|
OP ZOEK NAAR CHE - 2 (19022009) Omdat de jonge Che problemen had met zijn ademhaling, verhuisden zijn ouders in 1932 naar het enige honderden kilometers verderop en wat hoger gelegen Alta Gracia. Niet al te hoog, iets meer dan 500 meter boven de zeespiegel. De lucht zou er stukken gezonder zijn dan in de op zeeniveau gebouwde havenstad Rosario. Gezien het verdere verloop van zijn leven zal het hem wel goed hebben gedaan. Alta Gracia maakt alles behalve een revolutionaire indruk. Wat te denken van een muurschildering op een marktpleintje met de ongetwijfeld welgemeende waarschuwing: “Los derechos de las Mujeres son Derechos Humanos - Vrouwenrechten zijn Mensenrechten”? Dat wekt bij mij in ieder geval het vermoeden dat er hier nog flink wat emancipatorische zendingsarbeid dient te worden verricht en dat terwijl de eerste rokken dragende missionarissen zich hier al in het midden van de 17e eeuw vestigden. De erfenis die zij achterlieten gaan we eerst bekijken, Che moet nog wat wachten. Córdoba en omgeving was een waar Jezuïtenbolwerk. Behalve de kerstening in de zojuist door de Spanjaarden veroverde gebieden, verzorgden de mannenbroeders van de Sociëteit van Jezus het onderwijs in de breedste zin. Van de opleiding van arbeidskrachten tot universitair onderwijs. De Universiteit van Córdoba, opgericht aan het begin van 17e eeuw, is de oudste universiteit van Argentinië en werd onder andere draaiend gehouden met de opbrengsten van de in de buurt gelegen “estancias”, grote boerderijen. Want de Jezuïten waren een zelfvoorzienende gemeenschap die voor hun goede diensten naar het schijnt geen peso vergoeding ontvingen van de Spaanse autoriteiten. In Alta Gracia schonk een letterlijk goedgelovige landgenoot hen een flink stuk land waarop het gemengd boerenbedrijf werd uitgeoefend. Een kerk, een statige herenboerderij met werkplaatsen werden gebouwd en een kunstmatig meertje voor de bevloeing van de landerijen werd aangelegd. De belangrijkste aktiviteit was het fokken van muilezels, destijds een nuttig transportmiddel voor hen die vanuit Buenos Aires via de camino real – de koninklijke weg, onderweg waren naar Alta Perú. Of op de terugweg natuurlijk. De kerk, die is gewijd aan Nuestra Señora de la Merced - Onze Lieve Vrouw van de Genade, is niet groot maar wel een mooi voorbeeld van late barok en heeft, heel apart, een klokkentoren aan de achterkant van het gebouw in plaats van in de voorgevel. Voor de kerk staat een bord met een verzoek: “Geachte Toerist, u bevindt zich in het Huis van God. Geen toegang tijdens de kerkdienst. Roken verboden. Bezoek deze tempel correct gekleed. Dank U.” Onze keurige korte broeken en bijpassende t-shirts voldoen vast en zeker aan deze eisen. Een heel mooi altaar met uiteraard het handelsmerk van de Jezuïten, een rozet met in het midden de letters IHS – Iesus Hominum Salvator – Jezus de Redder der Mensen., dat stukken groter is dan dan het Christusbeeld dat eronder staat. Aan de zijmuren hangen de gebruikelijke 14 staties van de kruisweg die Jezus met het kruis op zijn schouders aflegde van het gerechtsgebouw waar hij werd veroordeeld tot aan de heuvel Golgotha waar hij aan het kruis werd gespijkerd. Sinds 1741 een verplichte decoratie in iedere Rooms-Katholieke kerk. Het verrassende is steeds opnieuw hoe de plaatselijke vaklieden die kruisweg artistiek interpreteren, want er zijn geen twee identieke. In Alta Gracia zijn het kleurige driedimensionale houtsnijwerkjes gevat in een fantasielijst in de vorm van een dwarsdoorsnede van een kerkgebouw. Nummer XI toont hoe Jezus door Romeinse soldaten aan het kruis wordt genageld en hangt net als de andere afbeeldingen aan een muur die zichtbaar naar de witkwast verlangd. Het tegen de kerk aangebouwde grote woonhuis, Jezuïten zijn geen kloosterorde dus was het beslist geen klooster, met twee grote groene patios en werkplaatsen werd in 1810 gekocht door de onderkoning van Río de la Plata en in 1820 alweer doorverkocht. De estancia bleef in privéhanden totdat de overheid het complex in 1969 onteigende. Niet voor de eerste keer en niet voor de laatste keer dat een Argentijnse regering ziets doet. Als het politiek opportuun is gebeurt zoiets gewoon in Argentinië. Zo werd kort geleden, van de ene dag op de andere, de nationale luchtvaartmaarschappij Aerolineas Argentinas onteigend toen de Spaanse eigenaren niet bereid waren het onder een vorige regering geprivatiseerde bedrijf voor niets aan de Argentijnse overheid terug te geven. Hetzelfde gebeurde al eerder met de posterijen en het waterleidingbedrijf van Buenos Aires. Het is een niet al te groot museum, maar het wordt wel goed bijgehouden. De zalen geven een overzicht van de lokale geschiedenis sinds het begin van de koloniale overheersing, de heidense civilisatie van voorheen wordt over het algemeen genegeerd in dit land. Dus veel meubelstukken - zelfs krukjes gemaakt van de heupbeenderen van koeien -, schilderijen, dokumenten en brandijzers voor het vee. De werkplaatsen aan de achterkant van het huis geven een aardig overzicht van de manier waarop werd gebouwd. Koeienhuiden konden worden gebruikt voor de grote blaasbalgen in de smidse en voor het op zijn plaats houden van de hemelwaterafvoer. Dat laatste was van belang voor het opvangen en daarna het filteren van regenwater, in filters die verdacht veel op hedendaagse waterfilters, voor huishoudelijk gebruik lijken. Mooie voorbeelden van zeer praktisch en ingenieus gebruik van lokaal beschikbare materialen, zoals missionarissen en zendelingen dat door de eeuwen heen hebben gedaan. Iets dat in de tegenwoordige tijd wat vreemd aandoet, omdat wat je ook nodig hebt waar ook ter wereld bij de plaatselijke supermarkt in het schap ligt. wordt vervolgd |