diarios de Motocicleta”, langs de met de hand op boomschors geschreven korte gedichten, langs de tekst van “Sol de Polen”, langs ingelijste brieven van vrienden die het echtpaar veel succes toewensen met hun nieuwe – in 2006 geopende – culturele winkel. Ongemerkt belanden we in het zijkamertje dat is volgestouwd met handel: T-shirts, stickers, aanstekers, buttons, baretten, sleutelhangers en meer van dat soort rommel. Met uitzondering van de Che-baret, uiteraard allemaal voorzien van een afbeelding van Ernesto Guevara. Is de poëet dan toch een beetje een proleet en geen oprechte Che fanaat, maar lid van het wereldwijd opererende gilde van lijkenpikkende Che profiteurs? Na twee koppen Cubaanse koffie op de rotanstoelen naast de voordeur zijn we klaar voor het bezoek aan het bedevaartoord twintig meter terug: het Museum del “CHE” Guevara. Voor het afrekenen even naar het toilet. Het ziet er uit alsof het gisteravond, tijdens de wekelijkse muziek- en poëzie avond, door een groep ontevreden literaire hooligans is verbouwd. Als de logies er net zo uitzien, dan komt deze tent zelfs niet in aanmerking voor een vermelding in de Rough Guide. Wat een hopeloze zooi is dit, maar wie weet is het voor de modale revolutionair wel een luxe pispot. Héctor verzoekt vooral onze emailadressen achter te laten om ons te laten weten wanneer hij in Buenos Aires optreedt. “Mijn CD, mijn teksten” zegt hij met een verwijzing naar de muziek die op de achtergrond speelt. “Ik hoorde net anders een liedje van de Beatles”, sputter ik tegen. “Maar de tekst is van mij!” glimt hij voldaan. Dat doet voor deze Beatlesfan van het eerste uur de deur van “Sol de Polen” definitief dicht! “Villa Nydia” heette en heet het huis dat de familie Guevara de la Serna in 1935 huurde. Een huis dat oorspronkelijk was gebouwd om hoger spoorwegpersoneel dat in de provincie werkte te huisvesten. De stad Córdoba was ooit een belangrijk spoorwegknooppunt. Niet al te groot die in 1911 gebouwde villa en zichtbaar beneden de stand van Che’s ouders, die beiden tot de Latijns-Amerikaanse aristocratie behoorden en die beiden zeer vooraanstaande voorouders hadden. Zoals aan moeder’s zijde de laatste Onderkoning van Alta Peru en aan vader’s zijde een Gouverneur van de Spaanse kolonie Río de la Plata en een mede-oprichter van de Argentijnse Sociedad Rural, de nog altijd machtige “vakbond” van grootgrondbezitters. Zoals dat vaak gaat in families waar geld geen onderwerp van gesprek is omdat het onder alle omstandigheden in ruime mate beschikbaar is, wordt het erg gemakkelijk uitgegeven aan projecten zonder toekomst. Zoals bijvoorbeeld de plantage van matékruiden – dat in vrijwel alle Argentijnse gezinnen wordt gedronken – in de provincie Misiones en een verwerkingfabriek voor maté in Rosario. De voorgenomen investering in die fabriek had mede als gevolg dat Che daar werd geboren. Argentijnen en maté, daar komt niets en niemand tussen! wordt vervolgd |