|
MUSEUMNACHT (21112008) Nog voordat de jaarlijkse Museumnacht van Buenos Aires goed en wel is begonnen, baal ik al. Tegen mijn gewoonte in heb ik mij bij medeleden van Europese Club aangesloten om vanavond “onder deskundige leiding” een paar musea te bezoeken. “Gezien het beperkte aantal beschikbare plaatsen” werden geïnteresseerden aangemoedigd om zich vooral zo snel mogelijk aan te melden. Of ik heb het woord “beperkt” verkeerd begrepen of er verzamelen zich zowel genode als ongenode gasten. De groep is bedenkelijk groot en de gastvrouw daardoor nauwelijks te volgen, tenzij je de ellenbogen gebruikt om binnen gehoorsafstand te komen. Daar staan we dan voor de deuren van de Kerk van San Pedro in het stadsdeel San Telmo met de bedoeling om in de sacristie de fameuze “12 Sibilas” te gaan bewonderen. De 12 Sibillen, vrouwen uit het Nabije- en Midden-Oosten, die in de oudheid de toekomst voorspelden. Zelfs de geboorte van Christus en hoe die aan zijn einde zou komen. Twaalf schilderijen die sinds het einde van de de 18e eeuw in de kerk hangen. Helaas geven de dames geven vanavond geen belet. Een geestelijke, die toevallig naar buiten komt, schrikt van het aantal mensen dat voor de deur staat. Nee dit kan echt niet, deze groep is veel te groot. We zijn individueel op een later tijdstip uiteraard van harte welkom tijdens de normale openingstijden. Een goed begin is het halve werk. Als volgende staat het naast de kerk gelegen Gevangenismuseum op het programma en wordt de onmogelijkheid van het met zo’n groot aantal mensen op museumbezoek te gaan bevestigd. Geen reet aan, ik taai liever af. In mijn buurt barst het van de kleine museumpjes en opeens ook van de mensen. Zeer ongebruikelijk op zaterdagavond. Op eigen houtje ga een ik paar musea bezoeken die so wie so op het programma stonden, maar wel voor de vloedgolf van mensen uit. Het Museum van de Galicische Emigratie naar Argentinie is een mini versie van het Museo Nacional de la Inmigración en is eveneens het sociaalcultureel centrum voor de Galicische gemeenschap. Kantklossende dames tonen hun kunnen, documenten en foto’s van emigranten in vitrines, een scharensliep, naaimachines. Eenvoudihge handwerkslieden waren de Galiciers die naar Argentinië kwamen. Op de begane grond, ik dacht tot nu toe dat het een garage was, is er een flink theater. Daar wordt op het grote toneel weemoedige Galicische doedelzakmuziek gespeeld die ik niet al te lang kan aanhoren. Om de hoek is het Museo Argentino del Títere – het Poppenkastpoppenmuseum. Hoe verzinnen ze het. De collectie van zo’n 400 poppen is in een klein hoekhuis ondergebracht, ervoor staan bijna net zoveel mensen in de rij. Een goede reden om het geboortehuis van de poppenspeelster Mane Bernardo over te slaan en door te lopen naar het Museo Nacional de la Historia del Traje. Een klein kostuummuseum dat is gevestigd in een mooi traditioneel woonhuis. Veel nerveuze medewerkers, de toeloop is te groot, je kan over de hoofden lopen en kan daardoor nauwelijks een goede indruk van de collectie krijgen. Waar ben ik mee bezig? Schuin aan de overkant van mijn appartement is het restaurant “El General”. Welke generaal? Juan Domingo Perón natuurlijk! Ik kom er graag. Niet vanwege de kwaliteit van het eten, veeleer vanwege de ambiance. Het restaurant hangt en staat vol met herinneringen aan de goede jaren van het Peronisme. De jaren van Juan Domingo en Evita. Af en toe wordt vanachter de bar de “Marcha Peronista” van Hugo del Carril gespeeld. Een ode aan Perón, het strijdlied van de Peronistische Partij. Op het menu staat “asado al parquet” een gerecht dat nergens anders te krijgen is en ook niet echt bestaat. De “asado” is de zondagse Argentijnse barbecue. Verschillende soorten vlees en worst die worden weggespoeld met rode wijn. De “asado al parquet” is een spottende verwijzing van anti-peronisten naar het sociale woningbouwprogramma van de Peróns. Parketvloeren in die huizen? Die zouden door de achterlijke arbeidersklasse immers worden gebruikt om de zondagse barbecue te stoken? Het restaurant staat tot mijn verassing te boek als het “Museo Juan Domingo Perón”. Voor de derur staan twee sportauto’s geparkeerd, een deel van de collectie die ik niet eerder heb gezien. Binnen hangen spotprenten over deze Peronistische auto. Omdat op de plek op de motorkap waar gewoonlijk het merklogo van de fabrikant staat, hier het partijlogo is aangebracht. Binnen hangt een foto van de generaal achter het stuur van de auto. Toch wel een patser hoor die Perón. Mooie vrouwen en sportauto’s. Niks geen legendarische politicus met bijna goddelijke status, gewoon een enthousiaste rokkenjager die heel erg van het erg goede leven hield. Niets mis mee, maar niet overdrijven. In de Kloosterkerk van San Francisco is een fraaie collectie religieuze kunst te bewonderen. Het is een van de oudste gebouwen in Buenos Aires, maar wat aan het afglijden omdat er nauwelijks meer nieuwe roepingen zijn. Er zouden minder dan tien monniken in het enorme complex wonen. In de kloostertuin worden tegenwoordig feesten georganiseerd om wat inkomen te verwerven, zelfs de hippe after office van de jongerenafdeling van de Europese Club is er een graag geziene huurder! Vervolgens naar de buren. Ik ben zeker zes jaar niet in het Ethnografisch Museum geweest en heb niets gemist. Er is niets,. maar dan ook helemaal niets veranderd. In de patio speelt een big band. Er wordt gedanst, gegeten en gedronken. Eindelijk eens publieke belangstelling voor een instelling waar je op een gewone museumdag geen enkele bezoeker tegenkomt. Het voordeel daarvan is dat je dan tenminste de collectie kunt bekijken zonder dat je op je tenen hoeft te gaan staan of je ellebogen moet gebruiken. Een ding is zeker, deze Museumnacht heeft me er zonder meer van overtuigd dat het vele malen de voorkeur verdient om de volle toegangsprijs van een paar pesos te betalen, dan nog eens helemaal voor niets bijna niets te kunnen zien. |